LONGREAD: Prof Préféré: Stijn Baert


Die ene van historische kritiek, die andere van biomechanica en ook nog dingske van verbintenissenrecht. De UGent barst van de intrigerende professoren. Wie zijn ze en wat doen ze? Maar vooral: wat drijft hen precies? Een exclusieve kijk in de wereld van onze Prof Préféré.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:40 door Vin­cence De Gols­Femke Van Durme

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sti­jn Baert (34) is pro­fes­sor aan de UGent en de UAntwer­pen. Hij doet onder­zoek in het brede veld van de arbei­d­sec­onomie en is geregeld te gast in televisieprogramma’s als ‘Terza­ke’ en ‘De Afspraak’. Wij voer­den met de man gezel­lig thuis een uitvo­erig gesprek.

Een ide­ale vraag om mee te begin­nen: hoe voel je je op dit moment?

“Als ik mijn tevre­den­heid hier en nu op een schaal van 0 tot 10 moet plaat­sen, dan zou ik voor een 5 of 6 gaan. Ik ben relatief tevre­den op dit moment, maar dat kan van­mid­dag veran­deren naar een 3 of een 8. Ik kan mij op één dag vaak heel ver­schil­lend voe­len. Naar­mate ik oud­er word, ervaar ik meer sta­biliteit in die insta­biliteit; ik weet dat die schom­melin­gen er zijn. Wan­neer ik slecht ges­lapen heb bijvoor­beeld, of de week nadat het win­teru­ur is inge­gaan. Dan weet ik al dat ik me neer­slachtiger zal voe­len en me daarover geen zor­gen hoef te mak­en. Ik heb ermee leren lev­en en ik weet dat het ook wel weer over gaat. In de bredere peri­ode van mijn lev­en zou ik nu op dezelfde schaal 8 of 9 zeggen. Ik heb niet het gevoel dat het ooit leuk­er is geweest. Ik vond mijn stu­den­ten­pe­ri­ode nochtans ook cool, maar dat gevoel van sta­biliteit in mijn schom­melin­gen had ik toen niet. Die pieken waren veel extremer en daar zou ik niet meteen naar terug willen.”

“Naar­mate ik oud­er word, ervaar ik meer sta­biliteit in die insta­biliteit. Ik weet dat die schom­melin­gen er zijn”

Stel dat je van­daag opnieuw begint aan een oplei­d­ing, welke zou je dan kiezen?

“Ik zou ver­moedelijk niet het­zelfde doen (Burg­er­lijk Inge­nieur en Economis­che Weten­schap­pen, red.). Burg­er­lijk Inge­nieur vond ik een erg mooie oplei­d­ing, maar ik gebruik liev­er wiskunde voor mensweten­schap­pelijke prob­le­men dan voor tech­nis­che uitdagin­gen. Wat ik wél meteen opnieuw zou doen, is zeven jaar stud­eren. Ik ben twee maal GSR-voorzit­ter (Gentse Stu­den­ten­raad, red.) geweest, heb Stu­dent Kick-Off opges­tart en zetelde vier jaar lang in de Raad van Bestu­ur namens de stu­den­ten. Ik heb enorm veel gehad aan mijn stu­den­ten­leven. Dat zou ik niet willen teruggeven door maar vier jaar te stud­eren. Ik zou dus zek­er opnieuw twee richtin­gen com­bineren. Han­delsin­ge­nieur miss­chien, dat is iets mensweten­schap­pelijk­er dan Burg­er­lijk Inge­nieur. En daar­na Filosofie of Poli­tieke Weten­schap­pen. In dat laat­ste zie ik mezelf in een vol­gend lev­en nog onder­zoek doen. Een beet­je wat Bram Wouters, een col­le­ga uit de Pol&Soc, nu doet.”

Is er een eigen­schap die je zelf niet of in min­dere mate hebt en je wel zou willen bezit­ten?

“Ik zou heel graag wat meer sociale energie hebben. Als ik een keer naar een recep­tie ben geweest, dan heb ik genoeg praat­jes gehad voor een hele week. Dat zou ik graag anders willen. Vooral wan­neer ik mensen tegenkom die ik heel graag heb, geeft hun dat soms het gevoel dat ik ze niet waardeer. Ik kom bijvoor­beeld vaak in het stu­den­ten­restau­rant, maar loop mensen dan vlug voor­bij met een halve ‘goeiedag’. Op zulke momenten zou ik graag een min­u­ut langer de sociale energie hebben om dat con­tact waarde­vol te mak­en. Een beet­je min­der soci­aal gecon­stipeerd zijn, eigen­lijk.”

“Ik wil wel graag een anti-netwerk­er bli­jven. Mensen die over­al met iedereen gaan babbe­len in de hoop dat die gesprekken hun ooit iets zullen oplev­eren vind ik ver­schrikke­lijk. Ik steek die tijd en energie veel liev­er in mensen die me écht boeien.”

Welke app gebruik je het meest op je smart­phone? 

“Ik heb nog zo’n bak­steen­tele­foon. (lacht) Ik heb ooit een smart­phone gehad, maar die heb ik weggedaan omdat ik over­prikkeld was. Wan­neer ik van mijn bureau naar de bakker­ij liep, gewoon het Sint-Pieter­splein over, was ik onder­tussen mijn mails nog aan het check­en. Hier­mee kan je alleen maar smsen of bellen, en dan is de keuze snel gemaakt. Ik sms vrij veel, ook omdat bellen me veel energie kost. Ik heb wel een tablet, en daarop maak ik vrij veel gebruik van YouTube. Daarop staat een playlist voor onder de douche, bijvoor­beeld. In een eerdere reeks in Scham­per vertelde ik al dat ik nogal fan ben van de eerste acht seizoe­nen van ‘FC De Kam­pi­oe­nen’ en die kan ik er ook gratis op bek­ijken.”

Geloof je in God, een god­heid of een hogere macht?

“Eigen­lijk ben ik daar niet zoveel mee bezig. Ik kom uit een eerder katholieke omgev­ing, dus dat zit wel ergens in mij, maar ik ben alti­jd te ration­eel geweest om echt te geloven in die ‘God’. Hoe zou het kun­nen dat de ene groep het beter weet of doorheeft dan de andere? Dat vond ik alti­jd een raar gegeven. Het boed­dhisme vind ik wel een toffe stro­ming. Ik doe aan mind­ful­ness en ACT (Accep­tance and Com­mit­ment Ther­a­py, red.), een vorm van mind­ful­ness waar je meer met waar­den werkt, en die deels voorkomt uit het boed­dhisme. De afbeeld­ing van Bud­dha vind ik een veel inspir­eren­der gegeven dan afbeeldin­gen van andere religieuze fig­uren. Die straalt veel rust uit en bevat waar­den zoals liefde­volle vrien­delijkheid, die ik echt inter­es­sant vind.”

Wat is jouw ide­ale manier om het week­end te begin­nen?

“Bij mij is dat vrij een­voudig. Bij de Super­ette een gra­nen­brood kopen en dat dan voor twee der­den ope­ten tij­dens het lezen van de kran­ten. En dan dat laat­ste één derde ins­meren met choco voor mijn lief. (lacht) Ik ben nogal een gewoonte­di­er, dus ik hoef niet alles gezien of beleefd te hebben en niet over­al ter wereld geweest te zijn. Ik vind het veel inter­es­san­ter om in Gent of Brus­sel rond te hangen. Ont­bi­jten en de krant lezen, dat is voor mij ideaal. Dat mag elke zater­dagocht­end zo zijn.”

“Ik ben nogal een gewoonte­di­er. Ont­bi­jten en de krant lezen, zo mag elk week­end begin­nen”

Wat appre­cieer je elke dag? Waar ben je elke dag dankbaar voor?

“Mensen die authen­tiek zijn. Zij die de woor­den ‘what you see, is what you get’ waar­mak­en. Van mij mag iemand heel ambitieus of heel beschei­den zijn, zolang ze dat maar ten volle zijn. Ik probeer alti­jd mezelf te zijn en me niet aan te passen aan hoe anderen vin­den dat ik zou moeten zijn. In Scham­per dur­ven zeggen dat ik mij inder­daad verdiep in ‘F.C. De Kam­pi­oe­nen’ bijvoor­beeld, en dat ik dat eigen­lijk het best best­ede belast­inggeld aan cul­tu­ur ooit vind (lacht).

Wie is/zijn je held(en) in het echte lev­en?

“Ik vind mensen snel held­haftig. Mensen die suc­cesvol zijn, maar zichzelf niet té au sérieux nemen. Mensen mogen van mij wel gerust de ruimte vullen met hun flair. Liev­er wat te veel per­soon­lijkheid dan geen per­soon­lijkheid, denk ik dan. 

Isabel Albers, redac­tiedi­recteur van Medi­afin, is voor mij een heldin. Zij heeft De Tijd omgevor­md van een krant met een stof­fig ima­go tot het huidi­ge merk waar ook jon­geren zich weer mee iden­ti­fi­ceren. En toch is ze tegelijk­er­ti­jd com­pleet pre­ten­tieloos. Ook Geert Noels heb ik de afgelopen maan­den leren ken­nen als iemand die naast heel suc­cesvol ook heel een­voudig en gevoelig is, wat ik prachtig vind. 

“Als ik nadenk over collega’s waar ik naar opkijk, dan komt één iets alti­jd terug. Het zijn mensen die alle­maal uit­blinken in zow­el onder­wi­js als onder­zoek, alsook maatschap­pelijke dien­stver­len­ing: de drie kern­tak­en van de uni­ver­siteit. Ik kijk op naar collega’s als Koen De Boss­chere, Wouter Duy­ck, Petra De Sut­ter en Ive Marx. Zij zijn voor mij tegelijk­er­ti­jd helden en voor­beelden.”

Waar­voor mag men jou ’s nachts wakker mak­en?

“Iedereen die goed voor me is en me nodig heeft, mag me ‘s nachts wakker bellen. Ik ben niet zozeer een grote gev­er, maar wel een grote teruggev­er. Als iemand spe­ciale moeite voor mij doet of voor mij kiest wan­neer het er echt om gaat, dan zal ik ervan geni­eten om hem of haar min­stens even­veel terug te geven. Loy­aliteit is voor mij echt een kern­waarde. Ik heb een grote harde schi­jf in mijn hoofd voor al wie me kansen gaf.”

“Mensen die authen­tiek zijn, appre­cieer ik heel erg. What you see, is what you get

Welk citaat of welke woor­den zijn jou alti­jd bijge­bleven? Waar leef je naar?

“Toen ik een kind was zei mijn mama regel­matig: ‘Je mag niet neerk­ijken op mensen.’ Naast loy­aliteit en authen­ticiteit is anti­s­no­bisme even­zeer een kern­waarde voor mij. Het is ook heel dom om neer te kijken op anderen omdat men soms vergeet dat je exact even ster­fe­lijk bent als degene op wie je neerk­ijkt. Boven­di­en zal er alti­jd wel iemand zijn die suc­cesvoller of rijk­er is, waar­door deze mensen om pre­cies dezelfde reden zouden moeten neerk­ijken op jou. Mijn mama had het eigen­lijk volledig bij het juiste eind.” 

Doe je op dit moment waar je alti­jd al van droomde?

“Als kleuter beant­wo­ordde ik de vraag wat ik lat­er wou wor­den met ‘kon­ing’. Nadi­en wou ik apothek­er wor­den, tot ik chemie kreeg in het mid­del­baar. (lacht) Daar­na is het lang ongedefinieerd gebleven. Vanaf mijn laat­ste jaren als stu­dent en wan­neer ik ging doc­tor­eren, sprak pro­fes­sor wor­den mij echt wel aan. Mijn huidi­ge job is een droomjob om twee rede­nen. Ten eerste doe ik alleen maar din­gen die ik graag doe. Al is het prob­leem miss­chien dat ik té veel din­gen graag doe, en daar­door mezelf soms ver­lies. De tweede reden is dat ik het geluk heb om dit te kun­nen doen aan de UGent. Ik heb heel veel kansen gehad in mijn stu­den­ten­leven, waar­door ik veel aan deze instelling te danken heb. Mede daar­door is mijn liefde voor de UGent enorm gegroeid. Voor mij is de UGent niet alleen de beste uni­ver­siteit van Bel­gië – vanzelf­sprek­end (lacht) – maar ook de enige die er echt toe doet.”

 

Volg pro­fes­sor Baert op Twit­ter via @Stijn_Baert.