Kort


Ik schrik wakker uit een dag­droom. Met een luide knal land ik op de veel te harde stoe­len in audi­to­ri­um NBII. Het gevoel in mijn zitvlak had ik een hal­fu­ur gele­den al ver­loren. Ik strek mij uit. Kijk om mij heen. Onbek­ende gezicht­en staren ern­stig naar voren. Ik begin te fan­taseren over de onbek­ende harten…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/02/2017 – 19:34 door Suzanne Grootveld

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik schrik wakker uit een dag­droom. Met een luide knal land ik op de veel te harde stoe­len in audi­to­ri­um NBII. Het gevoel in mijn zitvlak had ik een hal­fu­ur gele­den al ver­loren. Ik strek mij uit. Kijk om mij heen. Onbek­ende gezicht­en staren ern­stig naar voren.

Ik begin te fan­taseren over de onbek­ende harten die bij deze onbek­ende gezicht­en horen en fan­taseer waar deze onbek­ende harten sneller van gaan klop­pen. Wellicht wil een onbek­end hart hier eigen­lijk liev­er hele­maal niet zit­ten en de boeken opgeven. Mogelijk­er­wi­js zoekt een ander onbek­end hart passie en affec­tie, is het aan het over­we­gen om te gaan speed­dat­en in de Ago­ra op 1 maart (VTK, VLK, VLAK) of naar de Crazy dat­ing goliarde (6 maart, Delta, VTK) te gaan. Tegen­over elka­ar, klamme han­den, zullen de onbek­ende ogen elka­ar even ern­stig aanstaren. Hopelijk zit­ten de stoe­len daar beter. Is het al bij­na pauze? Mijn rug begint op te spe­len.

Nieuws­gierig kijk ik verder om mij heen. Een rij naast mij zie ik een onbek­end been heftig op en neer wip­pen, ik hoor een onbek­ende nies. Ik fan­taseer over de onbek­ende lichamen die bij de onbek­ende gezicht­en horen. Eén met te lange armen, wellicht. Een win­ter­buik­je, een bier­buik­je anders. Een­t­je die net iets te veel zweet. Een­t­je met stinkvoeten. Harige tenen. Zouden deze lichamen zwem­men in het GUSB (2 maart, Home Bertha). Of anders Muurk­lim­men (2 maart, Bleau, VGK)? Een pot­je bad­minton (4 maart, GUSB, InSAG) miss­chien?

Opnieuw draai ik verder in mijn stoel, ook mijn nek begint mij nu te pijni­gen. Mijn nieuws­gierige blik wordt ontweken, de blikken bli­jven even strak. Ik fan­taseer over de onbek­ende gedacht­en die bij deze onbek­ende gezicht­en horen. Zijn deze onbek­ende gedacht­en aan het oplet­ten wat er in de les aan het gebeuren is, of zijn ze – net zoals ik – aan het dromen? Ik zou ze geen ongelijk geven. Miss­chien denken ze na over het nacht­spel in het oude Gent  (8 maart, VPPK)?

Ik draai mij terug om, kijk weer recht voor me uit. Kram­p­en begin­nen doorheen mijn benen te trekken. Ik heb nog vijf minuten, dan kan ik hier weg. Dus denk ik nog even na over alle onbek­ende gezicht­en die met mij in het audi­to­ri­um zit­ten. Ik maak een sim­pele reken­som en tel de onbek­ende gezicht­en op bij hun onbek­ende harten samen met hun onbek­ende lichamen en onbek­ende gedacht­en. De uitkomst is een geheel onbek­end mens. De les is voor­bij, ik stel mij ein­delijk recht. Ter­wi­jl het bloed weer actief door mijn lichaam kan stromen loop ik naar buiten toe. Ik denk nog vluchtig na over alle onbek­enden, tot ik jouw bek­ende gezicht in de verte zie.