Kort


Ik heb je gemist. Er wordt gevist, gewacht op een antwo­ord, een zucht. Ik heb je gemist op de Hal­loween­ster­renkijkavond, Verenig­ing voor Natu­urkunde, 27/10. Uren heb ik ges­taard, gegaapt, gespied en getu­urd. Ik heb je gezocht in het hemelvocht en de ster­ren. Zo hard als ik kon bli­jven staren, door mijn wim­pers bli­jven kijken naar de lucht.…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/10/2016 – 21:21 door Suzanne Grootveld

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik heb je gemist. Er wordt gevist, gewacht op een antwo­ord, een zucht. Ik heb je gemist op de Hal­loween­ster­renkijkavond, Verenig­ing voor Natu­urkunde, 27/10. Uren heb ik ges­taard, gegaapt, gespied en getu­urd. Ik heb je gezocht in het hemelvocht en de ster­ren. Zo hard als ik kon bli­jven staren, door mijn wim­pers bli­jven kijken naar de lucht. Tot mijn gezicht pijn deed van het aanspan­nen van mijn oogle­den. Mijn leden en het lij­den, tot er fijngeknepen, dunne lijn­t­jes rond mijn ogen gevor­md waren. Wellicht ston­den de ster­ren niet gun­stig die avond, was jij mij vanaf de andere zijde aan het bespieden. 

Waar was je tij­dens het Lopen rond de water­sport­baan, VTK, 31/10. Uren heb ik gelopen, gerend, gedraafd en gehold. Ik heb je gezocht langs de water­rand en bij het grasland. Zo hard als ik kon bli­jven lopen, de steen­t­jes in mijn schoe­nen ops­parend. Tot mijn benen trilden en beef­den van het ver­snellen, iedereen inge­haald. Het zweet gut­stend over mijn voorhoofd, tot het zout prik­te aan mijn mond­hoeken. Wellicht had jij je ver­stopt achter één van de bomen, mij aan het toelachen vanu­it de bosjes. 

Ik heb je niet gezien op de Can­tus der bio-inge­nieurs, VLK, 31/10. Uren heb ik mijn lon­gen eruit gezon­gen, mijn stem te horen gebracht en gek­weeld. Ik heb je gezocht tussen de lin­ten en drinkbek­ers. Zo hard als ik kon mijn stem­ban­den lat­en trillen, geef mij nog een pint, can­tor. Tot mijn hoofd ervan duizelde, mijn even­wicht zoek. Tot mijn spraakver­mo­gen wegviel en ik niks anders kon pro­duc­eren dan schorre tonen. Wellicht heb ik niet hard genoeg gezon­gen, was jij van een ander gezelschap aan het geni­eten.

Zo hard als ik kon heb ik gezocht op de Open­ings­fuif, Kun­sthis­torische kring, 02/10. Uren heb ik gedanst, gezwierd, bewogen en gekro­nkeld. Ik heb je gezocht tussen de rit­misch zwe­tende lichamen en bewe­gende tor­so’s. Zo hard als ik kon bli­jven bewe­gen, gezwe­gen, om me heen gekeken. Tot mijn oren suis­den van de muziek en mijn ogen moe waren van het licht. Wellicht heb ik niet hard genoeg gedanst, wellicht stond jij ergens anders naar mij te lonken.

Als laat­ste heb ik je gemist op de Pok­er­avond, VGK, 03/10, god­ver wat heb ik je gemist. Uren heb ik gebluft, opgeschept en geblaaskaakt. Ik heb je gezocht tussen de fich­es en de strakke gezicht­en. Zo hard als ik kon mijn emoties achter­wege proberen houden, mij niet pri­js gegeven. Tot mijn wan­gen kramp kre­gen en mijn tra­nen niet meer te bed­win­gen waren. Wellicht moet ik geduld hebben, stop­pen met zoeken. Jou op mij af lat­en komen.