Kwantumdots and don’ts


Drie onderzoekers kregen in oktober de Nobelprijs voor de chemie voor hun onderzoek naar kwantumdots. Ook wetenschappers aan de UGent onderzoeken ze. Professor Zeger Hens legt uit.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2023 – 7:12 door Zita-Luna De SmaeleR­obin Chan­Ti­na Mor­thi­er

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe zou u kwan­tum­dots uit­leggen aan de gemid­delde stu­dent? 

“Ik maak de vergelijk­ing met muziekin­stru­menten, waar­bij lan­gere snaren op een gitaar een andere toon geven dan korte gitaarsnaren. Kwan­tum­dots zijn geen snaren natu­urlijk, maar hele kleine kristal­let­jes van een bepaald mate­ri­aal, zoals stof­fen die cad­mi­um bevat­ten . Als je die aanslaat, komt er geen gelu­id uit, maar wel licht. Sla je steeds kleinere kristallen aan, dan ver­schuift het licht vol­gens de kleuren van de regen­boog, van rood naar blauw. Bij muziekin­stru­menten kan je dus een hele waaier van toon­hoogtes gener­eren door de lengte of de grootte van het instru­ment te veran­deren, en wij kun­nen een hele waaier aan kleuren gaan mak­en door de grootte van het object, het nanokristal, te wijzi­gen. Die kwan­tum­dots kun­nen we dan ook gaan men­gen om een­der welk kleuren­spec­trum te mak­en.”

“Als we mensen willen aans­poren om min­der energie te ver­bruiken, moeten we ze ook een beter prod­uct aan­bieden”

Wat zijn de toepassin­gen van kwan­tum­dots in het dagelijkse lev­en? 

“Kwan­tum­dots wor­den voor­namelijk gebruikt in beeld­scher­men, waar­door ze energie-effi­ciën­ter en beter zijn. Beter in de zin dat ze een veel bred­er kleuren­palet hebben. Een gewoon beeld­scherm maakt wit licht, maar om kleuren te mak­en, moet je rood, groen en blauw kun­nen men­gen. Dat doen ze door wit licht tegen te houden en enkel een stuk­je blauw, groen of  rood door te lat­en. Dus ze mak­en heel veel licht om er dan maar een klein deel van te gebruiken. Kwan­tum­dots kun­nen, afhanke­lijk van hun grootte, zuiver blauw, groen, of rood licht gaan uit­stralen. En ook enkel die kleur. Hier­door kun­nen we meer kleuren mak­en en wordt het beeld­scherm ook energie-effi­ciën­ter, omdat al het licht meteen de juiste kleur heeft. Als we mensen willen aans­poren om min­der energie te ver­bruiken, moeten we ze ook een beter prod­uct aan­bieden.”

“Over enkele jaren zal er een infra­rood­de­tec­tor in je smart­phone zit­ten”

“Wij werken met camera’s die niet-zicht­baar licht capteren en die via sen­soren infra­roodlicht kun­nen waarne­men. Zo kri­jg je een bred­er palet aan kleuren, die wij met onze ogen niet kun­nen zien, maar die chemis­che infor­matie meegeven. Dat kan voor heel veel din­gen belan­grijk zijn, een zel­fri­j­dende auto moet bijvoor­beeld het onder­scheid kun­nen mak­en tussen een plas­tic zak en een steen op de weg. Met zicht­baar licht is dat niet een­voudig, maar met infra­roodlicht is dat heel makke­lijk. Als je als con­sument bijvoor­beeld wil kijken of het fruit in de super­markt al over datum of gekneusd is, zou dat bin­nen enkele jaren kun­nen met de short­wave-infra­rood­de­tec­tor ver­w­erkt in de cam­era van je smart­phone. Kwan­tum­dots kun­nen licht uit­stralen, maar het omge­keerde is ook mogelijk. Je kan licht dat erop invalt omzetten in een elek­trische span­ning en die bepalen.”

Hoe wor­den de kwan­tum­dots gemaakt?

“Daar heb je veel mogelijkhe­den. De kwan­tum­dots waar de Nobel­pri­js voor zijn toegek­end, zijn de zoge­naamde col­loï­dale kwan­tum­dots, die wor­den gemaakt als een soort inkt. Je wil in dit geval heel veel, heel kleine kristallen. Een voor­beeld van een kristal is keuken­zout dat bestaat uit natri­um en chloor die op een heel regel­matige manier zijn gerangschikt. Waar het bij kwan­tum­dots om gaat, is dat je ook zo’n kristal­li­jn mate­ri­aal maakt, maar op nanoschaal. Een ander voor­beeld is een sneeuwvlok­je. Daar­bij streef je ernaar om heel veel sneeuwvlokken te mak­en uit een bepaalde hoeveel­heid water en niet naar twee sneeuwvlokken die al het water opge­bruiken. Vaak heb je wed­stri­j­den waar­bij zo’n groot mogelijk kristal gevor­md wordt. Wij doen eigen­lijk het omge­keerde en proberen zoveel mogelijk heel kleine kristal­let­jes mak­en. Een nanokristal is miss­chien tien of twintig atom­en lang, breed en diep. Dus je hebt een object waar in totaal 500 of 1000 van die atom­en gerangschikt moeten wor­den. In het syn­the­se­pro­ces moet je ervoor zor­gen dat je heel veel kiemen maakt van zo’n kristal­let­je, maar die kiemen nauwelijks kun­nen door­groeien. In eerste instantie gaan er miss­chien tien of twintig atom­en samenkomen. Eens dat gebeurd is, mogen ze nauwelijks verder groeien. We willen ze niet veel grot­er hebben dan die afmetin­gen, omdat je dan effecten kri­jgt.”

Wat is uw rol pre­cies in het onder­zoek naar kwan­tum­dots? 

“Wij ontwikke­len hier nieuwe syn­thesemeth­od­es, daarin hebben we wel wat impact gehad. De meeste kwan­tum­dots zijn gebaseerd op cad­mi­um. Die hebben een aan­tal voorde­len, maar cad­mi­um is heel tox­isch en wordt niet gebruikt in de EU. Wij hebben een alter­natief ontwikkeld. Daar­naast doen we veel rond spec­tro­scopie, waar­bij we onder­zoeken hoe kwan­tum­dots met licht inter­ageren, hoe ze het absorberen en terug uit­stralen. Ten slotte doen we heel veel werk rond licht­bron­nen en infra­rood­sen­soren. We ontwikke­len en analy­seren ze op basis van kwan­tum­dots. We proberen dus het hele pro­ces te door­lopen, van syn­these tot chemis­che en fysis­che analy­ses en uitein­delijk ook het gebruik.”

Een vogelt­je heeft ons inge­fluis­terd dat u een fer­vent fietser bent. Wat is uw favori­ete route?

“Mijn favori­ete route ligt in Cen­traal-Ital­ië. Cam­po Imper­a­tore, dat is een hoogvlak­te in de Apen­ni­j­nen en het is mijn favori­ete plek. Het is daar heel mooi.”