Kort


Ik kan me haar naam niet meer herin­neren. Dat is ook niet belan­grijk. Ik heb haar ont­moet tij­dens de the­ater­voorstelling Far­falle (Matrak, 9/5). Onze ogen von­den elka­ar toen ik luid verkondigde hoe over­rat­ed post­mod­ernisme is. Ze is met me naar huis gegaan omdat ik aan­bood haar sigaret­ten te kopen. Ze had ongelooflijk par­mantige borstjes. We…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 28/04/2017 – 23:11 door Shau­ni De Gussem

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik kan me haar naam niet meer herin­neren. Dat is ook niet belan­grijk. Ik heb haar ont­moet tij­dens de the­ater­voorstelling Far­falle (Matrak, 9/5). Onze ogen von­den elka­ar toen ik luid verkondigde hoe over­rat­ed post­mod­ernisme is. Ze is met me naar huis gegaan omdat ik aan­bood haar sigaret­ten te kopen. Ze had ongelooflijk par­mantige borstjes. We dronken goed­kope whisky en had­den drie keer seks die nacht. Naakt lagen we naast elka­ar en staar­den naar de sigaret­ten­rook die ik naar het pla­fond blies. Toen vertelde ze dat ze een vuurvlin­dert­je wilde zijn omdat die vrij zijn. We hebben nog ver­schil­lende keren seks gehad in de dagen erna. We zagen elka­ar op de Jen­ev­er­avond (Scald­is, 10/5), op de Bier­bowl­ing (VGK, 11/5) en op de Tijger­feesten (Stu­den­ten­fan­fare, 13/5). Ik dronk veel, maar mijn alco­holisme was geworteld in exis­ten­tiële onverzadig­baarheid ter­wi­jl ander alco­holisme uit kwets­baarheid is. Niet dat van mij. Ik weet gewoon dat ik op een dag doo­dga. Maar er kwam een moment waarop ze me niet meer terugsms’te en ik weet niet waarom. Ik dwaalde doel­loos door Gent en zag een stad­spel (Moed­er Dom­per, 17/5) en een rib­bet­je­savond (Deliria, 17/5), maar het deed me niets. Ik voelde niets. Ik ging een slecht ver­licht leeg café bin­nen waar de bar­man een al schoon glas node­loos stond op te boe­nen. Ik kon Bukows­ki lezen, maar in de plaats staarde ik in mijn whisky en zuchtte diep. Het is gewoon het label van een relatie waarmee ik een prob­leem heb. Rusteloos zette ik mijn slapeloze nacht verder. Ik ont­moette een pros­tituee en haar pooier. Ik kocht van hem cocaïne en van haar tijd. Maar de cocaïne was niet het punt, het was een metafoor. De pros­tituee vouwde haar armen. Ze had mijn Man­i­festo duidelijk niet gelezen. Ze kon me niet snap­pen. Enkel Zij deed dat. Fuck. Dat was twee maan­den gele­den. Eer­gis­teren werd ze door een bus aan­gere­den en is ze gestor­ven. Ik zag het in de krant, dus ben ik deze ocht­end naar haar begrafe­nis geweest en dat maak­te me somber. Ik weet niet waarom. Ik haat mijn moed­er, ook al betaalt ze mijn huur ter­wi­jl ik poëzie schri­jf over mas­turberen in de douche. Het beest is dood. Ik denk dat ik een push-up ga doen langs de kant van de Leie. De Leie respecteert mij ervoor.