Maalstroom


Ik ver­moed dat ik niet de enige ben die soms een intens moment van zel­fre­flec­tie bezigt. Het zou mij in feite ten stel­lig­ste ver­bazen. Je kent het wel, zo’n moment waarop je in je zetel geploft een doc­u­men­taire bek­ijkt of met mat­en jezelf ver­ant­wo­ord naar de pleuris ligt te zuipen in een kitscherig café om dan…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/10/2019 – 18:22 door Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik ver­moed dat ik niet de enige ben die soms een intens moment van zel­fre­flec­tie bezigt. Het zou mij in feite ten stel­lig­ste ver­bazen. Je kent het wel, zo’n moment waarop je in je zetel geploft een doc­u­men­taire bek­ijkt of met mat­en jezelf ver­ant­wo­ord naar de pleuris ligt te zuipen in een kitscherig café om dan uit het niets gecon­fron­teerd te wor­den met een buiten­pro­por­tion­eel exis­ten­tiële vraag en een halve aha-erleb­nis. Of je kent het niet. Soit, ik vroeg mij onlangs af wat ik in god­snaam met mijn lev­en aan het doen ben.

Het is een vraag die elk van ons al eens over­vallen heeft. Het is een soort vraag die ver­lam­mend werkt als je er té lang bij stil­staat. Wat te doen met je lev­en? Je veron­der­stelt dat daar een wil aan ver­bon­den is, een soort plan­matigheid die ervoor moet zor­gen dat je eind de zes­tiger jaren niet ver­valt in stag­nerende wan­hoop. Het logis­che ver­volg van die vraag is een vol­gende vraag, namelijk wat je dan in feite wilt. Ik meen mij te herin­neren dat ik ‘alles kan wor­den wat ik wil’, wat ini­tieel zeer hoopvol klinkt, maar waar­van de oneindi­ge keuzes mij van­daag aanstaren als een soort veelkop­pige Hydra met vli­jm­scherpe tanden en bloed­door­lopen ogen.

Wil an sich

Vroeger was het sim­pel­er. Eerst wou je brandweer­man zijn en lat­er kwa­men kon­ing te rijk, dok­ter en de beste advo­caat van het land. Negen kansen op tien dat je op een bepaald moment mensen wou helpen vanu­it een soort altruïstis­che naïviteit die vaak met kleine kinderen wordt geas­so­cieerd. In een zoek­tocht naar wat men wilt, dreigt men op lat­ere leefti­jd echter snel te ver­vallen in extreme ide­alen die in se voor iedereen nas­trevenswaardig zijn, maar daarmee niet min­der onhaal­baar. Alomte­gen­wo­ordighe­den als ‘liefde’ en ‘inner peace’ impliceren al snel zelfliefde, wat op zijn beurt gegenereerd wordt door aan­name van ver­ant­wo­ordelijkhe­den en ver­zorg­ing van lichaam en ziel. Klinkt een­voudig genoeg, zou je goedgelovig kun­nen denken, maar niets is min­der waar. Je herkent dat ideaal miss­chien van de tal­loze moti­va­tion­al speek­ers die je op YouTube kan vin­den. Het is zeer bevreem­dend om te besef­fen dat ze ergens wel een punt hebben, hoe sterk mijn dedain er tegen­over ook moge zijn. Het klinkt naar alle waarschi­jn­lijkheid wel bek­end in de oren, de eeuwige teneur dat je niet mag hopen op dat éne moment, maar zelf de veran­derin­gen in je lev­en moet ver­wezen­lijken, hoe oneer­lijk die ook moge zijn. Dit dan zeer over­dreven gebracht met de nodi­ge flair, drama­tis­che muziek en grootschalige cin­e­matografie van een land­schap met jog­ger.

In zo’n wereld is de lange ter­mi­jn een arte­fact van het verleden

Ik ver­moed dat ik uren heb ver­daan aan het bek­ijken van speech­es en prek­ers die mijn lev­en zouden ver­beteren met hun woor­den en hun charis­ma. We herin­neren ons alle­maal nog Shia LaBeouf ‚die schree­uw­erig de mil­len­ni­als berispt omwille van het feit dat ze zich gedra­gen als blèrende bloemza­kken en dat ze ‘het gewoon moeten doen’. Pun­t­je komt echter bij paalt­je, en op het einde van de dag heb ik iro­nisch genoeg nog maar eens een paar uur verk­wist aan prat­en over en luis­teren en zoeken naar de heilige moti­va­tionele graal. Wake up you couch pota­to, that doesn’t exist!

Facilitatie van uw luiheid

De meeste ‘wil’ die mensen zichzelf voor­leggen is vaag en vaak door de indi­viduen zelf, die ermee komen filosofer­en, onbe­grepen. De weini­gen die voor­bij het con­ceptuele kun­nen denken en hun wil kun­nen omzetten naar vrij toe­ganke­lijke prax­is, stu­iten op hun beurt op het feit dat de definiëring van die wil je daar nog niet brengt. Doorzettingsver­mo­gen is een ver­loren kun­st in onze gen­er­atie. Ver­s­ta me wel, ik heb het over langeter­mi­jn­sam­bities die een mens dwin­gen uit zijn of haar com­fort zone te kruipen en te streven naar een onbek­ende, nieuwe ‘ik’. Ikzelf pleit eve­neens schuldig.

We zijn een gen­er­atie gewor­den die, zon­der zelf eigen­lijk veel oorza­ke­lijke schuld te dra­gen, teert op een zekere vorm van lui­heid; alles is instant, alles met een swipe bin­nen ons hand­bereik. Laat het vooral niet te lastig zijn. Symp­toom hier­van vind je terug in heden­daagse ped­a­gogie, waar elke vorm van stress en straf geme­den moeten wor­den en we vooral iedereen moeten faciliteren en de obstakels moeten ver­wi­jderen. Je creëert mensen die verwacht­en dat hun wil zich zal mate­ri­alis­eren voor hun ogen. We kweken indi­viduen die bang zijn om ‘op hun muil te gaan’, ter­wi­jl we allen nochtans rotsvast geloven in het principe van ‘vallen en weer opstaan’, zodat je kan leren uit je fouten en bove­nal kan evolueren en groeien. In zo’n wereld is de lange ter­mi­jn echter een arte­fact van het verleden en een ver­meende irrel­e­vantie gewor­den.

Niet-willen

De angst voor het onbek­ende, doch wenselijke, kan gro­ten­deels her­leid wor­den tot het feit dat wij gewoon­te­beestjes zijn die vast­geroest zit­ten in het heden­daagse bek­ende. Streven naar een ideaal is beangsti­gend, omdat we ons huidi­ge lev­en ervoor zouden moeten opgeven. Puur werken náár iets vergt voor de absolute meerder­heid, in onze gen­er­atie miss­chien nog meer dan andere, ook veel interne kracht en moed. Als ik naar de feit­en kijk zoals ze zich zo filmisch en drama­tisch voor mijn ogen uit­spe­len, dan zie ik dat er iets mist voor velen. Iets willen is niet langer genoeg en de hard­vochtigheid is ver­wa­terd.

Die degout jegens stag­natie is als een maal­stroom van niet-willen

Wat als je echter, mede door de erken­ning dat sim­pel­weg ergens naar­toe werken ongelooflijk moeil­ijk is, probeert wég te werken van dat heden­daagse? Ergens heen, maar tegelijk­er­ti­jd ergens van­daan, zodat je niet enkel getrokken wordt door ambitie, maar ook afge­duwd wordt van de gewoontes waarin je vast­geroest zit. Uitein­delijk wenst nie­mand zichzelf stag­natie toe. ‘Groeien is geluk’, dat is waarschi­jn­lijk het enige dat na al die moti­vatiefilm­p­jes logisch lijkt. Nie­mand wilt niet groeien. Stag­natie creëert bij­na een degout van je huidi­ge zelf die als pro­pel­lor kan dienen, die je moti­vatie kan pushen tot prak­tis­che han­delin­gen in plaats van con­tinu te rumineren. Stag­natie houdt je vast, voedt de ver­domde gewoonte van niets-doen. Die degout jegens stag­natie is als een maal­stroom van niet-willen die je visie onver­mi­jdelijk in het onbek­ende dwingt, weg van het­geen je reeds kent en als ongewenst erkent. Stel het je voor als een ruimtesonde die na afvuren eerst een rotatie rond de aarde maakt – een ini­tieel ver­keerde richt­ing – om dan gebruik te mak­en van de zwaartekracht die het naar zijn doel zal flikkeren aan ongeziene snel­he­den. Weliswaar met aster­oï­den op de baan, die berek­end ontweken kun­nen wor­den.

We willen alle­maal op een goede plaats eindi­gen. Het bekt miss­chien erg filosofisch en melo­drama­tisch, maar we moeten dur­ven toegeven dat we bang zijn voor dat einde. We willen iets gedaan hebben, we willen gew­erkt hebben, we willen eind die zes­tiger jaren met trots kun­nen terugk­ijken en miss­chien nog wel hoopvol een blik vooruit wer­pen. Om Ryan Gosling te citeren uit ‘The Note­book’: ‘What do you want?!’. Of miss­chien beter: ‘What do you not want?’.