“Ik mis Luc De Vos nog altijd”


Naar eigen zeggen studeerde ze niet graag. Pascale Platel wou fotomodel worden, of in het theater gaan, maar uiteindelijk koos ze als noodoplossing hetgeen een kennis wou studeren: Public Relations. Een duik in de tijd naar de wilde studiejaren van de Gentse theatermaakster.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/12/2016 – 19:36 door Lau­ra Mas­sa

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Pas­cale Pla­tel

Ze is net ker­stinkopen gaan doen, en spreekt ons graag nog enkele wijze woor­den toe in de Vooruit. “Ik was con­stant in paniek tij­dens de exa­m­ens, maar nu besef ik dat leren ànders is als het je echt inter­esseert. Mocht ik nu her­be­gin­nen, dan zou ik min­der uit­gaan. Al dat uit­gaan, daar heb ik weinig van onthouden. Het was wel tof, maar wat bli­jft daar­van over? Anderz­i­jds vind ik stud­eren op zich fan­tastisch, maar het wordt te veel au sérieux genomen. Zoek gewoon uit wat je wil doen en niet wat de maatschap­pij en je omgev­ing van jou verwacht.” 

Keuzestress

Pas­cale Pla­tel

Momenteel is ze vooral bezig met haar ‘Tet-talk’ die in 2017 of 2018 in pre­mière zal gaan. Voor­lop­ig bli­jft het bij try-out­en. “Het is een monoloog die gaat over mijn jeugd, van 0 tot 18 jaar. Dat gaat over opgroeien als jong meis­je, de fase waarin je zoekt naar wie je bent en wat je gaat stud­eren.” Het stuk is gro­ten­deels auto­bi­ografisch geïn­spireerd. Ook Pla­tel wist niet meteen wat te kiezen uit de waaier aan richtin­gen. “Ik wou acteren, maar ik had het gevoel dat dat niet genoeg was. Ik wist wel dat het een beroep was, maar mijn oud­ers verwacht­ten dat ik zou stud­eren. Ik heb daarom een jaar Pub­liciteits­fo­tografie gedaan, dan Pub­lic Rela­tions – dat was zo’n hippe richt­ing waar je naar­toe ging om te feesten. Met mijn diplo­ma ‘Toegepaste Com­mu­ni­catie’ kon ik met twee jaar unief extra crim­i­nologe wor­den. Ik heb daar­van alleen Psy­cholo­gie gevol­gd, bij pro­fes­sor Paul Ghys­brecht. Dat was eigen­lijk een the­ater­man, een lev­ende leg­ende. Ik ging naar zijn col­leges als waren het voorstellin­gen.”

“Ik wil ‘groot en wild’ zijn en tegelijk ook ‘groot en mild’.”

Theater met Alain

Waar is de the­ater­mi­crobe dan van­daan gekomen? “Tij­dens mijn stud­ies speelde ik al the­ater met mijn broer Alain. Dat was een hob­by die als­maar grot­er werd, tot we op tournee gin­gen. Alains werk evolueerde steeds meer richt­ing dans, maar ik wou the­ater doen, dus ben ik mijn eigen weg gegaan.” Of ze zich nog ‘le moment décisif’ herin­nert toen ze wel wist wat ze zou doen? “Dat vind ik een moeil­ijke vraag. Mijn car­rière is pas begonnen toen ik al getrouwd was, op mijn 36ste. Ik heb daar­voor van alles gedaan: bij een platen­maatschap­pij gew­erkt, maar ook als mod­el aan de bak gekomen en nog wat andere jobs. Ik heb ook ingang­sex­a­m­en voor the­ater gedaan in Brus­sel, drie keer zelfs, maar ik was er niet door omdat ik te nerveus was. Wel gek dat ik daar nu al twintig jaar van leef.”

“Ik heb drie keer ingang­sex­a­m­en voor the­ater gedaan, en ik was er drie keer niet door.” 

Coming-out

2016 was voor Pla­tel het jaar van haar com­ing-out. In ver­schil­lende tv-programma’s getu­igde ze over de verkracht­ing op haar 22ste. Ze ver­moedt dat de tij­den nu veran­derd zijn, maar toch denkt ze dat het sek­sisme en het mis­bruik er nog latent is. “Ik volg op inter­net jonge mensen die mij inspir­eren, en daar­bij herken ik soms din­gen van mijzelf. De onzek­er­heid en de angst om ver­keerde sig­nalen uit te zen­den bijvoor­beeld. Daar­naast wordt enorm veel the­ater nog steeds door man­nen gemaakt. De vrouwen zijn vak­er actrice of comé­di­enne, maar geen regis­seur. Op dat vlak kan het dus wel beter.” Of ze zelf last heeft van sek­sisme? “Dat zit zodanig ver­w­even in onze maatschap­pij dat ik het moeil­ijk vind om daar een antwo­ord op te geven.” Het is alleszins dubbel voor Pla­tel: “Enerz­i­jds was ik op mijn hoede omdat ik niet verkracht wou wor­den, maar anderz­i­jds wou ik heel graag beha­gen. Dus dan ging ik ook met dat ima­go spe­len. Ik deed heel hard mijn best om beter te zijn dan ik was.” Haar out­ing biedt haar zicht­baar oplucht­ing. “Mensen moeten niet denken dat ik alti­jd een prins­essen­leven heb gehad. De stu­den­ten­ti­jd was voor mij de hard­ste peri­ode uit mijn lev­en, omdat ik zo kwets­baar was.” Langs de andere kant wil ze haar kwets­baarheid niet ver­liezen. “Dat is ver­schrikke­lijk inter­es­sant, ook op de planken, maar je moet ermee om kun­nen. Je moet het vooral dur­ven tonen. Mijn vad­er zei alti­jd: ge moet uzelf zijn. Maar ik vind dat van mijn eigen nog niet. Ik moet nog meer ‘fuck you’ zeggen. Ik wil ‘groot en wild’ zijn en tegelijk ook ‘groot en mild’. Af en toe moet ik de ‘w’ omdraaien. Ik heb in 2016 een grote cadeau aan mezelf gegeven om zoveel te dur­ven en ik zou dat willen verderzetten.”

“Ooit hebben de social­is­ten mij wel gebeld, omdat ik toen enorm veel rood droeg.”

Rood boegbeeld 

Met haar Gentse tong­val ver­per­soon­lijkt ze vaak de stad Gent, als lev­ende leg­ende na Luc De Vos. Ze schrikt een beet­je terug van de vergelijk­ing. “Dat vind ik een groot com­pli­ment, maar ik weet niet of ik een boeg­beeld ben. Ik zie Gent wel ongelooflijk graag, maar als ze mij voor pro­mo vra­gen, moet ik wel een con­nec­tie met het project voe­len. Dat engage­ment heb ik bijvoor­beeld over voor thema’s als men­tale gezond­heid.” Toch ziet Pla­tel zichzelf nog niet als een leg­ende. “Je kiest er niet voor om boeg­beeld te zijn. Ooit hebben de social­is­ten mij wel gebeld om op een lijst te staan. Toen schrok ik enorm. Ik droeg veel rood, ik denk dat dat er miss­chien mee te mak­en had (lacht), maar de poli­tiek is een wereld die niet echt van mij is. Die ambities zijn er momenteel niet, maar zeg nooit nooit natu­urlijk.” Het gesprek keert snel terug naar dat andere Gentse icoon: “Ik mis Luc De Vos nog alti­jd. We hebben samen veel pro­jecten gedaan, en dat was alti­jd vree plezant.”

“Ik mis Luc De Vos nog alti­jd”

Muzemateriaal

Of ze terug in de tijd zou willen gaan om een idool te ont­moeten? “Proust is mijn lievel­ingss­chri­jver, maar ik weet niet of ik hem zou willen ont­moeten. Toch voel ik een con­nec­tie met zijn werk. Die gelaagde manier van schri­jven vind ik bij­na ner­gens anders terug. Die boeken van Proust kan je op elke pag­i­na openslaan en daar iets zin­vols uithalen. Soms zijn het de woor­den, of de lengte van zijn zin­nen, maar vooral de psy­cholo­gie van de per­son­ages. Ik heb bij Win­teru­ur van Wim Helsen een pas­sage voorgelezen, maar je zou een heel seizoen kun­nen vullen met Proust.” Daar­naast zou ze nog iets aan­raden dat ze zelf nog niet gezien heeft. “Ik heb de trail­er gezien van ‘Walk­ing The Same Way Home’ en die heeft mij zo gepakt. Ik vind dat wel wijs om din­gen aan te raden die ik niet ken. De serie ‘Rec­ti­fy’ heb ik dan weer wel gezien. Heel sterk.”

“Ik deed heel hard mijn best om beter te zijn dan wie ik was.” 

Examentips

Pas­cale Pla­tel

Pla­tel heeft op voor­hand haar zoon om tips gevraagd, en die antwo­ordde naar eigen zeggen laconiek: ‘goed stud­eren’ en ‘op tijd begin­nen’ (lacht) “Dat is zo typ­isch hem. Mijn zoon wist vree vlug dat hij Recht­en wou doen. Hij is daarin geen twi­jfe­laar geweest. Miss­chien zijn stu­den­ten braver gewor­den, maar mijn zoon is geen voor­beeld voor alle stu­den­ten natu­urlijk.” Nu is tek­sten mem­o­ris­eren een volti­jdse bezigheid van Pas­cale Pla­tel. “Ik moet ver­schil­lende stukken door elka­ar opvo­eren, en die moet ik dus rats van buiten leren. Daar­bij beloon ik mijzelf veel, bijvoor­beeld door iets te eten of eens buiten te lopen. Vroeger was ik een uit­steller, waar­door het wel span­nend werd. Dan zette ik mijn wekker om drie uur omdat ik het anders niet haalde. Nu studeer ik anders omdat het stof is waarin ik mijzelf in wil verdiepen. Ik ben daar­bij heel audi­tief ingesteld.” Pla­tel denkt dat het wel zou lonen om the­atertech­nieken te gebruiken om pak­weg Geschiede­nis te stud­eren. “Onderverde­len in kleinere blok­jes en dan telkens over­gan­gen zoeken naar die blok­jes. Ik maak eigen­lijk muziek met tek­sten. En ik probeer daar ritme in te vin­den, in de over­gan­gen.”