Kort


“Geef me verzen die werve­len als warme zomer­stor­men.” “Ik heb alleen maar naak­te zin­nen, kale bomen in koud win­ter­licht.” “Geef me dan woor­den, zacht en del­i­caat, broos als dauw.” “Mijn woor­den wer­den al lang gele­den uit m’n mond gehaald.” “Leg je vinger op mijn lip­pen en streel mijn ogen open, fluis­ter mij gedacht­en toe en…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/12/2017 – 8:34 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“Geef me verzen die werve­len als warme zomer­stor­men.” “Ik heb alleen maar naak­te zin­nen, kale bomen in koud win­ter­licht.” “Geef me dan woor­den, zacht en del­i­caat, broos als dauw.” “Mijn woor­den wer­den al lang gele­den uit m’n mond gehaald.” “Leg je vinger op mijn lip­pen en streel mijn ogen open, fluis­ter mij gedacht­en toe en wees de muze voor mijn epos, ons oneindi­ge ver­haal.” “We proberen alle­maal van onze petites his­toires Grote Ver­halen te mak­en.” “Geef me een veer­tig­stem­mige poly­fonie tij­dens The Sun­rise Mass (GUK, 6/12 en 7/12), violen in het alle­gret­to, kussen in da capo en een fuga tij­dens het GUSO con­cert (Chris­tus Kon­ingk­erk, 5/12, De Bijloke, 8/12, DeSin­gel, 10/12), duizen­den fre­quen­ties die mijn lijf door­boren, vibr­eren in mijn bloed.” “Ik ben niets meer dan de stilte tussen de noten.” “Ga dansen met mij, laat alleen nog de kracht van ons lichaam spreken, een brok energie, spi­er en pees, vergeet de rede tij­dens de dansles Ball­room en Latin (Gentse Uni­ver­si­taire Dan­sclub, 14/12). Neem me vast, zo dicht dat mijn hart klopt in jouw borst.” “Je hart is niet sterk genoeg om mijn ver­dri­et te dra­gen.” “Geef me dan nog een laat­ste keer de kinder­lijke betover­ing, die inge­houden span­ning die explodeert in gelukza­ligheid bij de aan­blik van knis­perend papi­er, kleine lam­p­jes, grote ogen, de geur van specu­loos en choco­la tij­dens het Sin­terk­laaskran­sje (Moed­er Theepot, 6/12) en momenten die voor even alti­jd tijd­loos lijken.” “Ik ben die donkere schim die koud kijkt naar het licht door besla­gen ramen.” “Geef me de hartver­scheuren­dende schoonheid van de tragedie.” “Alle ware schoonheid is tragisch.” “Schenk me wijn, Mer­lot, Bor­deaux, Pinot, Lam­br­us­co, en breng me bier, zodat we kun­nen zwel­gen in amberkleurige hon­ing tot een waanzin­nig delir­i­um waarin heel het hee­lal omge­keerd staat en de wereld aan onze voeten ligt op de Gentse Mas­sacan­tus (Flan­ders Expo, 13/12).” “Het lev­en heeft mij al neerges­la­gen.” “Geef me je tra­nen, er moeten tra­nen zijn, regen­drup­pels die schit­teren als ster­ren­stof, want zelfs een woesti­jn is niet bestand tegen zond­vloed.” “De woesti­jn is enkel de berg­plaats van mijn gebeente.” “Geef me dan alleen maar jou.” “Geef je me dan eerst mezelf?”