Het verlies


We zijn een gen­er­atie van drie pun­t­jes. We gaan naar de winkel om eieren, melk, bier, … We willen ons nog verdiepen in filosofie, recht­en, economie, … We zoeken liefde, een mooie tuin, drie kat­ten, … We zijn bang om een punt te zetten. Dat zit nu een­maal inge­bakken in onze samen­lev­ing. Heeft niet iedere…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/02/2019 – 14:06 door Antoon Van Ryck­eghem

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We zijn een gen­er­atie van drie pun­t­jes. We gaan naar de winkel om eieren, melk, bier, … We willen ons nog verdiepen in filosofie, recht­en, economie, … We zoeken liefde, een mooie tuin, drie kat­ten, … We zijn bang om een punt te zetten. Dat zit nu een­maal inge­bakken in onze samen­lev­ing.

Heeft niet iedere zin een punt? Heeft ook het lev­en geen eind­punt? Als we het antwo­ord op deze vraag zoeken, slaan we soms door. Ik heb zelfs een vriend die meent dat hij een panis­che angst heeft voor de dood. Miss­chien is hij iemand die zich zoals velen ver­li­est in onzek­er­heid.

Ik heb vrede genomen met onzek­er­heid. Is dat waarom ik me niet herken in al die kip­pen zon­der kop?

“Heeft ook het lev­en geen eind­punt? Als we het antwo­ord op deze vraag zoeken, slaan we soms door.”

Eti­enne Ver­meer­sch was iemand die pun­ten kon zetten. Sterk­er nog, in de beschav­ing van de drie pun­t­jes is hij degene die gestre­den heeft voor het vri­jwillige punt. Zelfs met zijn laat­ste daad zette hij zich af tegen de sta­tus quo die in onze samen­lev­ing over­heerst. Ik ben niet alleen. Ken­nelijk was Eti­enne Ver­meer­sch ook niet bang van de dood. Maar waarom?

Hij omschri­jft het in zijn laat­ste inter­view met De Mor­gen won­der­wel. “Er is een peri­ode waarin ik niet leefde, en ik kan me er niet over bekla­gen want ik bestond niet. Er is ook een peri­ode waarin ik niet meer zal lev­en en ik kan me er niet over bekla­gen want dat is het lot van iedereen.”

Met andere woor­den, Ver­meer­sch was hele­maal niet bang van de dood. Meer zelfs, hij begri­jpt niet wat dat is, angst voor de dood. Maar vergeet hij niet iets?

Nu denk je dat ik te lastig doe. Eerst ga ik niet akko­ord met de kip­pen zon­der kop, want ik herken me niet in hun angst. Maar ik ga ook niet akko­ord met Ver­meer­sch zijn apathis­che houd­ing. Ik ben jul­lie een uit­leg ver­schuldigd.

Dood hier, dood daar, maar wat is dat nu? Als Ver­meer­sch over de dood spreekt heeft hij het over de toe­s­tand. Dood zijn. Hij gelooft (zoals ik) dat de dood het einde is, en er dus geen reïn­car­natie, hier­na­maals of hemel en hel bestaat. Zo is de dood niet iets waar angstig over gedaan moet wor­den.

Wat we wel weten is wat lev­en is. Het lev­en is eens een pak fri­et, de geur na de regen, een negen op twintig. Het lev­en is zek­er noch onzek­er, maar het is het enige dat we hebben.

“Het lev­en is eens een pak fri­et, de geur na de regen, een negen op twintig.”

Eti­enne Ver­meer­sch ver­schilt op die manier toch niet zoveel van onze geliefde bange kuiken­t­jes. Bei­den zijn op zoek naar zek­er­heid in iets waar we nooit zek­er over kun­nen zijn.

Die hopeloze zoek­tocht naar gefab­riceerde zek­er­heid is niet voor mij weggelegd. Ik vind vrede in de onzek­er­heid.

Ter­wi­jl ik nog leef zou ik eerst nog willen afs­tud­eren, de liefde tegen het lijf lopen, mijn klein zus­je zien opgroeien en (wie weet?) de Mount Ever­est bek­lim­men. Er zijn dus nog een paar per­soon­lijke doe­len die ik zou willen bereiken voor de man met de zeis me komt halen.

Of dat nu mor­gen of op mijn tachtig­ste is, houdt me niet wakker.