Kort


Aan de muur hangt een maand­kalen­der met op een kinder­lijke manier een datum omcirkeld en kruis­jes naar­mate die datum nadert. Eerst vol­gt een week quar­an­taine (je slaap­kamer, de komende zeven dagen) gevuld met een ork­est aan hoesten dat soms vergezeld wordt door een steek op een schi­jn­baar willekeurige en ver­rassende plaats in je borstkas. Daar­na wordt…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/03/2020 – 23:30 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Aan de muur hangt een maand­kalen­der met op een kinder­lijke manier een datum omcirkeld en kruis­jes naar­mate die datum nadert. Eerst vol­gt een week quar­an­taine (je slaap­kamer, de komende zeven dagen) gevuld met een ork­est aan hoesten dat soms vergezeld wordt door een steek op een schi­jn­baar willekeurige en ver­rassende plaats in je borstkas. Daar­na wordt het aftellen, en hopen dat er niet weer een per­scon­fer­en­tie (Wet­straat, een god­de­loos laat uur op de avond) naar buiten komt. Want post­coro­nati­jd (over­al, alti­jd) wordt geweldig. Het wordt een tijd van ver­loss­ing, com­pen­satie en wiedergut­machung. Ik ben mijn excus­es ver­schuldigd aan een abstract con­cept. ‘Buiten’ gaf me alles wat ze me kon geven en ik heb haar genegeerd. Ik had er voor haar kun­nen zijn, want zij was er alti­jd en voort­durend voor mij. Zodra we herenigd zijn rep ik me naar de bloe­men­winkel en koop ik haar en mij een boeket om te vieren. Daar­na ga ik fit­nessen (Jims, Basic Fit of Sta­di­um, sint-jut­temis) om er op mijn best uit te zien voor haar, want ver­vol­gens ga ik zwem­men (Blaarmeersen, een mooie lentedag) in mijn schat­tig­ste polka­dot­biki­ni. Het weerzien met de buiten­wereld bevat ook een reünie met mensen. Oh mensen, wat heb ik jul­lie aan­wezigheid onder­schat. Een Dis­cord­chat (elke avond, het hoek­je in huis met de beste wifi) of een stream van de les (te weinig maar tegelijk ook te vaak, in foe­tushoud­ing op de grond) is niet het­zelfde als een babbel op een choco­lade­date (Mayana, wan­neer je eigen­lijk in de les zou moeten zit­ten). Je kijkt van aan het tafelt­je vooraan naar de mensen in de Sint-Pieter­snieuw­straat, gehaast en ver­zonken in gedacht­en. Als de honger gestild is in de choco­lade­bar of op restau­rant – want zelfs het voed­sel van thuis kan je uitein­delijk beu wor­den – moet ook de andere honger gestild wor­den: de huid­honger. Ik boek een mas­sage (het schoonhei­dsin­sti­tu­ut, op een bizar uur omdat de rest al vol­ge­boekt is).  Het is nog even wacht­en op deze utopie. We zit­ten alle­maal op dezelfde manier opges­loten, op een net iets andere manier op een andere plaats. Maar we wacht­en geduldig. En we wacht­en samen, apart.