Levende, glibberige, soepele worsten met ogen


Slangen leefden al in de tijd der dino's. Wereldwijd zijn er zo'n 3500 soorten. Tegenwoordig zijn ze echter vaker te zien in België. Hieronder volgt een mooi lijstje van inheemse soorten die je wel eens tegen het lijf kan lopen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/05/2022 – 21:12 door Ibe Braeck­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De gladde slang

De gladde slang of Coro­nel­la aus­tri­a­ca is een niet-giftige slang. Ze is licht­bru­in tot gri­js van kleur, met op de rug twee rijen met vlek­jes. Het is een slanke slang die 80 cm lang kan wor­den. Ken­merk­end voor deze slang zijn de gladde schubben, de zwart­bru­ine streep aan weer­sz­i­j­den van de kop, de gele ogen en ronde pupil. Door de ronde pupil onder­schei­dt deze niet-giftige slang zich van de giftige. Ze lust graag kleine knaagdieren en ook tegen nestjon­gen van vogels die op de grond broe­den zegt ze geen nee. In Vlaan­deren heeft deze slang een uit­ge­spro­ken voorkeur voor droge ter­reinen zoals hei­dege­bieden, bosran­den en zand­groeven, of zelfs spoor­weg­taluds en stenige hellin­gen. Als je deze slang doet schrikken door bijvoor­beeld ‘boe’ te roepen, zal ze blik­sem­snel bijten, maar zo’n beet is niet gevaar­lijk.

De gevlekte ringslang

De gevlek­te ringslang of Natrix hel­veti­ca is bij ons de meest voorkomende slang. Deze slang is niet giftig en komt uit de fam­i­lie van de gladde slang. Ze is een gespierde slang die zich relatief snel kan ver­plaat­sen op het land. Ze is ook een goede zwem­mer. Meestal zwemt ze met de kop boven water, maar ze kan ook pri­ma duiken. De slang is overdag actief en jaagt langs het water op kikkers en sala­man­ders. De prooien wor­den nooit gewurgd, maar in één keer lev­end verz­wol­gen waar­bij de kop eerst wordt inges­likt. De vele naar achteren gerichte tand­jes dienen om de kleine prooi vast te houden en niet om te malen. De gevlek­te ringslang is niet gevaar­lijk voor mensen, maar heeft wel degelijk gif­tanden. De slang is sterk aan water gebon­den van­wege haar aquatis­che lev­enswi­jze en wordt zelden ver uit de buurt van een water­bron gespot.

De adder

De adder of Vipera berus is een giftige, vrij zwaarge­bouwde, gedron­gen slang met een korte staart, een brede driehoekige kop en een opval­lende zigza­gteken­ing op de rug. Deze slang kan tot 65 cm lang wor­den. Op het menu van de adder heeft de mens geen plaat­sje. Ze eten vooral muizen, hagedis­sen en nestjon­gen van grond­broe­dende vogels en amfi­bieën. Hier­door zijn adder­beten heel zeldza­am. Als je toch gebeten wordt, zal je er nor­maal gezien niet van ster­ven, maar als je ze vergelijkt met de andere twee slan­gen, zit er hier wel een addert­je onder het gras! Het gif zal namelijk inslaan op het bloed­vaten­s­telsel, waar­door je heel mis­selijk kan wor­den. In Vlaan­deren leeft de adder in hei­dege­bieden. De belan­grijk­ste Vlaamse pop­u­latie leeft op het mil­i­taire domein ‘Het Groot Schi­etveld’ in Brecht-Wuust­wezel. Ook zijn er al enkele ont­dekt in de Kalmthoutse Hei­de.