Herinneringen aan Westkapelle


Op een dik uur rij­den van Antwer­pen, net voor­bij het veel bek­endere Zoute­lande, ligt West­kapelle: een kleine, slaperige gemeente op de hoek van een Zeeuws schierei­land. Ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw had­den mijn grootoud­ers het idee om een stacar­a­van te kopen op een camp­ing in de buurt van het strand. Het was geen lelijke,…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/05/2022 – 21:12 door Dries van Dort

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Op een dik uur rij­den van Antwer­pen, net voor­bij het veel bek­endere Zoute­lande, ligt West­kapelle: een kleine, slaperige gemeente op de hoek van een Zeeuws schierei­land. Ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw had­den mijn grootoud­ers het idee om een stacar­a­van te kopen op een camp­ing in de buurt van het strand. Het was geen lelijke, oude camp­ing zoals je die ziet in films en series. Het was een camp­ing vol stacar­a­van­net­jes, waar elke bewon­er zijn eigen keurig bijge­houden tuin­t­je had. De eige­naar van de camp­ing, die geheel vol­gens Hol­lands cliché natu­urlijk Kees heette, had ook een kleine super­markt. Het was een minidor­p­je in een gemeente die al betrekke­lijk klein was.

Sinds­di­en was het verre West­kapelle een vakantieo­ord voor mijn grootoud­ers en de rest van de fam­i­lie. Ver­spreid over een stuk of drie car­a­van­net­jes spendeerde de Janssen-clan haar zomers in het kleine dor­p­je. Samen met mijn oma maak­te ik ein­de­loze wan­delin­gen rond het krater­meer om eend­jes te voeren (enkel de eend­jes, want meeuwen kre­gen geen brood van mijn oma) of we trot­seer­den het wan­del­pad dat op de top­pen van de duinen aan­gelegd was. Met mijn fam­i­lie ver­toef­den we dagen­lang aan de zee, of we aten mos­se­len op het strand­paviljoen ter­wi­jl we een avon­drode zon langza­am in de zee zagen zakken. We lacht­en met de Ned­er­lan­ders en de manier waarop ze ‘patat’ of ‘even pin­nen?’ zei­den, en beo­ordeelden bedenke­lijke zwem­broeken op het strand. Ter­wi­jl de wereld thuis maar bleef veran­deren, leek niets zo per­ma­nent als die korte week­end­jes, of lange twee weken, die we door­bracht­en in dat onbek­ende Zeeuwse dor­p­je. West­kapelle was de soort plek waar je jaren niet kon komen en met grote zek­er­heid ervan kon uit­gaan dat er weinig of niets zou veran­deren.

Helaas zijn er weinig din­gen per­ma­nent. Zon­der veel gelu­id verd­ween de fam­i­lie Janssen de voor­bi­je jaren langza­am uit de gemeente. Oud­er­dom, ziek­te, een ver­sleten car­a­van, drukkere bezighe­den thuis, enzovoort, maak­ten die ein­de­loze avon­den aan het strand verleden tijd.

Mijn oma herkent mij, en de rest van mijn fam­i­lie, al enkele jaren niet meer. Parkinson’s is zo’n ziek­te die de mens langza­am bekruipt zon­der dat je er snel iets van merkt. Het lichaam is er nog, maar de per­soon die erin zit, verd­wi­jnt voor­dat je het goed en wel beseft. Het afscheid is onder­tussen al een tijd­je gele­den gebeurd. En ondanks dat mijn oma de voor­bi­je dagen vaar­wel heeft gezegd, geeft het rust om te weten dat dat kleine Zeeuwse dor­p­je, ver­sc­holen tussen de duinen, er nog steeds zal zijn.