Kinderproeven aan de UGent


Het is 1924 en professor Emiel Verheyen heeft een geniaal idee: waarom zouden alleen geneeskundestudenten experimenteren op mensen? Hij besluit de allereerste experimenteerschool op te richten. Wat waren die scholen en waarom zijn ze nu verdwenen?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/05/2024 – 8:06 door Has­sia Souley­mane

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De exper­i­menteer­school was een soort proef­tu­in voor het onder­wi­js. Er wer­den nieuwe lesmeth­o­d­en, leer­plan­nen en ped­a­gogis­che ideeën uit­getest voor­dat ze op grote schaall wer­den toegepast. Wat de school zo bij­zon­der maak­te, was de enorme vri­jheid die zow­el ler­aren als leer­lin­gen genoten. Het was een plek waar er veel ruimte was voor cre­ativiteit en ver­ant­wo­ordelijkheid.

Emiel Ver­heyen, een pro­fes­sor en pro­gressieve onder­wi­jsin­specteur, vond dat het Bel­gis­che onder­wi­js te veel nadruk legde op ken­nis en dis­ci­pline. Hij wilde lat­en zien dat het ook anders kon en richtte in 1924 de eerste exper­i­mentschool op. Hij haalde inspi­ratie uit de ideeën en de school van zijn leer­meester en vriend Cla­padère in het Insti­tut J.J. Rousseau in Genève.

Arbeiderskinderen als proefmateriaal

Na ver­loop van tijd ver­huis­de de exper­i­menteer­school naar Gent. De min­is­ter van Onder­wi­js duid­de Ver­heyen aan om een oplei­d­ing ped­a­gogie, inclusief de exper­i­menteer­school, te organ­is­eren aan het nieuwe Hoger Insti­tu­ut voor Opvoed­kunde (HIO) van de UGent. Hij koos een schoolt­je in de Mole­naarstraat voor zijn exper­i­ment, waar nu de mid­del­bare school IVV Sint-Vin­cen­tius is. De reden? Arbei­der­skinderen waren het ‘ide­ale proef­ma­te­ri­aal’. In een eliteschool wor­den kinderen vaak van thuis uit nabij opgevol­gd en intel­lectueel geprikkeld, wat het onder­zoek naar de effecten van ped­a­gogis­che meth­od­es kan beïn­vloe­den.

Stu­den­ten kon­den observeren hoe ped­a­gogis­che meth­o­d­en wer­den toegepast, soms zelfs via een doork­ijk­spiegel

Na de Tweede Werel­door­log leek het even of de school ging stop­pen, maar gelukkig blies een jonge docent genaamd Richard Ver­bist samen met Ver­heyens assis­tent William De Coster nieuw lev­en in de boel. Ze open­den een exper­i­menteer­centrum in een gehu­urde vil­la omdat het con­cept na de oor­log niet hoog op de pri­or­iteit­en­li­jst van de uni­ver­siteit stond. Ver­bist richtte ook een sem­i­nar­ie op voor Psy­chol­o­gis­che en Exper­i­mentele Ped­a­gogiek, dat samen met het lab­o­ra­to­ri­um diende om nieuwe opvoed­ingsmeth­o­d­en te ontwikke­len en bestaande tech­nieken uit te testen.

Aan alle goede dingen komt een eind

In de jaren 60 werd er een nieuw gebouw voor de exper­i­menteer­school opgericht, in de buurt van de nieuwe cam­pus voor opvoed­kundi­ge en psy­chol­o­gis­che weten­schap­pen aan de Dunant­laan. Hier wer­den de ver­schil­lende func­ties van de school behouden: een basiss­chool voor kinderen, een oefen­school voor stu­den­ten ped­a­gogie en een lab­o­ra­to­ri­um voor onder­zoek. Stu­den­ten kon­den actief deel­ne­men aan onder­zoek en observeren hoe ped­a­gogis­che meth­o­d­en wer­den toegepast, soms zelfs via een doork­ijk­spiegel. Als eerbe­toon aan Richard Ver­bist kreeg de school de naam Ped­a­gogisch Cen­trum Richard Ver­bist.

Zoals dat gaat met veel goede din­gen, kwam ook aan deze peri­ode een einde. In de jaren 90 werd het steeds moeil­ijk­er om de school draaiende te houden. Er was min­der geld en min­der stu­den­ten had­den inter­esse in de school. Er waren boven­di­en al heel wat andere stage­mogelijkhe­den. Uitein­delijk moesten de deuren van de exper­i­menteer­school, ondanks brieven en peti­ties, defin­i­tief sluiten.