It’s Alive!


Heb jij er altijd van gedroomd om harten sneller te doen kloppen, maar ben je niet zo'n Don Juan? Dan kunnen wij je helpen met onze snelcursus 'Cardiologie voor mensen die niet geslaagd waren voor het ingangsexamen Geneeskunde'! Les 1: reanimatie van een kippenhart.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2017 – 7:49 door Emi­lie Devreese

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een gewone dins­dag­namid­dag in de Albert Hei­jn. Ter­wi­jl ik me een weg probeer te banen tussen hip­sterkop­pelt­jes die treuze­len bij avo­cado’s, valt mijn oog op een bak­je kip­pen­hart­jes. Net zoals elke week vraag ik me af welke soort mensen zo nu en dan iets hebben van: goh, van­daag heb ik weleens zin in wok met kip­pen­hart­jes. Nor­maal gezien neem ik ze nooit mee, mijn puur ‘weten­schap­pelijke’ inter­esse ten spi­jt. Een heel bak­je kopen om er gewoon eens een­t­je te ontle­den? Zo’n weirdo ben ik nu ook weer niet. Tot nu. Ik vroeg me immers al een tijd­je af wat er met zo’n kip­pen­hart­je zou gebeuren mocht je er stroom door­ja­gen. Zou het samen­trekken zoals die kikker­been­t­jes in dat beruchte biolo­gie-exper­i­men­t­je van Gal­vani? Zou er weer een hart­slag te zien zijn of zou het eerder langza­am versmeulen of – nog spec­tac­u­laird­er – ont­plof­fen? Zeer rel­e­vante vra­gen, zoals u zelf wel kan merken. Het bak­je gaat dus voor één keer het mand­je in. In naam van de weten­schap.

DIY-reanimatieset

Het idee is dus om een kip­pen­hart­je met elek­trische stim­u­latie opnieuw te doen klop­pen. Zeer ambitieus, ik weet het. Mijn beperk­te medis­che ken­nis zou in feite al vol­doende moeten zijn om te besef­fen dat je een hart dat ver­moedelijk al stil­staat, begint te degener­eren en al een hele tijd geen zuurstof meer gehad heeft, niet meer aan de praat kan kri­j­gen. Maar wie weet? Een kip is toch een lagere dier­soort? Als je een kikker­been­t­je kunt lat­en spas­ten, dan moet dit toch ook lukken? Zek­er wel. We gaan er gewoon voor. Ik rep me dus naar de dicht­st­bi­jz­i­jnde doe-het-zelf-zaak en koop er een bat­ter­ij van negen volt, een scholierenkit­je met een lam­p­je en een rood en zwart draad­je en set­je krokodil­len­bek­jes, want dat is zo ongeveer wat ik me nog herin­ner van de lessen Tech­nis­che Opvoed­ing. Nu we al het nodi­ge hebben, is het tijd om het exper­i­ment van start te lat­en gaan.

De redac­tie wordt heel even omge­toverd tot een geïm­pro­viseerd lab. Ter­wi­jl de hart­jes in een bek­ert­je water ont­dooien, peuter ik enkele cen­time­ters iso­latie van de draad­jes zodat de kop­er­draad vrij komt te liggen. Achter­af gezien was dit waarschi­jn­lijk niet nodig, maar wat weet ik? Daar­na probeer ik de draad­jes aan de krokodil­len­tan­gen te beves­ti­gen en wikkel ik een van de draad­jes met veel gek­lun­gel rond een hart. Het andere draad­je – dat als de aard­ing moet dienen – prik ik ergens achter­aan in het hart. Het kost heel wat moeite om deze con­struc­tie te behouden, want het hart­je is glib­berig en gli­jdt voort­durend weg, waar­door de draad­jes niet bli­jven zit­ten. Uitein­delijk zit het eerste hart­je vol gaat­jes, waar­door ik er een tweede bij moet nemen. Bij de tweede poging lukt het me ongeveer om het hart­je in de gewen­ste posi­tie te kri­j­gen. Nu is het zover: het hart­je wordt aan de bat­ter­ij gekop­peld en … Er gebeurt niets. De teleurstelling is groot, maar we zetten door. Intussen is mijn helper bin­nengekomen. Hij stelt voor om de krokodil­len­haak­jes eraf te halen en de draad­jes eens gewoon tegen het lam­p­je en de bat­ter­ij te houden, wat wel werkt. Het prob­leem ligt dus niet bij de elek­triciteit, maar toch mis­lukt onze derde poging, wat wel logisch is. Degen­er­atie en zuurstofteko­rt, remem­ber? Wel jam­mer van de krokodil­len­haak­jes; die hebben me toch bij­na zes euro gekost.

Salty Dimitri

Op Youtube ga ik ver­vol­gens op zoek naar de gouden tip. Natu­urlijk zijn er geen exper­i­men­t­jes met kleine hart­jes te vin­den, maar een film­p­je van het exper­i­ment met de kikker­been­t­jes lijkt de antwo­or­den op onze prob­le­men te bieden: zenuwen en zout. Om kikker­been­t­jes te lat­en samen­trekken, wordt de nervus ischiadi­cus immers ges­tim­uleerd. Zoals we alle­maal wel weten, geven de zenuwen elek­trische impulsen door aan de spieren, waar­door die samen­trekken. De n. ischiadi­cus vertrekt bij de mens (en ook bij de kikker) vanu­it de onder­ste ruggen­wervels, of de lum­bale wervelkolom, en loopt langs de achterkant van het dijbeen. Heb je trouwens ooit al eens meege­maakt dat je benen begin­nen te slapen wan­neer je hurkt? Dat is omdat je zit­been­knobbels, of je ossa ischii, de nervus ischiadi­cus afk­lem­men, waar­door er dus een zeer min­i­male zenuwschade optreedt. Min­der slavsquat­ten dus, lieve Dimitri’s en Olga’s! Kikkers hebben deze zenuw dus ook en door die te prikke­len, probeert men de gas­troc­ne­mius of de kuit­spi­er te doen samen­trekken. Omdat de zenuw tegen dan echter al aan het afster­ven is, en dus niet meer goed gelei­dt, lukt dat niet alti­jd even goed. Zout, zoals u zich miss­chien uit de lessen chemie herin­nert, is ook een goede gelei­der en kan dus de oploss­ing bieden. (ebdem?)

Zombiehart

Terug naar ons hart­je: we hebben miss­chien geen zicht­bare zenuw, maar wel zout om het hart­je roy­aal mee te bestrooien. En ja hoor: bij de vol­gende poging horen we het sis­sende gelu­id van ver­bran­dend vlees en zien we een schuimachtige sub­stantie rond ons draad­je ver­schi­j­nen. Er gaat dus stroom door het hart­je! Maar daarmee zijn we nog niet tevre­den: wij willen een hart­slag zien en lief­st zo snel mogelijk, want het doos­je hart­jes begint een kwal­ijke geur over de redac­tie te ver­sprei­den.

Aangezien we weten dat dat miss­chien iets te hoog gegrepen is, gooien we het voor onze laat­ste poging over een andere boeg: we sni­j­den het hart onhandig open met een scalpel dat eigen­lijk eerder voor huid­weef­sel bestemd is en gaan op zoek naar het link­er­a­tri­um, in de hoop daar de arte­ri­oven­trale zenuwknoop te vin­den en die te prikke­len. Nu het hart­je open in het schaalt­je ligt, menen we alvast het tussen­schot of het sep­tum tussen het link­er­a­tri­um en het link­er­ven­trikel en het sep­tum tussen de ven­trikels zelf te kun­nen ont­waren. Opnieuw gooien we een flinke lad­ing zout over het hart en tas­ten we met de draad­jes naar een mogelijk prikkel­bare zone. Het weef­sel lijkt op het eerste gezicht vooral te ver­bran­den en op zich kun­nen we ook al besluiten dat we toch een leuke DIY-coag­u­la­tor gemaakt hebben. Maar dan zien we het won­der geschieden: een minis­cu­ul vezelt­je begint heel even in snelle schok­jes samen te trekken, onafhanke­lijk van de beweg­ing die onze bevende parkin­son­han­den al veroorza­k­en. Lang duurt het echter niet, want al na enkele sec­on­den is het weef­sel doorge­brand. Maar toch: er was een onafhanke­lijke trilling (of dat geloven we toch). Missie half ges­laagd, dus!