Het reizend gezelschap


De Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) kampt met grote plaatstekorten. De infrastructuur van het faculteitsgebouw is niet voorzien op de stijgende studentenaantallen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/10/2018 – 16:31 door Evert Ner­inck­x­Cather­ine Hoff­mannLi­nus Ver­meulen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Van 2016 op 2017 was er een lichte dal­ing in de inschri­jv­ingsci­jfers aan de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde (FEB). Om dit goed te mak­en ste­gen die cijfers dit jaar de volle 12,9 pro­cent, en dat ter­wi­jl het totaal aan­tal inschri­jvin­gen aan de UGent daalde met zo’n 2 pro­cent. De FEB moet nu ruimte bieden aan 1227 nieuwe bach­e­lorstu­den­ten, 140 meer dan vorig jaar. Hoe vangt de fac­ul­teit deze grote groep op?

In stijgende lijn

“We zijn een beet­je slachtof­fer van het suc­ces van onze richtin­gen op de markt”, aldus pro­fes­sor Patrick Van Ken­hove, decaan van de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde. “Dat zijn richtin­gen waarmee ze heel snel werk vin­den. Som­mige han­delsin­ge­nieurs komen ze bijvoor­beeld al een job aan­bieden in het tweede semes­ter van hun tweede jaar. Als er vol­gend jaar nog eens 140 bijkomen, ja, dan weet ik eerlijk gezegd niet meer wat we zouden moeten doen.” Vol­gens pro­fes­sor Ignace De Beelde, onder­wi­js­di­recteur van de fac­ul­teit, is de toe­name van het aan­tal stu­den­ten aan de FEB een typ­isch gevolg van een goed draaiende economie.

“We zijn slachtof­fer van het suc­ces van onze richtin­gen op de markt” – Van Ken­hove

De aanzwen­ge­lende economie is even­wel niet de enige verk­lar­ing. Van Ken­hove: “Een aan­tal van onze dis­ci­plines doen het zeer goed op de wereld­wi­jde Shang­hai-rank­ing. Pub­lic man­age­ment, bestu­urskunde en eigen­lijk alles wat te mak­en heeft met bedri­jf­skunde staat tussen de 50e en 75e plaats.”

“Het groot­ste audi­to­ri­um hier is Quetelet met 600 plaat­sen. In de eerste gemeen­schap­pelijke bach­e­lor Economis­che Weten­schap­pen, Toegepaste Economis­che Weten­schap­pen en Han­delsin­ge­nieur zijn er 79 stu­den­ten bijgekomen. Daar zijn ze nu met 578, doe daar de mensen bij die nog vakken moeten herne­men en de stu­den­ten die hier en daar een keuze­vak nemen, en doe daar tot slot de schake­laars nog bij. Je ziet dat je daar soms aan je lim­i­eten zit”, aldus Van Ken­hove.

Tetris Time

Het aan­tal stu­den­ten aan de FEB mag dit jaar dan wel geste­gen zijn, het prob­leem van de lokalen­verdel­ing stelt zich al langer. Annelies Roegiers, cur­ricu­lum­man­ag­er en ver­ant­wo­ordelijke voor de lokalen­verdel­ing aan de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde: “Er zijn alti­jd wel een aan­tal issues in oplei­din­gen met grote stu­den­te­naan­tallen. We hebben ook pas zicht op die sti­j­gende aan­tallen wan­neer de inschri­jvin­gen begin­nen lopen, maar op dat moment zijn onze roost­ers al enkele maan­den klaar. Dus dan is het soms ad hoc nog een beet­je bijs­turen en luis­teren naar de les­gev­ers wat zij wel of niet willen.”

Vaak wor­den lokalen en audi­to­ria op andere fac­ul­teit­en gebruikt, wat een heuse volksver­huiz­ing teweeg brengt. De Beelde: “We zijn op zoek gegaan naar lokalen op andere locaties waar iets grotere groepen bin­nen kun­nen, maar dat is natu­urlijk een zeer com­plexe oper­atie en heeft op dit moment ook een aan­tal heel negatieve gevol­gen . Onze stu­den­ten moeten bij wijze van spreken soms van de ene kant van Gent naar de andere kant.” “Een reizend cir­cus”, zegt Van Ken­hove iro­nisch.

“Onze stu­den­ten moeten soms van de ene kant van Gent naar de andere kant” – Van Ken­hove

“Onze fac­ul­teit zelf is al lang niet groot genoeg meer sinds de inkan­tel­ing van oplei­din­gen zoals han­del­sweten­schap­pen en bestu­urskunde, vroeger hogeschoolo­plei­din­gen. Dat is een heel grote groep, maar de infra­struc­tu­ur is niet aangepast”, zegt Roegiers. “Wij moeten ook elders lokalen kun­nen gebruiken.”

“Mocht elke fac­ul­teit andere richtin­gen weigeren in haar lokalen zouden we met een groot prob­leem zit­ten. In lokalen waar min­stens driehon­derd stu­den­ten kun­nen zit­ten, bepaalt de cen­trale admin­is­tratie wie op welk moment gebruik­srecht heeft op een bepaald lokaal. Dan hang je daar natu­urlijk aan vast en moet je onder­han­de­len met andere fac­ul­teit­en wan­neer roost­ers toch niet blijken te klop­pen”, vertelt Roegiers.

Stoelendans

De Beelde wijst daar­naast op een ander prob­leem, dit keer wat betre­ft het beruchte ‘activ­erend leren’: “Inter­ac­tief werken met groepen veron­der­stelt dat je een opstelling hebt die je kan aan­passen aan de didac­tis­che werkvorm die je op dat moment gaat gebruiken. Met andere woor­den; je moet los meu­bi­lair hebben, tafels en stoe­len voor groeps­g­roottes van 50 tot 60 man. In de uni­ver­siteit zijn er heel weinig audi­to­ria waar men los meu­bi­lair heeft. In onze fac­ul­teit hebben we er geen enkele.”

“Je moet los meu­bi­lair hebben” – De Beelde

“We hebben dit jaar gevraagd aan Direc­tie Gebouwen en Facil­i­tair Beheer (DGFB) om extra stoe­len te mogen plaat­sen. Als stu­den­ten zien dat er onvol­doende plaats is, lopen ze gans de verdieping rond en vra­gen ze in bureaus of ze een stoel mogen gebruiken en op den duur staat het gebouw vol met stoe­len die van over­al komen”, zegt De Beelde. Ook Roegiers vertelt ons over heuse stoe­len­dansen: “Vorige week had­den we een brain­storm met hon­derdzes­tig man waar we de hele dag in kleine groep­jes hebben gew­erkt. We hebben een volledi­ge gang heringericht met tafels en stoe­len.”

Personeel

Het mon­i­toraat van de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde staat bek­end om het goede werk dat ze lev­ert en de nauwe band die ze heeft met de stu­den­ten. Maar ook daar ondervin­den ze momenteel extra last. “Het mon­i­toraat, tra­ject­begelei­d­ing, stage­begelei­d­ing. Al die dien­sten wor­den gecon­fron­teerd met die toe­name van het aan­tal stu­den­ten”, aldus De Beelde. “Van de 6800 stu­den­ten zijn er zo’n 4000 stu­den­ten die in een GIT (geïn­di­vid­u­aliseerd tra­ject) zit­ten. Je kan je voorstellen hoe druk de agenda’s van de tra­ject­begelei­ders zijn, GIT’ers kri­j­gen immers indi­vidu­ele begelei­d­ing. We werken nu met een elek­tro­n­isch reser­vatiesys­teem en proberen een aan­tal din­gen op het vlak van studiebegelei­d­ing op te lossen met groepssessies in plaats van met indi­vidu­ele begelei­d­ing, maar zelfs met die maa­trege­len neemt de druk enorm toe.”

“Bij ons heeft een gemid­delde prof twintig mas­ter­proef­s­tu­den­ten” – Van Ken­hove

Het bli­jft niet bij het mon­i­toraat en de begelei­ders. “Als je kijkt in volti­jdse equiv­a­len­ten, is de stu­dent-stafratio nu 39,5 op 1. Twee jaar gele­den, toen die ratio nog 37 op 1 was, werd ons bij de inter­na­tionale vis­i­tatie voor de oplei­d­ing Pub­lic Man­age­ment gezegd dat we die ratio moesten terug­drin­gen naar de Europese nor­men, namelijk 25 op 1. Als ons dat niet lukt kun­nen we onze accred­i­tatie ver­liezen”, legt Van Ken­hove een pijn­lijk zeer bloot. Toch bli­jft hij opti­mistisch: “Gelukkig komt er nu al wat extra per­son­eel bij. Men gaat dit jaar ook aan een nieuwe per­son­eelssleu­tel werken, maar al die sti­jgin­gen zit­ten hier eigen­lijk nog niet in.”

De wasli­jst aan prob­le­men is daarmee nog niet ten einde, ook de prof­fen komen onder druk. Van Kenhove:“Als je rekent dat er hier elk jaar een 1250 stu­den­ten afs­tud­eren die alle­maal een mas­ter­proef mak­en, dat weegt zwaar door. Ik hoor in som­mige fac­ul­teit­en pro­fes­soren of dok­ter-assis­ten­ten prat­en over hoeveel werk ze wel niet moeten steken in twee mas­ter­proef­s­tu­den­ten. Bij ons heeft een gemid­delde prof er twintig.”

Oplossingen

Mogelijkheid om het gebouw van de fac­ul­teit zelf uit te brei­den is er niet. De duurzame oplossin­gen moeten dus in andere hoek gezocht wor­den. Om tege­moet te komen aan het ‘reizend cir­cus’ zijn de lesroost­ers zoveel mogelijk afgestemd op elka­ar om springuren te ver­mi­j­den. Daar­naast opperde De Beelde bijvoor­beeld dat in de lespro­gram­matie de afs­tanden tussen de ver­schil­lende leslokalen beperkt gehouden kun­nen wor­den tot een straal van een aan­tal hon­derd meters rond de fac­ul­teit. “Zo kun­nen prof­fen hun les effec­tief starten bij het start­mo­ment en moeten ze ook niet wacht­en op een sub­stantieel deel van de stu­den­ten dat nog onder­weg is.”

Een andere mogelijke oploss­ing is miss­chien te vin­den in lesop­names. Van Ken­hove: “Posi­tieve effecten zie ik heel duidelijk, ik merk dat de slaag­ci­jfers enorm stijgen.Voor mensen die op een of andere manier de les niet kun­nen vol­gen is dat zek­er een goede zaak, ze kun­nen dan tij­dens de week de lesop­names bek­ijken. Stu­den­ten vertellen me zelf hoe hand­ig lesop­names wel niet zijn. Als je eens iets niet goed mee hebt, kan je vlak voor het exa­m­en de les nog eens bek­ijken.” De vraag bli­jft echter of dit über­haupt wel een oploss­ing is: “Het uit­gangspunt zou natu­urlijk moeten zijn dat de uni­ver­siteit voor elke stu­dent een plaats heeft in haar audi­to­ri­um”, benadrukt De Beelde. “Maar als je op een bepaald moment gecon­fron­teerd wordt met een snelle groei… Infra­struc­tu­ur­w­erken kosten natu­urlijk tijd.”

“Het is een hele uitdag­ing, maar ik denk wel dat er oppor­tu­niteit­en zijn” – Roegiers

Ook het strea­men van lessen, namelijk het fil­men van een les en die gelijk­ti­jdig lat­en afspe­len in een ander audi­to­ri­um, is een piste die sinds vorig jaar bewan­deld wordt voor enkele vakken. “Na twee lesweken stopt dit wel, omdat er dan al een pak min­der stu­den­ten naar de les komen”, aldus Roegiers. “Het is dus niet de bedoel­ing om dat per­ma­nent te mak­en.”

Het uni­ver­siteits­bestu­ur keurde onlangs een project goed om het audi­to­ri­um­be­heer, dat momenteel in Cen­tau­ro zit, in de toekomst effi­ciën­ter te lat­en ver­lopen. Bij dit project zijn heel wat ervar­ings­deskundi­gen betrokken, zodat in het nieuwe sys­teem met zoveel mogelijk para­me­ters reken­ing gehouden kan wor­den. Roegiers ziet het alleszins rooskleurig: “Lat­en we het zek­er posi­tief for­muleren, het uni­ver­siteits­bestu­ur is zich bewust van het prob­leem, anders had­den ze dat project niet goedgekeurd. Het is een hele uitdag­ing, we hebben een grote uni­ver­siteit, maar ik denk dat er zek­er wel oppor­tu­niteit­en zijn.”