Iedereen (een beetje) Neanderthaler?


Neanderthalers blijven tot de verbeelding spreken vanwege hun grotere hersencapaciteit dan de moderne mens. Maar wil dat zeggen dat ze daarom ook verstandiger waren? Wij vroegen opheldering aan een bioloog en archeoloog.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 3/10/2017 – 10:45 door Lau­ra Mas­saFe­li­ci­aan De Pal­me­naer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Pro­fes­sor Dominique Adri­aens ontkracht de mythe meteen: “De grotere herse­nen houden geen direct ver­band met slim­mer zijn, maar veeleer met het feit dat ze in koude gebieden leef­den. Herse­nen zijn immers een orgaan dat zeer veel energie ver­bruikt en hier­door warmte pro­duceert.” Hoewel de grootte van de herse­nen bepal­end is voor de huidopper­vlak­te van het hoofd, neemt het vol­ume van de herse­nen sneller toe dan dat de huidopper­vlak­te ver­g­root. Daarom luidt de hypothese dat grotere herse­nen beter bestand zijn tegen warmtev­er­lies. “Dat idee wordt onder­s­te­und door de Inu­it, van wie we weten dat hun hersen­vol­ume iets grot­er is dan dat van mensen die bijvoor­beeld in de tropen lev­en”, licht pro­fes­sor Adri­aens toe. De vroegere over­tuig­ing dat de Nean­derthaler een domme jager was met een weinig com­plexe cul­tu­ur, klopt even­min: “Ze had­den toch ook een aan­tal zak­en die men vroeger alleen aan de mod­erne mens zou toewi­jzen.”

Migratiegolven

Adri­aens

Voor al wie wel eens een gelijke­nis ziet tussen een stu­dent die in de goot ligt en een Nean­derthaler: die these biedt wel een zekere geldigheid. “Er is tot 4% genetis­che ver­wantschap tussen Nean­derthalers en niet-Afrikaanse mod­erne mensen.” Door ver­schil­lende migratiegol­ven via het Mid­den-Oost­en is de Nean­derthaler bijvoor­beeld ook in Israël ges­trand. “Of dat nu door onenight­stands of lang­durige romances veroorza­akt is, weten we niet, maar 50.000 jaar gele­den is daar een kruis­ing geweest”, aldus prof. Adri­aens. Nog meer dan een ver­schil in anatomie is er de over­name van cul­tu­ur geweest. “De mod­erne mens was iets effi­ciën­ter, en moest daarom min­der zijn spieren gebruiken waar­door die spieren uit­er­aard min­der fors wer­den.”

“Er is tot 4% genetis­che ver­wantschap tussen Nean­derthalers en niet-Afrikaanse mod­erne mensen”

Was de eerste mens een Duitser?

In 1907 vond men in het Duitse Hei­del­berg een onderkaak waarop het beeld dat we hebben over de soort gebaseerd is. “De Nean­derthalers zijn hoogst­waarschi­jn­lijk uit de Homo Hei­del­ber­gen­sis ontstaan. Onder­tussen leefde ook een Hei­del­ber­gen­sis in Afri­ka, die naar het oost­en en in Chi­na en Aus­tral­ië is geëmi­greerd. Diezelfde soort is 40.000 jaar gele­den naar Europa gekomen. Bij iedere golf zie je dezelfde evo­lu­ties ver­schi­j­nen. Uitein­delijk heeft de mod­erne mens de Nean­derthaler weggecon­cureerd. Dat is een indi­catie dat de Nean­derthaler zek­er niet slim­mer of com­plex­er was.”

Of zelfs een Waal?

Crombe

Ook dichter bij huis is de Nean­derthaler langs geweest. Pro­fes­sor Philippe Crom­bé, gespe­cialiseerd in de pre­his­to­rie (dus alles wat oud­er is dan 2000 v.C.) merkt op dat mensen vaak niet weten dat er zelfs in Bel­gië resten van Nean­derthalers gevon­den wor­den. Dat was al het geval op een zeven­tal sites in Wal­lonië. “Arche­olo­gie in de eigen streek zou bek­ender mogen zijn”, geeft pro­fes­sor Crom­bé toe. De vond­sten zijn vooral tanden die van­wege hun glazu­urlaag­je goed bewaard zijn. Daar­naast zijn ook grot­ten waarde­volle vin­d­plaat­sen van mate­ri­alen, omdat ze door hun gun­stige kli­maat als tijd­cap­sules fun­geren die alle afzettin­gen bewaren. “De kalk in die grot­ten zorgt voor een goede con­ser­vatie van organ­isch mate­ri­aal: je vin­dt daar planten­resten, dier­lijk en zelfs menselijk mate­ri­aal. Van­daar focuste het onder­zoek zich meestal op die grot­ten. Er is geen erosie. Alles is er bli­jven liggen.” Maar ook buiten zijn er vond­sten: “Wat je gegaran­deerd op elke site zal aantr­e­f­fen, zijn ste­nen werk­tu­igen, meestal vuursteen. Als die goed bewaard zijn, zie je sli­j­tage­s­poren. Arche­olo­gen zijn vooral bezig met afval, he.”

“Arche­olo­gen zijn vooral bezig met afval” – prof. Crom­bé

Ook klimaatvluchteling

De Nean­derthaler ging natu­urlijk ook wel eens een lucht­je schep­pen. “Ze had­den uit­er­aard ook buiten ned­erzettin­gen”, gaat pro­fes­sor Crom­bé verder. En zo werd de Nean­derthaler al vroeg gecon­fron­teerd met een kli­maatwi­jzig­ing. “In de 200.000 jaar dat de Nean­derthaler leefde, heeft hij in glaciale omstandighe­den geleefd, met amper veg­e­tatie, maar even­goed gedurende peri­odes waarin het kli­maat warmer was dan van­daag. Enkele locaties zijn ook onbereik­baar gewor­den, zoals de ‘Vlaamse vallei’ die gevuld is ger­aakt tij­dens de ijsti­j­den. Een restant daar­van in Gent is bijvoor­beeld nu de Bland­i­jn­berg. De vallei in het noor­den is verd­we­nen, maar de berg heeft nog steeds een redelijke hoogte.” De eerste mensen hebben zich dus behoor­lijk moeten aan­passen aan extreme con­di­ties. “Ik wil zek­er niet min­i­malis­eren, maar dit ver­schi­jnsel is niet uniek. (op dreef) Het enige ver­schil zijn de oorza­k­en: de mens is nu de groot­ste oorza­ak van de kli­maatveran­der­ing.”