Kiesprocedurepijn


De eerste stemronde is achter de rug. Iedereen had de mogelijkheid om mee te stemmen, toch is niet elke stem evenveel waard. Hoe komt dit? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/04/2017 – 0:12 door Selin Bak­istan­li

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Deze rec­torverkiezin­gen zorgden op ver­schil­lende vlakken voor primeurs. Een bij­zon­dere veran­der­ing ten opzichte van de vorige verkiezin­gen is het stem­recht, dat uit­ge­breid is van een kleine groep van 300 per­so­n­en, ges­e­lecteerd uit de ver­schil­lende geledin­gen, naar iedereen aan de Uni­ver­siteit Gent. Hoewel iedereen mag stem­men, hangt niet aan elke stem het­zelfde gewicht. Toch zouden de geledin­gen bin­nen de uni­ver­siteit als gelijk­waardig gezien moeten wor­den.

Vijf voor twaalf

Erwin Plancke

De UGent telt vijf geledin­gen: stu­den­ten, acad­emisch assis­terend per­son­eel (AAP), acad­emisch tech­nisch per­son­eel (ATP), zelf­s­tandig acad­emisch per­son­eel (ZAP) en de externe geled­ing, die wordt inge­vuld door mensen die gekozen wor­den door de poli­tiek. De externe geled­ing heeft geen stem­recht gekre­gen, de overige wel. De stem­men van het ZAP tellen voor 67 pro­cent mee, die van de stu­den­ten voor 16 pro­cent, het ATP en het AAP kri­j­gen elk 8,5 pro­cent. “Dat er gewicht­en aan de stem­men hangen, is logisch, maar deze gewicht­en zijn belache­lijk”, zegt Erwin Plancke, die in de Raad van Bestu­ur van de UGent zetelt voor het ATP.” Je ziet de toegifte aan het ATP en het AAP, het ‘min­dere’ per­son­eel. Samen hebben ze 17 pro­cent, wat nog alti­jd meer is dan de stu­den­ten. Onder andere de vak­bon­den noe­men dit een vorm van cijn­skies­recht. Dat is een beet­je een drama­tis­che uit­spraak, maar hele­maal ongelijk hebben ze niet.”

“Deze gewicht­en zijn belache­lijk” – Erwin Plancke

Johannes Weyt­jens

Deze teneur vin­den we, zij het in een gematigde ver­sie, ook terug bij de stu­den­ten. “Ik vind het jam­mer dat wij maar voor 16 pro­cent mee tellen”, betreurt Johannes Weyt­jens, voorzit­ter van de Gentse Stu­den­ten­raad. “De cen­trale bestu­ur­ders zeggen vaak dat de uni­ver­siteit er is voor haar stu­den­ten, en wij zijn de groot­ste stake­hold­ers. Dan is zestien pro­cent relatief weinig.” Weyt­jens haalt de hypothese aan dat het ZAP, indi­en ze zich unaniem achter een kan­di­daat-duo schaart, zon­der enige input van de andere geledin­gen een rec­tor en vicerec­tor kan verkiezen. “Nu, het is onre­al­is­tisch om te denken dat dit ooit zou gebeuren, maar het idee dat niet iedereen gelijk is, is heel jam­mer. Toch is het beter dan bijvoor­beeld op de VUB (Vri­je Uni­ver­siteit Brus­sel, red.) of de KU Leu­ven. Daar is het 70% voor de prof­fen en 10% voor de andere geledin­gen. Ik denk dat de 8,5 pro­cent voor AAP en ATP dan een grot­er prob­leem is.” Het AAP heeft hier nog geen offi­cieel stand­punt over ingenomen, maar Joachim Schouteten, verte­gen­wo­ordi­ger in het AAP/WP-over­leg, kon ons wel al voorzichtig meegeven dat hij ver­moedt dat de huidi­ge kiespro­ce­dure wellicht her­bekeken zal wor­den. 

Mother of dragons

Joachim Schouteten

De per­cent­ages zouden overgenomen zijn van de fac­ul­teit­sraden, waarin elke geled­ing ook verte­gen­wo­ordigd is, zij het in een licht gewi­jzigde vorm. “De reden voor die lichte afwijkin­gen kan ik niet terugvin­den in ver­sla­gen”, zegt Weyt­jens. “De stem­men van het ZAP wegen heel zwaar door. Ik vind het jam­mer dat prof­fen er zo veel hebben. Vaak wordt gezegd dat zij de con­tin­ue fac­tor zijn aan de uni­ver­siteit, maar dat is een zwak argu­ment. Het is niet omdat een stu­dent hier maar vijf jaar is, dat wat hij zegt min­der rel­e­vant is voor de stu­den­ten na hem. Toch wordt dat argu­ment vaak als eerste aangevo­erd en als sterk­ste gezien.” De kiespro­ce­dure en de stem­per­cent­ages wer­den goedgekeurd in de Raad van Bestu­ur. Hierin zete­len ook vier stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers. Weyt­jens wist ons te zeggen dat de vra­gen omtrent de per­cent­ages van de stu­den­ten, bijge­tre­den door het AAP, in de ver­gader­ing afgewim­peld wer­den. 

“Het is niet omdat een stu­dent hier maar vijf jaar is, het­geen hij zegt min­der rel­e­vant is” – Johannes Weyt­jens

Plancke pleit er ook voor dat de geledin­gen eerder in het pro­ces moeten wor­den betrokken, niet alleen wan­neer de besliss­ing wordt genomen. “We hebben geprobeerd om deze keer geen draak van een verkiez­ing in elka­ar te steken, maar ik denk niet dat het gelukt is. Ik appre­cieer de poging, maar de verkiez­ing zal het uitwi­jzen. Met een beet­je geluk kri­j­gen we de twee derde meerder­heid vlot­jes en ligt nie­mand wakker van de fouten in het regle­ment, maar als we na vijf ron­des moeten uit­leggen aan de media waarom we er een maand over doen en we iedereen telkens opnieuw moeten over­tu­igen om te stem­men wordt het een soort uit­puttingsverkiez­ing.”

“We hebben geprobeerd om deze keer geen draak van een verkiez­ing in elka­ar te steken, maar ik denk niet dat het gelukt is” – Erwin Plancke

De keerzijde

Elk nadeel heeft een voordeel, zo ook deze nieuwe kiespro­ce­dure. Zow­el Plancke als Weyt­jens juichen het open­trekken van de verkiezin­gen toe. “Het belan­grijk­ste in heel deze affaire is dat iedereen mag stem­men. Ik ben al blij dat dat er is gekomen”, benadrukt Plancke. “Op momenten als deze moet je soms gewoon een toegev­ing doen en de rest lat­er bek­ijken.” Ook Weyt­jens treedt hem hierin bij. “Er zijn mensen die zeggen dat dit voor een pop­ulis­tis­che stri­jd heeft gezorgd aan de UGent, maar ik vind dat incor­rect. De UGent draagt stu­den­ten­par­tic­i­patie hoog in het vaan­del en het is mooi dat elke stu­dent, die al dan niet de moeite wil doen om zich te informeren, zijn stem kan uit­bren­gen.”

Anne De Paepe

Schouteten vin­dt het nobel dat de uni­ver­siteit iedereen een stem geeft, maar betwi­jfelt echter of dit per se een posi­tieve zaak is. “Het is natu­urlijk beter om een duo te hebben dat breed gedra­gen is, maar we houden ons hart vast voor het opkom­st­per­cent­age. Stel dat 20.000 op de 50.000 per­so­n­en stem­men, en een duo wordt verkozen met 70 pro­cent van de stem­men, dan is dat 14.000 stem­men op 50.000. Er is geen quo­rum en dat kan de legit­imiteit van het verkozen duo aan­tas­ten.” Huidig rec­tor Anne De Paepe begri­jpt deze opmerk­ing, ook zij maakt zich zor­gen over de opkomst. “Bijlange niet iedereen die kan stem­men, zal stem­men. Het is niet ver­plicht en hangt af van de good­will van mensen. Toch kun­nen er, vergeleken met vroeger, veel meer mensen stem­men”, zegt ze. “Op dit moment leek dit sys­teem de beste manier om het kiez­er­scorps rep­re­sen­tatiev­er te mak­en. Dat was vroeger te beperkt.”

Iedereen gelijk

De Paepe geeft toe dat het rep­re­sen­tatiev­er mak­en van het kiez­er­scorps pri­or­i­tair was aan de ver­houdin­gen en het gewicht dat werd gegeven aan de geledin­gen. Dit neemt niet weg dat ze de bezorgdhe­den van de geledin­gen met een klein­er per­cent­age begri­jpt. “In de toekomst moet er zek­er gekeken wor­den naar die ver­houdin­gen. Dit zal alle­maal geë­val­ueerd wor­den, het kiessys­teem is een pro­ces in word­ing. Het is absolu­ut een oefen­ing die niet af is, maar gelukkig is het ein­delijk in gang gezet. Er kan over gepraat wor­den en er is al een zekere mind­shift geweest. Vroeger was het onbe­spreek­baar en zat alles rotsvast, nu is er ten­min­ste een dialoog mogelijk.” 

Plancke toont zich van zijn meest prag­ma­tis­che kant en reikt het uni­ver­siteits­bestu­ur een oploss­ing aan voor de komende verkiezin­gen: “Het is eigen­lijk super­sim­pel. De geledin­gen wor­den aan de UGent, alleszins op papi­er, als even­waardig gezien. Er zijn vijf geledin­gen, geef die elk 20 pro­cent. Velen zullen miss­chien niet graag hebben dat de externe geled­ing dan ook 20 pro­cent zou kri­j­gen, maar als je een brug wil met de maatschap­pij is dat een goede zaak. De poli­tiek kan na afloop van de verkiezin­gen dan ook niet komen zagen. Momenteel is dat wel het geval en doen ze voor tal van zak­en hun goest­ing, als het niet met decreten is, dan wel op een andere manier.” De verdere logistieke uitwerk­ing van zijn mas­ter­plan laat Plancke open, maar de aanzet is in ieder geval al gegeven.