Het genot voorbij


Genot, we kennen het allemaal: een warme douche na een looptochtje door de vrieskou, die verboden donut die je deze morgen stiekem onder je boterhammen verstopte, een vers dekbed waaronder een hete beer zoveel feromonen afscheidt dat je er met plezier de les voor mist. We hebben nog nooit zo hard genoten als vandaag en toch lopen…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/03/2020 – 18:37 door Mar­jan Suffys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Eén pot nat?

Genot, liefde, erotiek, intimiteit en seks: moeten we het onder dezelfde noe­mer plaat­sen? Gelukkig niet. Ver­schil­lende invloedrijke auteurs en denkers bogen zich al eerder over het issue. Pla­to – met wie anders te begin­nen – maak­te het zichzelf lekker makke­lijk: genot ontstaat wan­neer een onaan­ge­naam gemis wordt inge­vuld. Dus heb je dorst? In de Over­poort valt er alti­jd wel iets lekkers te vin­den. Maar de reden waarom je ’s nachts dit oord van verderf bezoekt, omvat meer dan enkel een droge keel. Miss­chien wordt Freuds inbreng hier meer geap­pre­cieerd. Want wie in zijn lessen psy­cholo­gie voor dum­mies goed heeft opgelet, weet dat Freud een overge­sek­su­aliseerde bonobo was, hoewel hij zijn broek in zijn tijd waarschi­jn­lijk ste­vig tot zijn navel moest dicht­knopen. In de Over­poort valt er inder­daad heel wat lekkers te vin­den. Freud stelde genot namelijk gelijk aan de ver­lossende ont­lad­ing die komt na een te hoog opgelopen span­ning. U denkt aan het orgasme? Freud ook.

Freud versus Lacan

Freud sloeg in de geschiede­nis al meer­maals een mal figu­ur. Want ja, er is meer dan de fal­lus en nee, niet alle span­ning is onaan­ge­naam en vin­dt antwo­ord in de bevredig­ing ervan. Denk maar aan het kijken van een hor­ror­film, sado­masochisme of een rit­je in de ‘Typhoon’ in Bobbe­jaan­land, wat elk fat­soen­lijk tijd­perk als een martel­tech­niek zou aanzien. Waar bij Pla­to het juiste object noodza­ke­lijk was voor bevredig­ing, hechtte Freud geen belang aan een betekenisvolle part­ner, en een the­o­rie waar geen plaats is voor ware liefde, die ver­w­er­pen we toch?

Lacan stelt ons liefdes­ob­ject cen­traal, die in de klassieke ver­sie overeenkomt met de per­soon die ons de eerste liefdeser­varin­gen met onze moed­er kan lat­en her­beleven: onvoor­waardelijk en absolu­ut. Lat­er wordt dit als vol­gt inge­vuld: niet onze moed­er is bepal­end voor onze lat­ere liefdespart­ners, (oef!) maar haar paradi­jselijke buik! De ide­ale toe­s­tand van ongezien even­wicht en volledigheid die wordt door­bro­ken vanaf de geboorte, zal resul­teren in de onmo­gelijke opdracht om iemand te vin­den die ons teruggeeft wat van ons werd afgepakt. Zo bli­jven we lev­enslang zoeken naar Mr of Ms Right of ook wel swipen naar links. U merkt het vast al: de link met seks is gelegd. Opgaan in elka­ar, versmelten tot een­heid. Maar ook Aris­tote­les lev­ert op dit punt een bij­drage. Vol­gens hem is genot het opgaan in een activiteit die samen­valt met ons als per­soon, waar­bij het tijds­be­sef weg­valt, samen met het zelf­be­wustz­i­jn. Er is geen Ik meer, maar een flow, een samen­vallen, een versmelt­ing. Alleen laat een ver­mark­te samen­lev­ing dit niet meer toe.

Meer!

Wat ooit ver­bo­den werd, is nu ver­plicht. Geni­eten is een doel op zich gewor­den en is gericht op egoïsme, ter­wi­jl genot net voorkomt uit een wij-ver­haal. We moeten de wereld zien, tal van hobby’s com­bineren, een per­fect gezin­net­je hebben en het bove­nal kun­nen pre­sen­teren aan de wijde wereld. Als je echt een pop­u­lair Insta­gram­profiel wil, dan kun je onmo­gelijk met je mod­derige caoutchouc laarzen goed­kope bor­deaux drinken op een armtierig balkon­net­je in de Arden­nen. #Saint-Hubert, zie je het al voor je? Nee, je moet rijke­lijk gaan dineren en wan­der­lust­gewi­js Afri­ka verken­nen in een sexy biki­ni met pail­let­ten die mooi con­trasteert met de kleuren van het tro­pis­che woud op de foto. Een inspir­erende quote waarin beschei­den­heid en sober­heid wor­den gere­flecteerd zek­er niet ver­geten! De heden­daagse stri­jd tot per­fec­tie dri­jft ons tot vol­maak­te billen op Ins­ta, zo rond als de gloeiende onder­gaande zon op de achter­grond, tot fit­nessende en Mylène-smerende man­nen en uitein­delijk tot uit­ge­bluste indi­viduen op de divan bij een bebrilde man met een baard die in Freud zijn voet­sporen probeert te tre­den. En de regering doet luid­keels mee: “Meer, beter en grootser!” We moéten geni­eten, zo hard dat er achter dat genot alleen leegte overbli­jft. Beangsti­gende leegte. “Post coitum omne ani­mal triste est”, zei Galenus.

Een doorgeknapte rem

Wat genot een des te inter­es­san­ter con­cept maakt, is dat het vol­gens Freud ingegeven zou zijn door een interne rem. Genot bouwt op tot een zek­er punt, vaak een cli­max, en kent dan een verzadig­ingspunt. Denk opnieuw aan het orgasme, het moment waarop je een bord spaghet­ti blazend van je afschuift onder de blik op het rol­let­je vlees dat vanon­der je T‑shirt komt piepen, of wan­neer je ogen dicht­vallen, zelfs tegen­over DiCaprio die je in zijn zoveel­ste block­buster zwoel in de ogen kijkt. De rem zou een bescher­mings­func­tie in zich dra­gen, want stel je maar eens voor dat genot geen eind­punt zou ken­nen. Intern hebben we dus dat rem­mingsmech­a­nisme, dat vaak hor­mon­aal en chemisch wordt geregeld, maar ook de maatschap­pij moet hierin voorzien. Laat dat net het­geen zijn waar onze excellerende regering faalt. Genot wordt uit­ge­hold, de rem wordt niet gere­specteerd. Net daarom is binge­watch­ing onge­zond. De uren gli­j­den voor­bij en voor je het goed en wel beseft heb je zeven aflev­erin­gen gekeken, jezelf overgegeven aan een hele zak Lay’s en zo’n hier­boven bespro­ken fles zure bor­deaux. Akko­ord, de com­bi­natie laat te wensen over, maar als je een hele nacht op DiCaprio’s snoet­je kijkt, vergeet je snel wat je in je mond steekt – en sta je ’s anderen­daags om 12 uur op, lus­teloos en met klop­pende hoofd­pi­jn. Geen kat die nog wat aan je heeft (behalve de kat dan).

Kor­tom: twee lessen kun­nen wor­den geleerd. Ten eerste: genot moet de kans kri­j­gen om zichzelf op te bouwen, richt­ing de cli­max die ook meteen het genot aan ban­den legt. Probeer voor jezelf een grens te stellen, want als het aan de samen­lev­ing ligt, zal je enkel con­sumeren. Genot neemt zelfs expo­nen­tieel toe wan­neer het bevredig­ingspunt wordt uit­gesteld. Meer nog, genot zit vaak niet in het eind­punt maar in het ver­lan­gen dat aan iets vooraf­gaat. Tantraseks en geni­eten van de kleine din­gen is de bood­schap. En last but not least: leg die smart­phone weg en lees eens een goed boek van Paul Ver­haeghe, want hij is degene die met de pluimen van dit artikel mag gaan lopen, niet ik.