Kort


Stille waters hebben diepe gron­den. Dat zei jij toen je het uit­maak­te op de There­sia­nen­brug. We had­den daar afge­spro­ken. Je noemde het neu­trale grond. Onze adem vor­mde wolk­jes en we waren stil. Jij rustte met je rug tegen de brugle­un­ing, ik stond erover gebo­gen. Jouw woor­den wogen zwaar op mijn ruggen­graat. Het waterop­per­vlak onder ons was…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/10/2016 – 16:26 door Shau­ni De Gussem

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Stille waters hebben diepe gron­den. Dat zei jij toen je het uit­maak­te op de There­sia­nen­brug. We had­den daar afge­spro­ken. Je noemde het neu­trale grond. Onze adem vor­mde wolk­jes en we waren stil. Jij rustte met je rug tegen de brugle­un­ing, ik stond erover gebo­gen. Jouw woor­den wogen zwaar op mijn ruggen­graat. Het waterop­per­vlak onder ons was onroerend en glad en weer­spiegelde de gri­jze lucht fout­loos. Om de bit­tere smaak uit mijn mond te kri­j­gen, spuwde ik naar bene­den en zag hoe de rimpels zich ein­de­loos verder bewogen en de spiegel door­brak­en. We had­den elka­ar ont­moet op de Elec­tion Night, Vlaamse Economis­che Kring, 8/11. Tussen de Trump­maskers en de Clin­ton­vlag­jes voelde ik jouw blik steeds vluchtig naar mij toe gaan. Ik wachtte op jou om iets te zeggen. Maar dat deed je niet. En toen ik je wilde zoeken, was je ineens weg. Alsof het lot het wilde, zagen we elka­ar lat­er terug in één van de cafés die ik bezocht met de Kroe­gen­tocht, Kun­sthis­torische Kring, 10/11. Je zei niet veel. Een stil type. Maar je had iets waar ik niet weg van kon bli­jven. We gin­gen op date. Het gratis vat, Gentse Far­ma Kring, 14/11 stelde ik voor. Jij haalde je per­fect gevor­mde neus op. Jen­ev­erkubb, Geografi­ca, 14/11 dan maar. Jij ging voor het eerst mee naar mijn kot na de Graven­steen­feesten, 16/11 en ik was in een roes. Het lev­en was schoon. Jij was schoon. De seks was schoon. Dan ineens ston­den we op die fuck­ing brug en zei je dat je je bedenkin­gen had. Alti­jd al had gehad. Dat de seks niet fan­tastisch was. Dat het niet klik­te. Dat je niet verder wilde. Ik kwam uit de lucht gevallen. Je leek gelukkig. “Stille waters hebben diepe gron­den.” Iemand fiet­ste voor­bij en reed over een ver­hoog­je in de tegels. Het kleine ringe­lende tik­je van de fiets­bel ver­lengde zich tot een hoge toon in mijn hoofd. Je wilde weg­gaan. Alles was gezegd voor jou. Op het einde van de brug hield ik je tegen. Ik draaide je om en legde mijn han­den ted­er op je nek. Je keek me ver­ward aan. Ver­vol­gens begon ik te duwen. Ik voelde je lucht­pi­jp en dacht aan alle keren dat ik naar je hals ges­taard had en hem geproefd en gero­ken had. Ik voelde je haar en je oorschelp en je schokkende rug en dacht aan die keren toen je klaark­wam. Ik voelde hoe je probeerde terug te vecht­en, maar door de ver­rass­ing restte je nog weinig energie. Ik stopte ste­nen van de waterkant in je zakken en duwde je het water in. Je zonk stil­let­jes weg, tot je te diep was om je nog te zien. Ik bleef kijken tot de rimpels aan het waterop­per­vlak uitgedi­jd waren. De gri­jze reflec­tie was terug. Geen bries­je. Geen gelu­id. Geen jij. Stille waters hebben diepe gron­den. Gelukkig maar.