‘Het Wiel’ van Hendrik Lasure


Hendrik Lasure brengt op zijn debuutalbum een soort kleinkunst, met grote dramatiek. Via elf luisterverhalen kraakt hij onze gemoedsrust. De zanger laat ons broos en verward achter na deze experimentele langspeelplaat over zijn kindertijd. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2024 – 8:37 door Ada Art

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lasure is een bezige bij. De 27-jarige Knokke­naar heeft tal­loze pro­jecten. Met SCHNTZ ver­lei­dt hij jaz­zliefheb­bers, samen met Casper Van De Velde. Hij hield zich onder andere bezig met de arrange­menten van The Bony King of Nowhere, droeg als pianist bij aan het werk van Tamino en verdiept zich in the­ater. Het nagelscherpe album ‘Het Wiel’ werd in 2022 naar buiten gebracht.

De kleinkun­st is omge­woeld dankz­ij Lasure. Waar het genre klassiek relatief rustige klanken voor­legt, slaan in ‘Het Wiel’ de trap­pers door. Viool, dwars­fluit en klar­inet. De arti­est schakelde zijn oud­ers in om enkele instru­menten ter hand te nemen. Het is fijn om hun onzek­er­heid in het gelu­iden­spel te horen. Het draagt bij aan de vert­ed­erende sfeer. Om uit zijn com­fort­zone te tre­den, leerde Lasure gitaar voor dit debu­ut. ‘Het Wiel’ breekt met voor­spel­baarheid. Teer maar speels legt hij frap­pante jeugdherin­ner­in­gen bloot.

Dit album installeert een vernieuwend tand­wiel in ons brein als motor voor reflec­tie

Lasure kraait de lied­jes niet per toe­val in het West-Vlaams. Aangezien de onder­w­er­pen over per­soon­lijke ervarin­gen gaan, kiest de zanger voor de taal die het nauw­st aan zijn tong plakt. Met nasaal West-Vlaams gekeu­v­el zoomt hij in op schi­jn­baar futiele gevoe­lens en gedacht­en. De tekst kruipt onder je huid, maar nestelt zich ook op een aan­ge­name wijze in de oorschelp.

“Dit lied gaat over din­gen waar ik makke­lijk aan wen, maar waar ik liev­er niet zo snel aan wen­nen zou”, zingt Lasure in het lied ‘Beth­le­hem’. Het gaat over de con­frontatie met dak­lozen op het Beth­le­hemplein in Brus­sel. Onbe­su­isd raast dit num­mer doorheen spec­i­fieke impressies die Hen­drik Lasure beleeft: “Ver­doof mij, ik kijk weg / Maar nooit ger­aak ik de eelt op mijn oog­ballen kwi­jt / Wij komen hier van­daan.” Door de Bij­belse asso­ci­atie geeft de tekst ook een kri­tis­che tik op het achter­hoofd van chris­te­nen. Het ritme van de zang­stem is onge­woon en ver­rassend. De muziek komt onge­fil­terd bin­nen; in het begin voelt het iet­wat onwen­nig en over­weldigend aan. Na een aan­tal luis­ter­beurten, ont­popt de spijk­er­harde, maar soms gerust­stel­lende waarheid zich. Lasure nodigt de luis­ter­aar uit om aan tedere intro­spec­tie te doen. 

Elf ver­halen, die vertrekken uit elf bek­li­jvende ervarin­gen. In ‘Pavel’ uit hij zijn veront­waardig­ing over het verd­wi­j­nen van een jeugdvriend uit de klas. In ‘Fakkelkop’ vertelt hij hoe zijn hoofd in brand stond tij­dens de coro­n­a­pan­demie. Zijn blik op de wereld is won­der­lijk. Hen­drik Lasure biedt nieuwe inzicht­en, via knet­terend woord­spel, in het bewust beleven van het lev­en. Dit album installeert een vernieuwend tand­wiel in ons brein als motor voor reflec­tie.