“Het GUM is geen pretpark”


Een wandeling door de Plantentuin leidt je tegenwoordig recht in de armen van Pallas Athena. Het Gents Universiteitsmuseum (GUM) omvat als jongste baken van wijsheid de oudste voorwerpen uit de wetenschappelijke geschiedenis en wil jou daarmee iets aan het verstand brengen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/10/2020 – 15:06 door David MichielsEl­la Roose

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Als directeur en cura­tor van het nieuwe weten­schapsmu­se­um ontwikkelde Mar­jan Doom een visie voor het GUM waar­bij valkuilen ver­mi­j­den even belan­grijk bleek als het kiezen van het opzet. Zij ging langs bij veer­tig docen­ten ver­spreid over alle fac­ul­teit­en en zat samen met stu­den­ten en col­le­ga-cura­toren om de vraag te beant­wo­or­den: ‘welk ver­haal hoort een weten­schapsmu­se­um te vertellen?’

Wetenschap moet fascineren, niet entertainen

Mar­jan Doom

Weten­schap is geen fun en hoeft dat ook niet te zijn vol­gens Doom: “Het GUM is geen pret­park. Ik denk niet dat kinderen inzicht kri­j­gen over wat weten­schap inhoudt door op een knop te duwen en ver­vol­gens een bal te zien vliegen. Wat kinderen zo aantrekt in weten­schap, is het vrij explor­eren dat ges­tuwd wordt door hun nieuws­gierigheid. Het is het gevoel dat je hebt wan­neer je je eerste microscoop cadeau kri­jgt en op zoek gaat naar din­gen om eron­der te leggen. Het GUM wil kinderen fascinerende voor­w­er­pen voor­leggen, waar­door ze op zoek gaan naar antwo­or­den.” Doom wil een vergelijk­bare fas­ci­natie oproepen bij vol­wasse­nen: “Als je iets onverwachts doet, creëer je een open­heid bij mensen, waar­door ze zelf gaan onder­zoeken hoe de din­gen exact in elka­ar zit­ten. Door bijvoor­beeld voor­w­er­pen uit ver­schil­lende dis­ci­plines naast elka­ar te zetten, gaan mensen beter kijken.”

Geen UGent-museum

Het GUM wil niet hoofdza­ke­lijk de geschiede­nis van de weten­schap weergeven of lat­en zien welke resul­tat­en er gegenereerd zijn, maar wil vooral aanzetten tot kri­tisch denken. “Onze maatschap­pelijke rol bestaat eruit om de weten­schap­pelijke gelet­ter­d­heid van mensen aan te scher­pen”, zegt Doom. “We voorzien een plek waar wordt geduid hoe weten­schap nu pre­cies werkt.”

Het GUM wil niet hoofdza­ke­lijk de geschiede­nis van de weten­schap weergeven

Zo is het ook niet de bedoel­ing de geschiede­nis van de uni­ver­siteit te tonen aan de hand van een reeks ster­weten­schap­pers. We hebben niet tot doel de UGent te verkopen. We had­den verwacht dat er druk ging komen om wel bepaalde weten­schap­pers in de kijk­er te zetten, maar die druk is niet gekomen vanu­it het UGent-bestu­ur. Het zijn vooral onder­zoek­ers die graag een bepaalde col­le­ga op een voet­stuk zien staan. Toch hebben we dat niet gedaan, zodat we kon­den focussen op de meer fun­da­mentele aspecten van weten­schap zoals samen­werken, twi­jfe­len, meten, ver­beeld­ing en hou­vast zoeken in chaos.”

Kunst en wetenschap 

Naast een bij­zon­dere visie op de weten­schap gaat Doom nog een stap­je verder en com­bi­neert ze weten­schap met kun­st. Met een focus op het visuele stelt ze dat de link tussen weten­schap en kun­st niet zo ver te zoeken is. “We lat­en mensen eerst kijken naar de objecten waar­door ze die zelf kun­nen inter­preteren. Dat is vaak ook hoe kun­ste­naars te werk gaan. Het is het object dat fasci­neert en als je meer uit­leg wilt, dan moet je moeite doen om die verdiepende laag op te zoeken”, vertelt Doom. Ze ver­vol­gt: “In de per­ma­nente col­lec­tie komt kun­st nog niet zo sterk naar voren, ter­wi­jl dat in de tijdelijke ten­toon­stelling al veel meer het geval is. Vier heden­daagse kun­ste­naars bren­gen daarin hun werk, waarin de dialoog met weten­schap wordt opge­zocht.”

Ver­beeld­ing als essen­tieel weten­schap­pelijk ken­merk

Dat het GUM een plek is waar kun­st thuishoort, kun je zien aan de kun­stin­stal­latie bij de ingang en aan de gigan­tis­che muurschilder­ing op de buiten­muur van het muse­um. “We zorgden ervoor dat de street artist ROA volledi­ge artistieke vri­jheid kreeg voor de muurschilder­ing met de skelet­ten”, aldus Doom. 

Wat met de koloniale geest?

In het muse­um vind je ook enkele omstre­den objecten. Zo hangt een selec­tie aan Afrikaanse maskers tussen de opgezette dieren. Die komen uit de gigan­tis­che etno­grafis­che col­lec­tie van de UGent. Op de vraag hoe ze als muse­um omgaan met de gevoe­ligheid die zulke objecten met zich mee­bren­gen, antwo­ordt Doom als vol­gt: “Wij tonen bij elk object steeds de herkomst. Zelfs als we niet weten hoe het hier is terecht­gekomen, zeggen we expli­ci­et dat we het niet weten. We doen actief onder­zoek naar herkomst en zoeken daar­voor naar de juiste onder­zoek­ers.”

“Wij staan open voor vra­gen rond resti­tu­tie”

Het GUM-team is ingebed in de cul­turele en muse­um­sec­tor, waar­door ze mee in werk­groepen zit­ten die werken rond resti­tu­tie en het beleid daar­rond. “Zow­el over de etno­grafis­che als arche­ol­o­gis­che col­lec­tie van het GUM, kun je dis­cus­siëren of het al dan niet over roof gaat”, stelt ze. Daarom werkt het muse­um actief met source com­mu­ni­ties, waar­bij ze met de gemeen­schap­pen zelf in gesprek gaan en hen vra­gen wat zij willen dat er met de objecten gebeurd. “Soms komt het voor dat een gemeen­schap het object hele­maal niet terug wil, of het goed vin­dt dat het object bij ons in het GUM staat”, duidt Doom. “Het is voor ons extreem belan­grijk om daarover in dialoog te gaan met de gemeen­schap­pen. Wij staan boven­di­en heel erg open voor vra­gen rond resti­tu­tie.”

Het topje van de ijsberg

Er staan nu iets min­der dan achthon­derd stukken in het GUM. De rest van de col­lec­tie zit nog ver­spreid. “We zullen ervoor zor­gen dat die stukken bescher­md en geïn­ven­tariseerd wor­den en dat de col­lec­tie meer geac­tiveerd wordt”, deelt Doom mee. Vol­gens haar begint het alle­maal bij inven­taris­eren: “We moeten weten wat we pre­cies hebben. Daar­na moet de col­lec­tie con­sul­teer­baar wor­den door alles fysiek samen te bren­gen.” Het ide­ale sce­nario is vol­gens Doom dat men een dig­i­tale cat­a­lo­gus zal kun­nen raad­ple­gen en zo het object kan opvra­gen om te con­sul­teren voor onder­zoek of een practicum. De col­lec­tie raad­ple­gen zou gebeuren in een leesza­al van een soort cen­traal depot. “We willen als muse­um focussen op object based learn­ing en het tast­bare ervan, zek­er nu alles meer en meer dig­i­taal wordt.”