Huiselijk geweld tijdens de lockdown


De wereld heeft de afgelopen zes maanden vooral binnenshuis doorgebracht, waardoor koppels en gezinnen veel intenser met elkaar samenleefden. Wat is het gevolg van deze abrupte verandering in de gezinsdynamieken?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 5/10/2020 – 10:38 door Lies De Mid­deleer­Flo Tom­lin­son

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In lan­den waar social dis­tanc­ing en ver­plicht thuis­bli­jven eerder zijn ingevo­erd dan in Bel­gië zijn aanzien­lijke toe­names van geweld gemeld in gezin­nen en tussen part­ners. Maar over de cijfers in Bel­gië is weinig bek­end. De UGent heeft in mei de studie ‘Relaties, stress, en agressie ten tijde van COVID-19’ opgezet om na te gaan wat de impact was van de maa­trege­len aan het begin van de lock­down.

Tij­dens de eerste vier weken van het coro­nati­jd­perk geeft één op de vier van de deel­ne­mers aan direct en/of indi­rect te zijn bloot­gesteld aan geweld. Hier­van maak­te één op de vijf zelf geweld mee en weet één op de zes dat iemand waarmee ze samen­leven in die peri­ode geweld meemaak­te. Bij bei­de groepen gaf een klein per­cent­age aan dat dat meer­maals gebeurde. De studie toonde ook aan dat een derde tot de helft van de slachtof­fers niet praat over hun slachtof­fer­schap. Daar­naast bleek dat slechts vier pro­cent van de slachtof­fers meld­ing maak­te van het geweld bij de poli­tie. Toch wor­den de COVID-19-maa­trege­len niet beschouwd als de groot­ste drem­pel om hulp te zoeken.

Toch wor­den de COVID-19 maa­trege­len niet beschouwd als de groot­ste drem­pel tot hulp

Zow­el man­nen als vrouwen bleken geweld te hebben meege­maakt tij­dens de eerste vier weken van de lock­down. Toch lag het per­cent­age van vrouwen die geweld meemaak­ten over de hele lijn hoger dan het per­cent­age man­nen.

Het geweld waarover in het onder­zoek wordt gespro­ken omvat niet enkel fysiek geweld, maar ook psy­chol­o­gisch en sek­sueel geweld. Negen­tien deel­ne­mers gaven aan meer­maals het slachtof­fer te zijn geweest van verkracht­ing.

Uit het onder­zoek blijkt dat in de over­grote meerder­heid van de beschreven gevallen, de (ex-)partner pleger was van het geweld. In het geval van psy­chol­o­gisch en sek­sueel geweld, werd dit gevol­gd door iemand waar het slachtof­fer niet mee samen­woonde op het moment van de feit­en. Boven­di­en bleek de aan­wezigheid van (plus)kinderen de kans op fysiek geweld aanzien­lijk te ver­groten.

Verder spe­len ook enkele andere fac­toren een rol in het voorkomen van geweld in het gezin. De slachtof­fers waren, bijvoor­beeld, gemid­deld 39 jaar. Oplei­d­ingsniveau speelt een kleine rol. Slechts iets meer laaggeschoold­en meld­den geweld in vergelijk­ing met hooggeschoold­en. Wat wel een belan­grijke rol speelt, is de finan­ciële sit­u­atie. Een gezin dat moeite heeft om de eind­jes aan elka­ar te knopen, bleek tot twee maal vat­baarder voor huiselijk geweld tij­dens de lock­down. Ook de (sek­suele) tevre­den­heid met de part­ner heeft een duidelijk invloed. Kop­pels waar­van de part­ners min­der tevre­den zijn over het sek­sleven en het algemene samen­leven melden zwaardere gevallen van mis­bruik en geweld tij­dens die eerste vier weken.

Al bij al kun­nen we besluiten dat het ook in Bel­gië rel­e­vant is om deze cijfers in het oog te houden en dat bepaalde ken­merken telkens opnieuw voorkomen. Aan­dacht voor deze prob­lematiek is uiterst belan­grijk voor pre­ven­tie en reha­bil­i­tatie.