Ik ben niet


De stiekeme droom van iedere student taal- en letterkunde: een boek publiceren. Met het dystopische 'Ik ben niet' maakt de 21-jarige Charlotte Vandaele haar literair debuut. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 5/12/2021 – 21:53 door Char­lotte Mon­bailleu­Ju­dith Lam­ber­tYu­mi Demeyere

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Eerst en vooral: waarover gaat ‘Ik ben niet’? 

Het ver­haal speelt zich af in een dystopis­che toekomst waar mensen in labo’s wor­den gecreëerd in een samen­lev­ing die ein­de­loos op zoek is naar per­fec­tie. Wan­neer mensen niet langer goed genoeg zijn om op aarde te lev­en, wor­den ze afgevo­erd. Wan­neer hoofd­per­son­age Grace te oud wordt, ontsnapt ze omdat zij écht wil lev­en.

Hoe ben je daarop gekomen? 

Eigen­lijk is het een geës­caleerde schri­j­fop­dracht uit het tweede mid­del­baar. Ik heb alti­jd graag geschreven, het is mijn go-to manier om gedacht­en te ver­w­erken. Het oor­spronke­lijke ver­haal was natu­urlijk een heel stuk kindser, maar het idee was er en dat is bli­jven groeien. Soms schreef ik eens een jaar niet, maar tij­dens mijn laat­ste jaren mid­del­baar onder­wi­js heb ik me er dan echt bewust achter gezet. Toen voelde ik dat het echt iets kon wor­den. Er groei­de een wereld ter­wi­jl ik aan het schri­jven was − dat is magisch.

Is het niet bizar om een ver­haal te her­lezen dat bij­na een decen­ni­um van je lev­en in beslag heeft genomen? 

Het afgew­erk­te boek is natu­urlijk heel wat matu­ur­der dan toen. Het is gedurende ver­schil­lende sta­dia van mijn lev­en geschreven, wat soms echt opviel bij het opnieuw lezen. Som­mige scènes voe­len dan echt matig aan en die her­schri­jf je dan uit­er­aard. Soms zie je ook dat het idee er wel was, maar de uitwerk­ing iets min­der. Wat wel fijn is, is dat de pro­loog die er nu in staat nog bij­na 100 pro­cent de pro­loog is die ik in het tweede mid­del­baar heb geschreven − afgezien van de vol­go­rde van de zin­nen is die nog hele­maal het­zelfde! Dat is echt bij­zon­der voor mij. Daar kan je echt zien hoe het is het begonnen.

“Er groei­de een wereld ter­wi­jl ik aan het schri­jven was − dat is magisch”

Zit er maatschap­pijkri­tiek ver­w­erkt in je boek? 

Daar ben ik niet enorm bewust mee bezigge­weest. De kri­tiek dat onze samen­lev­ing oneindig hard moet groeien en als­maar mod­ern­er en mod­ern­er moet wor­den, is er echter wel inge­si­jpeld. Het is nooit goed genoeg, nooit hele­maal per­fect. De idee dat de mens steeds op zoek gaat naar zoge­naamde ‘per­fec­tie’ vind ik gevaar­lijk. Daar ga ik vooral op verder­gaan in het tweede boek. In het eerste boek lag mijn focus echt op Grace. Zij is ontsnapt uit de plek waar al die zoge­naamd ‘per­fecte’ mensen gecreëerd wor­den. 

“Mijn oma stu­urde mij nog: “Het voelt alsof ik de hele tijd jouw emoties en gedacht­en lees, Char­lotte””

Heb je sterk vanu­it jezelf geschreven? 

Al van kinds­been af ben ik doo­ds­bang om te ster­ven. Tij­dens het schri­jven merk­te ik dat het boek daar let­ter­lijk over gaat: Grace wil lev­en en de dood koste wat kost ver­mi­j­den. Pas in het zes­de mid­del­baar realiseerde ik me dat dat the­ma er kei­hard in zit. Ik schri­jf wel vak­er ang­sten van me af, maar tot dan had ik niet door dat ik dat ook met dit boek deed. Maar Grace is uit­er­aard geen let­ter­lijke reflec­tie van mij. Som­mige karak­tereigen­schap­pen heb ik bewust veran­derd. Dat mensen zo veel over mij te weten zouden komen, wilde ik niet. Het is mijn eerste boek en het begon heel natu­urlijk vanu­it mijn eigen frus­traties en ideeën. Mijn oma stu­urde mij nog: “Het voelt alsof ik de hele tijd jouw emoties en gedacht­en lees, Char­lotte.” Dat was dus niet per se de bedoel­ing (lacht). 

Zijn er bepaalde per­son­ages die als vrien­den aan­voe­len?  

Mijn stiekeme favori­et is Darell. Er zit geen bekrompen driehoeksver­houd­ing in mijn boek. Er is wel wat romantiek, maar op een andere manier. Darell is de beste vriend. Hij is enorm empathisch en bruisend, maar komt in de vechtscènes ook sto­er uit de hoek.

Hoe ver­loopt het schri­jven van zo’n vechtscènes?

Ik heb dat gewoon geschreven, zon­der al te veel na te denken. Ik zie de scène in mijn hoofd, er is een bepaalde sfeer en set­ting die ik wil over­bren­gen. Vechtscènes zijn wel moeil­ijk. Soms heb je het gevoel dat je veel hebt geschreven, maar wan­neer je het her­leest merk je dat er amper iets is gebeurd, want het gaat zo snel. Het is wel een enorm plezi­er om te schri­jven omdat het ook zo ver buiten mijn com­fort­zone ligt. Ik had wel schrik dat mensen die er wél iets van afweten het zouden lezen en denken: ‘zo werkt dat hele­maal niet’.

Wat zijn je verdere plan­nen?

Ik denk wel aan een ver­volg. Het is een relatief open einde. Tij­dens het schri­jven van het einde zat ik met een writer’s block. Er zat een gat in het plot dat ik pre­cies niet behoor­lijk kon opvullen. Op dat moment ben ik dan maar aan het ver­volg begonnen (lacht). Voor de rest ben ik een beet­je aan het uit­stellen. De con­frontatie aan­gaan en naar boeken­winkels trekken om mezelf te verkopen, dat ligt niet per se in mijn aard, maar ik moet het écht doen. Ik heb wel al veel posi­tieve reac­ties gekre­gen van mensen die ik ken, maar nu heb ik het punt bereikt dat ik daar echt voor­bij moet gaan. Een onbek­end pub­liek aanspreken: ik weet nog niet goed hoe ik dat het beste aan­pak.