Kort


Wie twi­jfelt, is zek­er van de twi­jfel. De twi­jfel is uw vriend, hij zal er alti­jd voor u zijn. Toch probeer ik zo veel mogelijk zek­er te zijn, en waar het even kan ook anderen uit de twi­jfel te helpen. Ze zeggen tegen mij: “Oei, par­don, ik dacht dat u iemand anders was.” Dat klopt, ik…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/02/2018 – 9:12 door Ele­na De Bac­quer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wie twi­jfelt, is zek­er van de twi­jfel. De twi­jfel is uw vriend, hij zal er alti­jd voor u zijn. Toch probeer ik zo veel mogelijk zek­er te zijn, en waar het even kan ook anderen uit de twi­jfel te helpen. Ze zeggen tegen mij: “Oei, par­don, ik dacht dat u iemand anders was.” Dat klopt, ik ben iemand anders. Ze zeggen tegen mij: “Cavia’s herken­nen mensen aan hun stem.” Dat kan best zijn, en zo zal ik jou waarschi­jn­lijk herken­nen op de Com­e­dy Night (Chem­i­ca, 28 feb­ru­ari). Toch slaat ook bij mij de twi­jfel soms toe. Laatst kwam ik Fred­erik tegen op de trein. Ik zei: “Mijn God, Fred­erik, zijt gij dat? Wat voor een belache­lijke kleren hebt gij aan.” “Ik ben Fred­erik hele­maal niet”, zei deze Fred­erik. “En maar goed ook!” lachte ik. “Die jon­gen is een klootzak.” Ik meende het. “Ik heb geen idee waar ge het over hebt”, antwo­ordde hij. “Ge moogt het hem gerust zeggen hoor, als ge hem ziet. Hij lijkt als twee drup­pels water op u.” Hij is ook groot en verve­lend, wilde ik zeggen, als een Viking. Ik veron­der­s­tel dat alle Vikin­gen op elka­ar lijken, maar wie daar bewi­jzen van wil zien, moet naar Start to be a Viking (Vlaamse Dier­ge­neeskundi­ge Kring, 6 maart) gaan. Hij keek me aan en zei: “Ik ken hem niet en heb hem nog nooit gezien.” Nu wist ik niet meer wat te denken. Was deze als Fred­erik klink­ende en uitziende jon­gen dan toch niet Fred­erik? Ondanks zijn tegen­wer­pin­gen en de onwaarschi­jn­lijkheid dat hij hier zou zijn, kon ik dat niet geloven. Op dit tijd­stip traint hij nor­maal gezien voor een van zijn excen­trieke sporten, zoals Bumper­ball (Her­mes, 8 maart). Miss­chien was dit ook wel een Fred­erik, maar met een andere naam. Er is alti­jd wel ergens een Fred­erik die u belache­lijk wil mak­en. “Maar ik herken uw stem toch!” wierp ik tegen. “Cavia’s herken­nen mensen ook zo”, zei hij pedant. “Ik weet het.” Ik dacht even na. “Gij zijt een rare ker­el.” Hij was een rare ker­el. Ik besloot niet meer te twi­jfe­len, wat wou zeggen dat ik zek­er moest zijn. Ik besloot dan maar om zek­er te zijn, en dan wel van het feit dat dit niet Fred­erik was. Het was op die dag dat ik de twi­jfel defin­i­tief achter mij liet. Ik heb geen zor­gen, ang­sten of prob­le­men meer. Ik weet alti­jd wat te doen, en als ik het niet weet, ben ik daar ver­domd zek­er van. Ik ben Fred­erik nooit meer tegengekomen, en zo is het lev­en prachtig.