“Ik ben een millennialsocialist”


Zet een stoffige professor naast een politicus met sneakers, wat krijg je dan? Haters gonna hate.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/11/2020 – 10:08 door Dries Blon­trockEl­la Roose

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“Wat doen jul­lie zo tegen­wo­ordig, nu de Over­poort ges­loten is?”, vraagt Con­ner Rousseau als we gaan zit­ten in het ver­gaderza­alt­je in het Rec­toraat dat Carl Devos geregeld had. Wel, click­bait­ti­tels verzin­nen voor artikels over ver­jong­ing in de poli­tiek, onder meer.  

De laat­ste tijd komt er veel vers bloed de poli­tiek bin­nen. Wordt daar actief op ingezet?

Rousseau: De sp.a was er zich van bewust dat ze wat frisse gezicht­en kon­den gebruiken. Ik ben daar het opval­lend­ste voor­beeld van omdat ik de jong­ste voorzit­ter ooit ben. Maar ik heb alti­jd gezegd dat vernieuwing voor mij ervar­ing samen met ver­jong­ing is. Vernieuwing heeft niet alleen met leefti­jd te mak­en. Kijk naar onze min­is­ters, die zijn stuk voor stuk nieuw op een bepaalde manier. Meryame Kitir is voor het eerst min­is­ter en Frank Van­den­broucke staat voor een andere manier om aan poli­tiek te doen. Hij denkt in de eerste plaats aan het alge­meen belang.

 

Dus er is echt sprake van een men­tal­iteitswi­jzig­ing?

Devos: Dat moet nog blijken. Er is totaal geen garantie dat mensen die nieuw zijn in de poli­tiek ook op een hele­maal andere manier aan poli­tiek zullen doen. Je moet real­is­tisch zijn: het zal een gestage evo­lu­tie zijn, als ze er al is. In 2024 gaan we niet plots zeggen: “Amai, wat er hier de voor­bi­je vier jaar gebeurd is, is echt fun­da­menteel ver­schil­lend.”

Rousseau: Wij zijn ook niet euforisch. Elke regering en elke nieuwe voorzit­ter heeft gezegd dat ze het anders ging doen. Het is niet nieuw, wat wij nu zeggen. Ik begri­jp het voor­be­houd bij jonge mensen: “Laat ons maar eens eerst zien.”

Hoe zit het met het span­ningsveld tussen belei­ds­mak­ers en experten, is het cor­rect dat er steeds min­der naar hen wordt geluis­terd?

Rousseau: Voor mij is er een heel duidelijk ver­schil tussen experten en politi­ci. Experten moeten advis­eren, de poli­tiek moet beslis­sen. Dat vond ik het prob­leem van de Regering-Wilmès: de experts bepaalden het beleid. Boven­di­en zijn pro­fes­soren niet zo veel beter dan politi­ci. Als je er hon­derd loslaat, ger­ak­en ze er ook niet uit. Met Frank Van­den­broucke hebben we trouwens een expert en een politi­cus in één. 

“Mensen zit­ten niet te wacht­en op experts” – Devos

Maar wat als je exper­tise wordt gezien als een mening?

Devos: We hebben een cul­tu­ur in ons land waar­bij men exper­tise in het alge­meen niet zo belan­grijk vin­dt. Kijk maar naar wat er gebeurt met de rap­porten van de Nationale Bank, van het Plan­bu­reau of van de Ver­gri­jz­ingscom­missie. Heel veel ken­nis en exper­tise wordt niet alti­jd naar waarde geschat, zek­er door de poli­tiek. Mensen zit­ten gewoon niet te wacht­en op experts. Veel van mijn collega’s denken dat er naar hen geluis­terd zal wor­den omdat ze pro­fes­sor zijn. Dat is niet zo. In het beste geval pikken ze uit je mening het stuk dat ze nut­tig vin­den. 

Wat is de groot­ste uitdag­ing van de Bel­gis­che poli­tiek op dit moment? En hoe moet ze daarmee omgaan?

Devos: Shit man, wat een vraag (lacht).

Rousseau: De dam opw­er­pen tegen extrem­isme door te doen wat je gaat zeggen dat je gaat doen. Dat klinkt doo­d­een­voudig, maar is aartsmoeil­ijk. Geen woor­den maar daden. Een voor­beeld: men­taal welz­i­jn is een belan­grijk the­ma nu, zek­er bij stu­den­ten in deze peri­ode. Ik heb per­soon­lijk onder­han­deld dat de regering daar twee­hon­derd miljoen euro voor uit­trekt. Het is een absolute must dat het geen dode let­ter bli­jft ook al is het niet een­voudig om er iets aan te doen. Als we dat realis­eren kun­nen we tegen mensen zeggen: er was een prob­leem en we hebben het opgelost. Dat is het aller­be­lan­grijk­ste: tonen dat de poli­tiek iets kan doen. Het zal zeer hard werken zijn om het vertrouwen in de poli­tiek te her­stellen, met vallen en opstaan. Ook in de peilin­gen.

Devos: Voor het eerst sinds de Tweede Werel­door­log zouden kinderen het slechter hebben dan hun oud­ers. Of dat waar is, dat is iets anders. Maar dat velen dat denken, is cru­ci­aal. Om dat te door­breken, moet je mensen weer meer zek­er­heid geven. Na een hele resem cri­sis­sen zijn veel mensen ongerust. Ze moeten weer het gevoel kri­j­gen dat de over­heid hen tegen die cri­sis­sen kan bescher­men.

Pro­fes­sor, hoe zou u zelf antwo­or­den op de vol­gende hypo­thetis­che exa­m­en­vraag. Is Con­ner Rousseau een pop­ulist vol­gens de defin­i­tie in uw cur­sus?

Devos: Een pop­ulist is iemand die beweert in de naam van het volk te spreken en als enige dat volk te verte­gen­wo­ordi­gen, tegen de cor­rupte elite in. Dat je in begri­jpelijke taal spreekt, maakt je nog geen pop­ulist. De defin­i­tie is duidelijk daarover. Vol­gens mij is Con­ner Rousseau dus geen pop­ulist.

Vin­dt u zichzelf een pop­ulist?

Rousseau: Ik laat mij advis­eren door experten. De weten­schap heeft gespro­ken: ik ben dus geen pop­ulist (lacht). Mensen moeten kiezen of ze vin­den dat sp.a of Vooruit en waar ik voor sta juist is of niet. Net daarom is het belan­grijk dat mensen ver­staan wat ik wil zeggen.

“Ik ben niet naar de poli­tiek cor­recte acad­e­mie geweest” – Rousseau

Wat met poli­tieke cor­rec­theid?

Rousseau: Ik ben niet naar school geweest in de poli­tiek cor­recte acad­e­mie. Poli­tiek mag niet ver van de mensen staan. Ik ben een volksverte­gen­wo­ordi­ger en ik ver­taal wat mensen tegen mij zeggen. Als dat niet meer mag, dan moet ik iets anders gaan doen.

Devos: Het is de laat­ste jaren niet meer te doen, zek­er via de sociale media. Twit­ter is dé plek daar­voor. Dat lijkt een verza­melplek voor narcis­tis­che zuur­pruimen, gespe­cialiseerd in inten­tieprocessen. Er zijn daar alti­jd mensen die je het lief­st zo slecht mogelijk begri­jpen. En van intel­lectuele eerlijkheid hebben ze vaak nog niet geho­ord.

Rousseau: Ik zit niet meer op Twit­ter, want daar weet iedereen het beter dan ik. Dus ik kan me maar beter met iets anders bezighouden.

‘Sp.a’ veran­dert bin­nenko­rt in ‘Vooruit’. Wat is het groot­ste ver­schil tussen sp.a en Vooruit?

Rousseau: Het aan­tal let­ters in de naam (lacht).

Devos: (lacht) Voor colum­nis­ten is dat een ramp, elk teken telt. We zijn voor par­ti­j­na­men die uit zo weinig mogelijk let­ters bestaan.

Rousseau: Vooruit moet een brede sociale volks­be­weg­ing wor­den. Ik noem mijzelf een mil­len­ni­al­so­cial­ist. Ik ben iemand die de prob­le­men van van­daag aan­pakt met dezelfde ingesteld­heid als vroeger, maar niet alti­jd terug­valt op oplossin­gen van de vorige eeuw. Je hebt mensen die zich links, cen­trum of pro­gressief noe­men. Daar­naast zijn er ook mensen die zich kun­nen vin­den in som­mige din­gen die ik zeg, maar niet in alles. Van zo’n mensen ga ik niet vra­gen om eerst de gelofte van het social­isme af te leggen en De Inter­na­tionale (een stri­jd­lied van de arbei­der­s­be­weg­ing, red.) van buiten te leren voor ze lid mogen zijn van de par­tij. Het moet bred­er gaan. Mensen moeten zich niet zo zeer rond de par­tij groeperen, maar rond de the­ma’s. We gaan, bijvoor­beeld, van het lid­maatschap een soort ambas­sadeurschap mak­en rond bepaalde the­ma’s. De invulling van de poli­tiek moet voor ons veel bred­er gaan dan de enge invulling van van­daag. Onze bedoel­ing is om in 2024 met een plan te komen waarin mensen kun­nen geloven. Ik noem het expli­ci­et een plan, want geen hond leest partijprogramma’s voor hun plezi­er.

Devos: Excuseer, er zijn een paar hon­den die dat wel doen, hoor (lacht).

“Twit­ter lijkt een verza­melplek voor narcis­tis­che zuur­pruimen” – Devos

De sp.a lijkt het voor het eerst sinds lange tijd goed te doen. Hoe verk­laart u dat?

Devos: Het gaat nu goed, maar de waardemet­ing is in 2024. Enige nuance is dus op zijn plaats. Het gaat goed in de zin dat de par­tij er weer staat. Er is een grote eens­gezind­heid en dat heb ik lang niet gezien. De voorzit­ter wordt dit keer niet gecon­tes­teerd. Con­ner Rousseau heeft vol­gens mij ook een belan­grijke rol gespeeld, bijvoor­beeld in de for­matie de laat­ste maan­den door de par­tij boven haar elec­toraal gewicht uit te spe­len. Ik heb trouwens allang geo­ordeeld dat een naamsveran­der­ing een goede zaak zou zijn. De naam sp.a wordt voor een stuk geas­so­cieerd met struc­turele afkalv­ing. De naamsveran­der­ing mocht nooit plaatsvin­den zon­der onderliggend project. Dat is er nu wel. Ik vind de naamsveran­der­ing een goede zaak. Vooral omdat de naam gekop­peld is aan de sub­ti­tel ‘Social­is­tis­che Beweg­ing’. Dat is te weinig in de media geweest. Veel mensen vin­den het ongezien dat social­isme verd­wi­jnt uit de par­ti­j­naam, maar de naam moet samen gelezen wor­den met de sub­ti­tel.

Rousseau: Zelfs zon­der de onder­ti­tel zullen mensen toch weten dat wij de social­is­ten zijn. Kijk naar Labour in het Verenigd Koninkrijk. Ik zie geen social­isme in de par­ti­j­naam en toch weet iedereen het.