Meer Playmobil op straat!


Vandaag denk ik aan ons speelgoed, de prullaria van mijn drie broers en mijzelf. Het meeste is sinds enkele jaren keurig opgeborgen in onze berging, de rest is weggegeven aan kronkelende kinderen. De zorgeloze speelmiddagen zijn rustig aan het vervagen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/09/2024 – 6:26 door Ada Art

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Plas­tic dieren, rub­beren zwaar­den en kassa’s waarmee je deed alsof. Speel­go­ed­voor­w­er­pen zijn herken­bare zak­en besprenkeld met glit­ter. Ook in het grote­mensen­leven vin­den we die vertrouwde objecten terug. De spullen die we vroeger link­ten aan ons warme nest, zijn nu niet meer onschuldig. Vaak kri­j­gen de vertrouwde voor­w­er­pen een ver­schuiv­ing in gevoel­swaarde.  

Neem bijvoor­beeld een Play­mo­bil poli­tiewa­gen. Al loeiend racete ik met het voer­tu­ig van de keuken tot aan de woonkamer. Sjezend over het par­ket om de boef, een pluizen­bol, te van­gen. Sinds de vier­wiel­er naar de kringloop­winkel is gede­por­teerd, bezorgt hij me geen dolle namid­dag meer. Nu wor­den politiecombi’s niet bestu­urd door mijn mol­lige kinder­hand, maar door knapen die na een oplei­d­ing van een jaar een revolver op hun heup dra­gen. Een korps waar­van som­mige medew­erk­ers te snel naar de knup­pel in hun achterzak graaien om vre­de­volle protes­tanten op te ruimen. Waar door Play­mo­bil een vredi­ge namid­dag ontsp­root, sla­gen poli­tiemensen erin om een vijandi­ge relatie op te bouwen met jon­geren. Een Play­mo­bil poli­tiewa­gen in kun­st­stof­gran­u­laat zorgde als kind voor samen­horigheid. De ijz­eren vari­ant zorgt te vaak voor verdeeld­heid. Ik besluit: meer Play­mo­bil op straat!

 

Mensen in de put van het buiten­sporige kap­i­tal­isme zien tuime­len en geen genoe­gen meer zien nemen met het won­der­mooie alledaagse, maakt me bedroefd

 

Daar­naast hebben we kaste­len. Ze wor­den ons in sprook­jes en Ketnet-televisieprogramma’s ingele­peld als tri­om­fan­telijk en bewon­derenswaardig. Dé zoge­naamde droom van elk onwe­tend prins­essen­meis­je. Ook wij had­den een roze exem­plaar, geves­tigd op de rode, ronde salontafel. De afgelopen jaren is het roze miniatu­ur­voor­w­erp in mijn gedacht­en door een ver­g­root­ma­chine gekropen. Nu huist Marc Coucke erin. Mijn houd­ing tegen­over toren­hoge rijk­dom is niet posi­tief. Als ik eerlijk mag zijn, ver­af­schuw ik het. Mensen in de put van het buiten­sporige kap­i­tal­isme zien tuime­len en geen genoe­gen meer zien nemen met het won­der­mooie alledaagse, maakt me bedroefd. De mens heeft veel nodig, dat ontken ik niet. Maar vier golfvelden met syn­thetisch gras behoren daar niet toe, vrees ik.

Ik koester de heimwee naar mijn speel­goed­da­gen tot in mijn vinger­top­pen, waarmee ik zorgvuldig de pop­pen in het kas­teel ver­plaat­ste. Met diezelfde vinger­top­pen lees ik van­daag de kran­ten vol hartver­scheurend nieuws. Ik verneem gruwe­len die zich voltrekken met met­al­en kogels, een mate­ri­aal dat niet vaak gebruikt wordt bij speel­go­ed. Al hangend aan mijn moed­ers rok troggelde ik vroeger speel­go­ed­wa­gens en kaste­len van haar af. Nu loop ik er met wijd ges­perde ogen in een boog omheen. Vind je dat niet vreemd?