Kotgenoten from hell


Kotgenoten: ze zijn niet vies van muzikale nachten, lichaamssappen op de meest bizarre plaatsen en afwashopen met een gebruikelijk schimmellaagje. Voor pendelaars wellicht eerder onbekend, maar voor de pechvogels onder ons, de kotbewoners, een bikkelharde realiteit.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 24/10/2022 – 16:49 door Lynn Dekeyser

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het pottenmysterie & de frituurvetaffaire

De gemeen­schap­pelijke keuken is de plaats bij uit­stek waar erg­ernissen vroeg of laat de kop opsteken. Net toen Brent (22), stu­dent han­del­sweten­schap­pen, zijn lev­en wou beteren en voor een keer de Brug links liet liggen, gebeurde het ondenkbare. “Ik wou op een dag pas­ta koken. Ik ga naar onze keuken, maar al de pot­ten en pan­nen zijn weg. Ik heb echter écht wel zin in pas­ta en absolu­ut geen zin om die ergens te gaan halen, dus ga ik een voor een op alle deuren van het kot gaan aan­klop­pen om te vra­gen waar in hemel­snaam al het kookgerief is. De andere kotgenoten weten natu­urlijk ook van niets. Vreemd. Uitein­delijk kom ik hele­maal boven bij de laat­ste twee kamers aan, en wat zie ik daar op de gang staan? Min­stens vijf gebruik­te pot­ten, pan­nen en een oven­schaal, en natu­urlijk waren die nog smerig van vorig gebruik. Ik neem twee pot­ten mee naar de keuken en was ze dan maar uit omdat ze echt vies zijn (ze ston­den daar duidelijk al een tijd­je). Daar­na stu­ur ik een kwaad bericht­je in de groep­schat dat – je raadt het nooit – iedereen uitein­delijk genegeerd heeft.”

“Een kotgenoot heeft eens gebruikt fritu­urvet in een kom gegoten en bij het prop­er gerief gezet”

– Sarah

Niet alleen gebruik­te pan­nen, pot­ten en een spo­radis­che oven­schaal doen de gemoed­eren al eens hoog oplaaien. Ook met gebruik­te kom­met­jes heeft Sarah (22), stu­dente bio-inge­nieur, geen al te beste ervarin­gen: “Een kotgenoot van mij bakt keivaak bana­nen of fri­eten in fritu­urvet. Die kotgenoot heeft eens gebruikt fritu­urvet in een kom gegoten en daar­na terug in de kast gezet bij de propere kom­met­jes. Die staan niet op ooghoogte, dus je kan onmo­gelijk zien wat er inz­it. Omdat het bij de propere schaalt­jes staat, ga ik er natu­urlijk ook van uit dat daar gewoon niets in zit. Nietsver­moe­dend neem ik een kom­met­je uit de kast ter­wi­jl ik een volledig witte out­fit aan­heb, en dat bleek dus al snel gevuld met gebruik­te fritu­urolie, met alle­maal van die gore bru­ine en zwarte brokken in. Die fritu­urolie kletst daar natu­urlijk alle­maal uit – alle­maal op mij. Dus ja, die witte out­fit is voor de vuil­nis­bak, want dat zijn vet­plekken die je er niet meer uitkri­jgt.”

Luidruchtige buren

Kotgenoten met onhy­giënis­che keuken­manieren zijn één ding, maar luidruchtige kotgenoten mogen ook zek­er niet onder­schat wor­den. Vraag het maar aan Alexan­der (19), die toegepaste taalkunde studeert: “Op een don­derda­gnacht lig ik rustig te slapen op mijn kot, tot mijn boven­bu­ur plots het geweldige idee heeft om rond een uur of vier ’s nachts luid dis­co­muziek te begin­nen afspe­len. Ik ga in mijn pyja­ma de trap op om aan te klop­pen en te vra­gen de muziek stiller te zetten. Ik kom daar aan, klop op de deur en wacht even. Er gebeurt niets. Dan hoor ik plots twee stem­men van alles tegen elka­ar feze­len, zoals ‘Ik ga niet open­doen’. Ik bli­jf aan­klop­pen, maar er bli­jft niets gebeuren. Tien minuten lat­er sta ik nog steeds aan die deur te klop­pen, staat de muziek nog alti­jd luid en heeft er nog alti­jd nie­mand opengedaan. Uitein­delijk doet mijn kotgenoot toch open en vraag ik om de muziek stiller te zetten, wat die gelukkig ook doet. De dag erna is het enige wat die tegen mij zegt: ‘Je had ook gewoon een bericht­je kun­nen sturen.’ ”

“Het meest gebruik­te woord? Si si sii­ii!

– Judith

Con­clusie: of je nu fan bent van sev­en­ties-dis­co­muziek of niet, soms wil een mens gewoon slapen. Een goede nachtrust was Judith (21), die aan de fac­ul­teit Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen studeert, echter ook niet gegund: “Ik had een Spaanse kotgenote die op uitwissel­ing was en een half jaar naast mij verbleef. Mijn bed stond toe­val­lig net naast haar bed, maar dan met zo’n super­dunne muur ertussen, zo een­t­je die pre­cies van kar­ton gemaakt is. Nu wil het toe­val dat zij een Ned­er­lands lief had, die ook vaak langskwam. Alle­maal leuk en wel, maar ik denk dat ze bei­den een iet­wat hoge seks­drive had­den. Ik heb namelijk vaak nacht­en wakker gele­gen van een Spaanse en een Ned­er­lan­der die seks had­den enkele cen­timers van mij van­daan. Het meest gebruik­te woord? Si si sii­ii!

Werke­lijk elke kot­stu­dent leeft dus wel samen met een gor­tige, schree­uw­erige of miss­chien zelfs klep­toman­is­che kotgenoot. Denk je van niet? Dan ben jij het miss­chien wel.