Honoursprogramma’s: een intellectuele brug?


Stel, je bent jong en wil wat. De gegeven curricula zijn voor jou een piece of cake. Je voelt een tekort aan zowel verbreding als verdieping binnen jouw vakgebied. Stel, je bent een van deze zeldzame soort studenten. Who you gonna call? De UGent honoursprogramma’s!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/03/2019 – 11:21 door Antoon Van Ryck­eghem­Nathan Pel­grimsMingt­je WangVin­cence De Gols

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De kans dat je als bach­e­lorstu­dent ooit al van deze programma’s hebt geho­ord is relatief groot. Elke eerste­jaarsstu­dent kri­jgt namelijk een mail over het bestaan van het uni­ver­siteits­brede hon­our­spro­gram­ma, de Quetelet col­leges. De kans dat het is bli­jven hangen is dan weer klein.

Dus wat zijn deze honoursprogramma’s nu weer? Er wordt vertrokken vanu­it het gelijkekansen­beleid dat de UGent voert, namelijk dat mensen naar eigen ver­mo­gen kun­nen stud­eren. Dat houdt in dat stu­den­ten die het iets moeil­ijk­er hebben beroep kun­nen doen op het mon­i­toraat, maar ook dat stu­den­ten die al flui­tend hun cur­ricu­lum afw­erken, voorzien wor­den van een extra gestruc­tureerd pro­gram­ma. Een hon­our­spro­gram­ma is der­halve een extra uitdag­ing voor de allerbeste stu­den­ten die naast hun gewone oplei­d­ing nog zin en tijd hebben voor een bijkomende uitdag­ing.

Een hon­our­spro­gram­ma is der­halve een extra uitdag­ing voor de allerbeste stu­den­ten

Aan onze uni­ver­siteit wordt er een uni­ver­siteits­breed hon­our­spro­gram­ma geor­gan­iseerd, de Quetelet col­leges, en drie fac­ul­taire honoursprogramma’s. We sprak­en met de drie pro­gram­madi­recteurs van de Quetelet col­leges: prof. em. Kris­ti­aan Ver­sluys, prof. em. Jean Plum en prof. em. Michel Tan­ret. Daar­naast sprak­en we ook met prof. Tes­sa Kerre van het inter­fac­ul­taire hon­our­spro­gram­ma in Life Sci­ences.

Het is motivatie, suffie, niet klasse!

“Iedere selec­tiepro­ce­dure heeft zijn voor- en nade­len, maar ik denk dat we een goede for­mule gevon­den hebben.” De pro­gram­madi­recteuren van de Quetelet­col­leges erken­nen de kri­tiek die soms te horen valt op de selec­tiepro­ce­dures die honoursprogramma’s hanteren om de allerbeste stu­den­ten in hun rangen te kri­j­gen, en zo van alle uni­ver­siteitsstu­den­ten tot een groep van vijftig te komen. “An sich is er geen beperk­ing, in die zin dat alle stu­den­ten zich kun­nen aan­melden.” Al in het eerste jaar kri­jgt iedere stu­dent een mail die het bestaan van het pro­gram­ma onder de aan­dacht. “Na de exa­m­ens wor­den de beste 10 pro­cent nog eens per­soon­lijk aangeschreven. Waarom die 10 pro­cent beste? Omdat wij van oordeel zijn dat dat de stu­den­ten zijn die dit aankun­nen. Je moet niet tot de 10 pro­cent beste behoren, iedereen kan mee, maar zij wor­den spe­ci­aal aangeschreven.”

“Iedere selec­tiepro­ce­dure heeft zijn voor en nade­len, maar ik denk dat we een goede for­mule gevon­den hebben.”

Elke stu­dent die zich kan­di­daat stelt, wordt dan uitgen­odigd om een moti­vatiebrief en een essay te schri­jven. “Op basis van de moti­vatiebrief en het essay mak­en wij een eerste selec­tie, zon­der te kijken naar de pun­ten.” Wie deze eerste selec­tie over­leeft, staat nog een tweede selec­tie te wacht­en. “De tweede selec­tie is de deba­tronde. Per tien stu­den­ten uit de eerste groep wordt samengezeten en een onder­w­erp gegeven waarover ze onder elka­ar moeten debat­teren. Hier­na vol­gt uitein­delijk de selec­tie van vijftig stu­den­ten.” Deze vijftig staan twee druk gevulde jaren te wacht­en. Er wordt verwacht dat ze weke­lijks hoor­col­leges vol­gen – met voor­berei­dende lec­tu­ur -, er zullen essays moeten geschreven wor­den, en er wordt bijvoor­beeld ook een bezoek gebracht aan een zuster­pro­gram­ma in Utrecht en Brus­sel. Na elk col­lege gaan de stu­den­ten ook met elka­ar in debat. “Wij duiden dan, wat hun eigen ideeën ook mogen zijn, een aan­tal stu­den­ten pro en een aan­tal stu­den­ten con­tra aan. Eén of twee stu­den­ten wor­den als debatlei­ders aangesteld. Hier wor­den argu­menten naar voren gebracht door het pub­liek, zodat andere stu­den­ten ook kun­nen tussenkomen.”

Homo economicus, dokter en sterrenkundige

prof. Huis­man

Het uitein­delijke doel van honoursprogramma’s, vol­gens prof. Jeroen Huis­man, die onder­zoek voert naar diver­siteit en hoger onder­wi­js, is het inter­dis­ci­plinaire. “Het inter­dis­ci­plinaire karak­ter straalt ervan af, omdat stu­den­ten uit ver­schil­lende oplei­din­gen bij elka­ar wor­den gebracht, en te mak­en kri­j­gen met belan­grijke thema’s die spe­len in de huidi­ge maatschap­pij.” Die inter­dis­ci­pli­nar­iteit heeft vol­gens Huis­man een belan­grijke rol te spe­len in de samen­lev­ing: “Wij, de maatschap­pij over het alge­meen, hebben te mak­en met een aan­tal com­plexe the­ma’s, lastige vraagstukken waar de weten­schap op dit moment geen antwo­ord op heeft omdat men vanu­it de eigen dis­ci­pline ernaar kijkt, en maar een deelo­ploss­ing aan­biedt. Wat is nu mooier dan veel mensen te hebben die over die gren­zen heen kun­nen kijken en kun­nen verbinden, kun­nen samen­werken, en kun­nen bij­dra­gen aan het oplossen van die prob­le­men?” Maar elk voordeel heeft zijn nadeel. Door het inter­dis­ci­plinaire karak­ter wordt er soms min­der diep­gaand gew­erkt. “Het is moeil­ijk om te schri­jven of dis­cus­siëren over din­gen waar je niets van weet (hoewel dat dan ook weer een uitdag­ing is). Soms werd er niet verder gegaan dan de opper­vlakkige ken­nis, wat een gemiste kans is”, aldus een stu­dente die twee honoursprogramma’s heeft door­lopen.

“Het gaat om een ini­ti­atief dat stu­den­ten vooral ook over de muren van hun eigen dis­ci­plines laat kijken”

Vooral de (inter)facultaire honoursprogramma’s stralen deze inter­dis­ci­pli­nar­iteit af. Het hon­our­spro­gram­ma in Life Sci­ences: ‘break­ing fron­tiers’, bijvoor­beeld, is een samen­werk­ing tussen de fac­ul­teit­en Geneeskunde en Gezond­hei­dsweten­schap­pen, Dier­ge­neeskunde en Far­ma­ceutis­che Weten­schap­pen. “Bij ons staat het weten­schap­pelijke cen­traal, het gaat echt om een weten­schap­pelijk project. De hon­oursstu­dent gaat in een een-op-een­re­latie aan pro­jecten werken. We stim­uleren pro­mo­toren om deze pro­jecten zo te schri­jven dat ze zow­el door een stu­dent uit de far­ma­cie als uit de geneeskunde gekozen kun­nen wor­den. De bedoel­ing is dat er echt aan weten­schap­pelijk onder­zoek gedaan wordt. Dat kan gaan van pop­u­latieon­der­zoek tot kwal­i­tatief onder­zoek zoals het echte fun­da­mentele weten­schap­pelijk onder­zoek: in het labo met buis­jes en pipet­ten bezig zijn.”

Maar net bij het stok­paard­je van de honoursprogramma’s knelt het schoen­t­je. Toch ten­min­ste voor prof Huis­man: “Je hebt niet meteen meet­bare indi­ca­toren voor inter­dis­ci­pli­nar­iteit, maar lat­en we erop vertrouwen dat dat spin-off heeft. Bij de hon­our­spro­gram­ma’s, als ik eerlijk moet zijn, hebben we geen zicht op wat nu het effect is. De tevre­den­heid van de stu­den­ten, dat is maar één aspect. Zijn deze stu­den­ten nu ook echt wijz­er gewor­den in algemene zin? Dat weet ik niet. Dat moet ik onbeant­wo­ord lat­en.”

Niet al wat blinkt is goud

Na afloop van het pro­gram­ma kri­j­gen stu­den­ten ook een aan­bevel­ings­brief van de rec­tor. Deze brief zou een meer­waarde moeten zijn bij kan­di­da­turen voor doc­tor­at­en, beur­saan­vra­gen en zelfs sol­lic­i­taties. Maar ook rond het effec­tieve nut van deze aan­bevel­ings­brief hangt veel mist. “Wan­neer ik sol­lici­teerde voor een aan­tal vakantiejobs heb ik de aan­bevel­ings­brief erbij opges­tu­urd. Vaak werd er echter nadi­en niet meer over gespro­ken. Soms moest ik eens uit­leggen wat die regel op mijn cv pre­cies inhoudt, niet al te veel mensen buiten de uni­ver­siteit zijn op de hoogte van dit hon­our­spro­gram­ma”, aldus een ex-hon­oursstu­dent. Voor een andere ex-hon­oursstu­dent had de aan­bevel­ings­brief wel waarde: “Heeft dat mijn kansen op een doc­tor­aat ver­hoogd? Geen idee, in Bel­gië alleszins niet. Voor mijn doc­tor­aat in Ameri­ka weet ik niet in hoev­erre het doorge­wogen heeft. Kwaad kan het alleszins niet, gezien het toont dat je naast je reg­uliere cur­ricu­lum er nog een serieuze werk­lad­ing kan bijne­men. Voor een weten­schap­pelijke set­ting zie ik zek­er de meer­waarde.”

Rond het effec­tieve nut van deze aan­bevel­ings­brief hangt veel mist

Kri­tieken die luiden dat dit soort programma’s eli­tair zijn roepen al snel Engelse doem­beelden op, waar­bij de poli­tieke top nage­noeg volledig uit dezelfde “Boy’s Clubs” komt. Het gevaar van een dergelijke toekomst is wellicht beperkt, dat vin­dt ook Huis­man: “Ik wil niet zeggen dat de uni­ver­siteit zich niet druk hoeft te mak­en om elitevorm­ing; ik wil maar aangeven dat er niet meteen een causale link ligt tussen het vor­men van een elite en het ver­garen van de macht door die elite”, meent Huis­man. “Gezien de klein­scha­ligheid van deze ini­ti­atieven in het Vlaamse denk ik niet dat we daar zo bang voor hoeven te zijn.”

Veni, vidi en grotendeels vici

Hoewel de con­crete voorde­len van honoursprogramma’s moeil­ijk aan te kaarten bli­jven, zijn de stu­den­ten in het alge­meen wel tevre­den over het pro­gram­ma. Voor deze top­stu­den­ten is het dan ook een buitenkans om hun ken­nis en zienswi­jze te ver­bre­den. Voor degene die het aankun­nen en ges­e­lecteerd wor­den, bieden de Quetelet col­leges een extra intel­lectuele uitdag­ing aan, ter­wi­jl de (inter)facultaire honoursprogramma’s de stu­den­ten leren ken­nis­mak­en met con­creet weten­schap­pelijk onder­zoek. Emer­i­tus pro­fes­sor Kris­ti­aan Ver­sluys vat het mooi samen in een anek­dote: “Ik herin­ner me een opmerk­ende rede­vo­er­ing, zo’n twee jaar gele­den, waarin de stu­dent zei: we hebben leren twi­jfe­len. De weten­schap­pelijke twi­jfel, dat is wat hen bijge­bracht wordt. De com­plex­iteit van alles inzien, niet in iner­tie of cynisme, maar er toch voor zor­gen dat men zich niet laat van­gen door sim­plis­tis­che redener­in­gen.”