Maaltijden resto’s worden duurder


Vanaf dit jaar zou de formule waarmee de prijzen van de restomaaltijden van de UGent bepaald worden, veranderen. Op korte termijn betekent dat een prijsstijging die voor een groter deel gedragen wordt door de consument. Oftewel, de student.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2022 – 20:21 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nog meer dan bib­lio­theken en leslokalen lijken de resto’s de plekken bij uit­stek waar stu­den­ten, maar ook per­son­eel­sle­den, en masse samenkomen. De reden lijkt logisch: waar anders vind je een warme maalti­jd voor min­der dan 5 euro? Of een kom soep voor min­der dan 1 euro? Toch zullen we vanaf dit jaar niet meer het­zelfde betal­en als vroeger – of ten­min­ste niet meer op dezelfde manier.

De bedra­gen die in de resto’s gevraagd wor­den voor warme gerecht­en, soep, brood­jes en salades, wor­den hoe dan ook elk jaar aangepast. Op basis van de aankoop­pri­jzen van de voed­ing en de gezond­hei­dsin­dex wor­den deze pri­jzen om de zoveel tijd herzien. Nu zou er echter een meer fun­da­mentele wijzig­ing plaatsvin­den, namelijk een van de for­mule zelf waarmee die pri­js berek­end wordt.

Wan­neer je de zeer intel­li­gente keuze maakt om je mid­dag- of avond­maal in een stu­den­ten­resto te nut­ti­gen, betaal je voor (bij wijze van voor­beeld) een zeer begeerd bord gar­naalkroket­jes 4,90 euro – als je een geldige stu­den­tenkaart tevoorschi­jn kan tov­eren, natu­urlijk. Om tot die voordelige pri­js te komen rekent de UGent 75 % van hun kost voor de maalti­jd – de ‘food­cost’ – door aan de con­sument. Daar voegt die dan een (geïn­dex­eerde) vaste toe­lage van 2,45 euro aan toe. Ook bij soep wordt 75 % van de food­cost doorg­erek­end, maar met een toe­lage van slechts 22,6 euro­cent. Voor belegde brood­jes en koude scho­tels wordt slechts 50 % van de food­cost doorg­erek­end, en zijn de toes­la­gen respec­tievelijk 1,68 en 2,54 euro.

In de nieuwe for­mule zouden er van alle pro­ducten 75 % van de food­cost doorg­erek­end wor­den

Naast de food­cost draait de UGent natu­urlijk ook op voor de andere kosten die gepaard gaan bij het beheer van de resto’s, waaron­der de personeels‑, energie- en onder­houd­skosten. Die vor­men samen de volledi­ge kost­pri­js van de maalti­jd. De kosten die niet in de pri­js van de maalti­jd ver­vat zit­ten, wor­den gedekt door de sociale toe­lage van de Vlaamse over­heid. 

Door­dat niet alleen de voed­sel­pri­jzen, maar ook de andere kosten sti­j­gen, dekt de huidi­ge for­mule een lager deel van de kosten dan in de jaren voor­di­en. Om dit beter te kun­nen opvan­gen zou de uni­ver­siteit die for­mule graag herzien. In de nieuwe for­mule zal bij alle pro­ducten 75 % van de food­cost doorg­erek­end wor­den. Ook de hoeveel­heid toe­lage dat gerek­end wordt, zou veran­deren om de sti­j­gende aard van kosten voor arbeid en energie verder op te kun­nen van­gen. Bij de brood­jes (1,40 euro) en salades (1,80 euro) wor­den die goed­kop­er, bij de warme gerecht­en (2,70 euro) en soepen (0,30 euro) liggen ze hoger. De toe­la­gen wor­den mee geïn­dex­eerd met de gezond­hei­dsin­dex. Het begeerde bord gar­naalkroket­ten zal nu 5,85 euro kosten. Aan het begin van het tweede semes­ter zou deze pri­js echter kun­nen veran­deren, aangezien de lever­anciers van UGent om het half­jaar hun pri­jzen mogen index­eren.

De nieuwe regeling lei­dt ertoe dat een hoger aan­deel van de kosten gedra­gen wordt door de con­sument

De nieuwe regeling lei­dt ertoe dat een hoger aan­deel van de kosten gedra­gen wordt door de con­sument. Zo zou de pri­js van de gar­naalkroket­ten bij behoud van het oude sys­teem 5,60 euro bedra­gen. De brood­jes, die onder­ling van pri­js ver­schillen, zouden met de nieuwe regeling gemid­deld 2,89 euro kosten, tegen­over 2,68 euro met de oude for­mule.

De her­vorm­ing van de pri­js­for­mule werd al goedgekeurd door de Sociale Raad en het Bestu­urscol­lege. Ondanks de late samenkom­sten van deze orga­nen, omwille van het zomer­reces, is de ambitie toch om de pri­jswi­jzig­ing al vanaf de eerste dag van het acad­e­mie­jaar in te voeren. Er zal echter eerst onder­han­deld moeten wor­den met de vak­bon­den, en het is niet zek­er dat die de hernieuwde regeling zullen zien zit­ten.