#Metoo-kunst: wat doen we ermee?


Het is ondertussen bijna twee jaar geleden dat de #MeToo-bom ontplofte. Los van mediatieke procedures, onderzoeken en rechtszaken zitten we ondertussen met een hele hoop kunst opgescheept waarvan we als maatschappij eigenlijk niet goed weten wat we ermee moeten aanvangen. Beïnvloedt ons moreel oordeel over een kunstenaar onze mening over diens werk en hoe moeten we die…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/10/2019 – 17:49 door Ayala Istas­Mick Menu

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Op 25 jan­u­ari 2019 ging de doc­u­men­taire ‘Leav­ing Nev­er­land’ in pre­mière. Hierin werd aan het licht gebracht hoe Michael Jack­son zich tij­dens zijn car­rière jaren­lang aan kinderen heeft ver­grepen. Ogen­blikke­lijk brak er con­ster­natie los die in het ver­lengde ligt van het vraagstuk waarmee het huidi­ge cul­tu­ur- en medi­a­land­schap worstelt sinds het begin van de #MeToo-beweg­ing. Ver­di­enen Michael Jack­son en al die andere kun­ste­naars die beticht wor­den van grensover­schri­j­dend gedrag nog aan­dacht?

Wegwerpkunst?

Als maatschap­pij zijn we heel sterk op zoek naar een antwo­ord op deze uiterst com­plexe vraag, wat kun­nen we aflei­den uit de ver­schil­lende manieren waarop radiozen­ders momenteel met de sit­u­atie omgaan en de argu­menten die ze daar­toe aan­dra­gen. Wereld­wi­jd beslis­ten zen­ders om de muziek van Michael Jack­son niet meer uit te zen­den, uit respect voor de slachtof­fers van grensover­schri­j­dend gedrag en al wie aanstoot nam aan de gebeurtenis­sen. De Noorse zen­der NRK besloot Michael Jack­son na het ver­schi­j­nen van de doc­u­men­taire twee weken niet te draaien om dan daags nadi­en op die besliss­ing terug te komen. De VRT beloofde voorzichtiger om te sprin­gen met de muziek van de arti­est. Indi­en er toch muziek van hem gedraaid zou wor­den, zouden ze deze voorzien van duid­ing en wijzen op het debat dat momenteel rond zijn figu­ur heerst. Vol­gens Sofie Van Bauwel, pro­fes­sor media- en gen­der­stud­ies aan de UGent, is dit de cor­recte han­del­swi­jze, al heeft ze ook begrip voor radio­p­re­sen­ta­toren die voor zichzelf beslis­sen om the King of Pop aan de kant te lat­en staan: “Duid­ing geven is absolu­ut de juiste aan­pak. Cen­su­ur is nooit wenselijk, maar een omroep moet vrij kun­nen zijn om een bepaald stand­punt in te nemen en desnoods maa­trege­len, zoals een boy­cot, te tre­f­fen. Ook radiomak­ers hebben het recht om, indi­en zij zich moreel belem­merd voe­len, een bepaalde arti­est de rug toe te keren, aangezien ook hun pro­gram­ma een vorm van kun­st en zelf­ex­pressie is. Net als de cura­toren in musea bepalen ze enkel wat je te zien of te horen kri­jgt, ze geven geen antwo­ord op de vraag of we die kun­st al dan niet moeten ver­w­er­pen.” Die vraag wordt aan de con­sument overge­lat­en en is dus alles­be­halve makke­lijk te beant­wo­or­den.

Cen­su­ur is nooit wenselijk, maar een omroep moet vrij kun­nen zijn om een bepaald stand­punt in te nemen en desnoods maa­trege­len, zoals een boy­cot, te tre­f­fen.

De afstand tussen kunst en artiest

Nu, als men besluit niet te cen­sur­eren, schilder­i­jen te lat­en hangen en geen films van Net­flix te ver­wi­jderen rijst de vraag: hoe kijken we dan naar het werk in kwest­ie? Is het ethisch ver­ant­wo­ord het nog goed te vin­den, is het belan­grijk om de cre­atie van de arti­est te schei­den? Is dat über­haupt mogelijk?

Kun­st ontleent haar beteke­nis voor een groot deel aan haar ontstaanscon­text en maatschap­pelijke rel­e­vantie die het in zich draagt. Puur inten­tion­eel bekeken is het dus onmo­gelijk om kun­st en kun­ste­naar te schei­den, aangezien kun­st een prod­uct is van de ver­beeld­ing en visie van de kun­ste­naar. Een onlos­make­lijk ver­band tussen bei­de hoeft echter niet te beteke­nen dat de kun­ste­naar vereen­zelvigd dient te wor­den met de kun­st die hij of zij pro­duceert. “Er zijn heel wat arti­esten die naar ver­lu­idt ver­schrikke­lijke per­so­n­en waren,” zegt Van Bauwel, “wat niet meteen betekent dat je daarom hun kun­st moet vero­orde­len. Het werk van Pablo Picas­so getu­igde soms ook van niet al te veel vrien­delijkheid tegen­over de vrouwen in zijn omgev­ing en daar­naast kon hij in het dagelijks lev­en ook vrij agressief uit de hoek komen. In de con­text van van­daag kijken we op een andere manier naar die zak­en, maar ik denk dat je een onder­scheid moet mak­en tussen de meester­w­erken van Picas­so en de per­soon zelf.”

Het lijkt voor de hand te liggen dat de mate waarin een werk voortvloeit uit de dubieuze moraal van de arti­est een belan­grijke fac­tor kan zijn in het al dan niet kri­tisch bek­ijken van die kun­st. Regis­seur Woody Allen heeft zijn voorkeur voor jonge meis­jes niet heel suc­cesvol onder stoe­len of banken kun­nen steken en ook doorheen zijn oeu­vre is het wis­pel­turig behan­de­len van jonge vrouwen een rode draad. Ook bij de kun­st van Jan Fab­re, die vee­lal gebruik maakt van naak­theid, is deze link aan­wezig. Bij anderen kan de verbind­ing tussen hun werk en het grensover­schri­j­dend gedrag waar­van die beschuldigd wordt min­der sterk te zijn. De mate van inter­fer­en­tie tussen mak­er en werk is even­wel niet alti­jd even duidelijk en tast­bare lij­nen zijn moeil­ijk te trekken, zo stelt Van Bauwel: “Het is heel moeil­ijk om de bewee­gre­de­nen en de bewuste en onbe­wuste gedacht­en die hebben aangezet tot het mak­en van een cul­tu­ur­prod­uct te bepalen. We kun­nen dan ook niet met zek­er­heid zeggen of een cul­tu­ur­prod­uct als een direct gevolg kan gezien wor­den van de moraliteit van de kun­ste­naar. Daar komt nog eens bij dat de fan­tasie van een indi­vidu nog alti­jd vrij staat en dat we dat zek­er moeten vri­jwaren, wat niet betekent dat we daar geen ethisch oordeel over kun­nen hebben. Iemand die toegeeft dat hij fan­taseert over het mis­bruiken van mensen, lat­en we dat als maatschap­pij toe?”

Iemand die toegeeft dat hij fan­taseert over het mis­bruiken van mensen, lat­en we dat als maatschap­pij toe?

De moraliteit van de menselijke expressie

Hoe dan ook, in de huidi­ge samen­lev­ing is het onmo­gelijk iets ‘niet meer te weten’. Zodra je een blik werpt op een schilder­ij of een lied hoort van een kun­ste­naar of zanger die in opspraak is gekomen, is het onver­mi­jdelijk dat je onbe­wust terug­denkt aan het debat omtrent die per­soon. Zo beïn­vloedt het immorele gedrag van de kun­ste­naar het kunst­werk, omdat we gewoon­weg niet in staat zijn het los te kop­pe­len van elka­ar. Kun­st is een emo­tionele belev­ing: het gaat om wat we voe­len wan­neer we het waarne­men, op dat eigen­ste moment en het is moeil­ijk om ons abstract waardeo­ordeel over de kun­st daar­van te schei­den.

Menselijke expressie draagt dus zo goed als alti­jd een zekere vorm van moraliteit met zich mee en het is aan de con­sument om die op een hoogst indi­vidu­ele manier te inter­preteren en te beo­orde­len. Elk geval is ver­schil­lend en elk per­soon­lijk gevoel is anders, waar­door het van niet te onder­schat­ten belang is dat men zelf reflecteert en voor zichzelf uit­maakt welke auteur men op zijn leesli­jst of welke arti­est op zijn Spo­ti­fy-playlist zet. “Als er per­so­n­en zijn die bepaalde kun­st niet meer willen zien, dan is dat zek­er begri­jpelijk en dan moeten die mensen dat vooral gaan doen,” stelt Van Bauwel, “maar er zijn ook mensen die dat veel makke­lijk­er kun­nen loskop­pe­len, wat ook geen prob­leem is. We zijn daar als maatschap­pij heel erg zoek­ende in en we moeten dat vooral bli­jven doen.” Van Bauwel zelf pleit voor een gulden mid­den­weg: “Bij som­mige mensen is het alles of niets, maar je kan ook per­fect de kun­st bli­jven waarderen, ter­wi­jl je de moraal van de mak­er ervan ver­w­er­pelijk vin­dt. Daar­bij is nog een ver­schil tussen iemand die gerechtelijk vero­ordeeld is voor grensover­schri­j­dend gedrag en iemand die in de media met de vinger wordt gewezen door enkele col­le­ga’s.”

#Metoo als historisch anker

Ver­dor­ven kun­ste­naars zijn van alle tij­den, Car­avag­gio had een moord op zijn geweten, Pablo Neru­da een verkracht­ing en ook Picas­so was niet alti­jd de vrien­delijkheid zelve tegen­over de vrouwen in zijn buurt. Van­daag zijn deze fig­uren, of toch hun kun­st, amper gecon­tes­teerd. Men zou dan kun­nen denken dat, als we er maar genoeg tijd lat­en over­heen gaan, we bin­nenko­rt opnieuw zon­der nadenken cul­tu­ur­pro­ducten van kun­ste­naars als Michael Jack­son gaan con­sumeren. Het lijkt immers logisch dat een grotere tijd­saf­s­tand lei­dt tot his­torische onnauwkeurigheid en ver­min­derd kri­tisch denken. Vol­gens Van Bauwel is echter niet het onthouden van de feit­en belan­grijk, maar wel het erken­nen van wat de beweg­ing die in het zog van #MeToo vol­gde heeft teweegge­bracht en hoe deze fun­da­menteel ver­schil­lend van aard is. “Wat nu gebeurt, is iets anders dan de nor­male veront­waardig­ing in het verleden tegen­over het gedrag van een aan­tal kun­ste­naars. Dit is een belan­grijk keer­punt omdat het zo mas­saal is. Het gaat om gedrag dat in een gehele samen­lev­ing in vraag wordt gesteld. Het is nog veel te vroeg om het te stellen, maar ik denk dat dit een anker­punt is in het maatschap­pelijk nadenken over relaties en ver­houdin­gen tussen man en vrouw. Er groeit een ethisch kad­er waarbin­nen men kan sen­si­bilis­eren, excessen kan bestri­j­den en regels kan opleggen, zelfs aan per­so­n­en met macht. Dit nieuwe kad­er zal men dan ook effec­tief in de prak­tijk gaan omzetten. Zo ontston­den er heel wat meld­pun­ten in diverse sec­toren en richtte toen­ma­lig Vlaams min­is­ter van Cul­tu­ur en Media Sven Gatz de ombus­func­tie voor grensover­schri­j­dend gedrag op.”

Neen, er is in dit artikel niet bewust aan name­drop­ping gedaan. De vele voor­beelden die zijn aange­haald waren absolu­ut noodza­ke­lijk om de vele nuances die in dit ver­haal bestaan te ver­duidelijken. De dis­cussie is ein­de­loos, maar daarom niet nut­teloos, inte­gen­deel. “We moeten puzze­len om een manier te vin­den waarop we ermee omgaan, juist omdat het zo’n per­soon­lijke kwest­ie is en het om indi­vidu­ele, morele, esthetis­che en sociale gren­zen gaat. We moeten daarover bli­jven debat­teren en daar­naar bli­jven zoeken. We zeggen best niet: ‘Hier hebben we een kad­er en alles past daarin’, want dat helpt nie­mand. Als samen­lev­ing die groeit en veran­dert moeten we daarover bli­jven nadenken.”