Groepswerk makes the dream work


Er zijn twee constanten in de wereld: de snelheid van het licht en de haat van studenten voor groepswerken. Van zowat elke eerstejaarsstudent tot zelfs Dries van Langenhove: iedereen heeft er een mening over. Is die wel wetenschappelijk verantwoord?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/05/2022 – 21:23 door Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoogst­waarschi­jn­lijk wordt elke stu­dent er wel mee gecon­fron­teerd: het groep­swerk. De menin­gen zijn verdeeld: de een vin­dt het niet leuk, de ander ron­duit ver­schrikke­lijk. En toch is de kans groot dat je het vol­gend acad­e­mie­jaar weer voorgeschoteld kri­jgt. Met andere woor­den, er zou dus wel een weten­schap­pelijke reden voor kun­nen zijn.

De rel­e­vantie begint bij de overkoe­pe­lende term ‘samen­werk­end leren’, waar­toe groep­swerk behoort. Dit gaat een stuk verder dan gewoon ‘samen aan iets werken’: er moet voldaan zijn aan spec­i­fieke ken­merken, zoals wed­erz­i­jdse afhanke­lijkheid, directe inter­ac­tie en indi­vidu­ele aansprake­lijkheid. Indi­en hier­aan voldaan wordt, blijkt samen­werk­end leren gewoon beter te werken dan indi­vidueel leren, zow­el als het gaat over het ver­w­er­ven van ken­nis, een posi­tieve moti­vatie, de ontwik­kel­ing van soci­aal gedrag en andere aspecten.

Groep­swerken – en ruimer samen­werk­end leren – vallen bin­nen de zoge­naamde con­struc­tivis­tis­che visie op leren. Het con­struc­tivisme zelf is echter niet per se gemaakt om suc­cesvol leren in kaart te bren­gen. Het is eerder een epis­te­molo­gie, een kijk op ken­nis, waar­bij ken­nis als een con­struc­tie van de mens wordt gezien, in plaats van een alomte­gen­wo­ordig en verkri­jg­baar goed. In het onder­wi­js is deze visie dan ook eerder een para­plube­grip dan een duidelijk omschreven kad­er.

Net vanu­it deze con­struc­tivis­tis­che visie komt het belang van groep­swerken naar boven, maar ook het belang van een goede omkader­ing. Net zoals bij koken kun je niet alles in een pot gooien, een beet­je roeren en verwacht­en dat er een per­fecte souf­flé uit zal komen. Wat er nodig is, is struc­tu­ur. Uit onder­zoek uit de jaren 90 kwa­men er ver­schil­lende ben­odigde ken­merken naar boven, zoals het garan­deren dat de leer­doe­len het­zelfde zijn voor alle groep­sle­den, dat iedereen wordt beo­ordeeld voor hun eigen bij­drage en dat de leerkracht best zo weinig mogelijk stu­urt, maar eerder als coach optreedt. En bij die ver­ant­wo­ordelijkheid lijkt het schoen­t­je te wrin­gen: iedereen kent wel dat ene groep­swerk dat zijzelf hebben moeten trekken, de ene per­soon die niets deed, of de per­soon die de kan­t­jes eraf liep. Als er je nu nie­mand te bin­nen schi­et, ben jij miss­chien zelf die per­soon.

Iedereen kent wel dat ene groep­swerk dat zijzelf hebben moeten trekken

Naast struc­tu­ur vraagt een groep­swerk ook een goede begelei­d­ing en voor­berei­d­ing. Een slecht geor­gan­iseerd groep­swerk mag dan een makke­lijke uitvlucht lijken, maar een goed geor­gan­iseerd groep­swerk kost vooral ook veel moeite voor de leerkracht zelf. De laat­ste jaren komen er echter ook steeds meer dig­i­tale hulp­mid­de­len of online samen­werk­ing­somgevin­gen, gaande van dis­cussiefo­ra op Ufo­ra tot eigen wiki-pag­i­na’s, wat zek­er voor stu­den­ten die het moeil­ijk hebben om per se elke les bij te wonen, zoals werk­stu­den­ten, behulpza­am is.

Het valt sim­pel samen te vat­ten: net zoals iedereen voor een klas kan staan, kan iedereen ook een groep­swerk organ­is­eren. De kun­st is om het zo te organ­is­eren dat het voor iedereen nut­tig is. Begin dus niet onmid­del­lijk met je ogen te rollen bij elk groep­swerk. De kans is grot­er dat je je stoort aan een relatief fout stig­ma dan dat je echt je tijd zit te ver­spillen.