Kookworkshop ter voorbereiding op het einde van de wereld


Koken als een vorm van performance en engagement wordt relevanter en actueler met de jaren. Voorgangers zoals Rirkrit Tiravanija en Alicia Rios kookten voor hun publiek als een daad van liefde of generositeit. Helaas moeten we restaurantbezoeken nog even uitstellen, en moest Sien Vanmaele een alternatief bedenken voor haar kookworkshops. Dan maar met Zoom!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/05/2020 – 17:45 door Anaïs Maes

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Na het ont­van­gen van mijn zeep­akket (met vier soorten wieren en een brief van Sien) stel ik mij volledig op aan het for­nuis. “Net zoals ik dat zou doen voor Jeroen Meus”, vertelt de brief me. Ik heb nodig: een mes, sni­j­plankje, dun­schiller, vork, lep­el, steel­pan­net­je, het zeep­akket, bot­er, sjalot, look en vier in twee gesne­den krielt­jes in een pot met water. 
De voorstelling zou stipt om 17u begin­nen, en om 17u04 breekt mij het zweet uit als de host me nog niet heeft toege­lat­en in de room. Zo ziet u maar, de angst voor tech­nis­che fouten is nog niet meteen uit ons DNA. Om 17u06 ben ik in Siens virtuele keuken, met een paar virtuele mede­cur­sis­ten, en kun­nen we begin­nen koken. 

Sien Van­maele is een jonge the­ater­maak­ster die zich zor­gen maakt: ze is bang voor het einde van de wereld. Daarom wil ze zich voor­berei­den. Tij­dens haar verbli­jf in Oos­t­ende onder­zoekt ze of zeewier en zilte planten ons kun­nen red­den als de wereld ver­gaat. Ze sprak met, onder andere, een zee­bi­oloog en een gids die haar rondlei­d­de aan zee.

Ter­wi­jl we alle­maal onze patat­jes opzetten met blaas­jeswier, de zee­mans­bot­er berei­den met zeesla, en onze thee met nori drinken, ontspint zich een poëtis­che zoek­tocht naar de bodem van de Noordzee. Wist u dat zeewier geen wor­tels heeft? En dat zeepokken een piemel hebben die tien keer grot­er is dan hun lijf­je? Een won­dere onder­wa­ter­w­ereld door de koptele­foon, met het gelu­id van prut­te­lend water op het vuur en de geur van ver­schil­lende soorten wieren in je neus. 

Maar al die magis­che bevin­din­gen lat­en je niet ver­geten waarover het gaat: het einde van de wereld. Om coro­na maakt ze zich niet per se veel zor­gen, eerder over het andere grote gevaar dat onze nieuws­sites momenteel dom­i­neert: de droogte. Onder het zeeop­per­vlak is er een gigan­tisch bubbel van zout zee­wa­ter, onder het land een veel kleinere bubbel zoet water. Een­t­je die wij sys­tem­a­tisch leeghalen. Onze grond zal verzil­ten, en dan zijn zilte planten de enige die er nog goed zullen gedi­jen. We mak­en ons echt klaar voor een nakende apoc­a­lyps.
De zeepokken spreken ons poëtisch toe om niet zoals hen vast te klam­p­en aan de rot­sen, maar om ons te lat­en meedri­jven zoals het zeewier. 

Op het moment dat de zwaarte net te veel lijkt te wor­den, mogen we onze aar­dap­pels afgi­eten, en de ges­molten zee­mans­bot­er van het vuur halen. Aar­dap­pelt­jes wor­den gedresseerd op een bij voorkeur donker bor­d­je, en dan tonen we onze cre­aties aan elka­ar. Een moza­ïek van kleine men­sjes die bor­d­jes voor een web­cam houden. 

Samen eten we het resul­taat van de work­shop op. 
Ondanks dat ik voor mezelf heb moeten koken, voelt het hele gebeuren heel genereus aan. Sien bracht de zee in mijn keuken en haar woor­den baan­den zich een weg naar mijn bord. Bord, maag, hart.