Gent Jazz: traantjes en accordeons


Was het de drukkende hitte? Dat iedereen stiekem nét iets meer met het voetbal in zijn hoofd zat? Feit is dat we zelden zo’n ongemanierd publiek meemaakten. Gelukkig hoeven we het publiek niet te recenseren met onze in vitriool gedoopte pen, en wisten de artiesten het rumoer van de zaal met klasse te overstemmen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/07/2018 – 14:25 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jef Neve

Jef Neve bracht voor de gele­gen­heid een strijkkwartet, bassist, drum­mer en trompet­tist mee. De gemid­delde leefti­jd van de band lag rond het moment van afs­tud­eren, maar dat weer­hield hen niet om gezel­lig samen te spe­len. Alleen een kleine onzek­er­heid bij de strijk­ers ver­raadde hen. Ope­nen deed Jef met een com­posi­tie in zijn ken­merk­ende sti­jl: een erg dense par­ti­tu­ur, maar loepzuiver gespeeld. Gelukkig is Gent Jazz met voor­sprong het fes­ti­val met de prop­er­ste wc’s, en dat komt goed van pas om de make-up op te fris­sen na dat traan­t­je weg te pinken. De vol­gende num­mers waren iets meer exper­i­menteel, met con­tra­bas en slag­w­erk als aan­vulling op de violen. De immer goedgeluimde Jef kreeg duidelijk plezi­er in het optre­den, en het pub­liek, dat nog steeds een wilde stoe­len­dans uitvo­erde, viel ein­delijk stil tij­dens ‘Crys­tal Nights’, een num­mer dat hij schreef na de aansla­gen in Brus­sel. De intro deed denken aan de tert­sre­laties van de ouver­ture van Mendelssohns De Hebri­den, om daar­na uit te groeien tot een over­weldigend klankbad. Inge­to­gen en toch bruisend van energie, Het is Jef Neve op zijn best. Zo nu en dan schud­de hij een over­dreven riedelt­je uit zijn ‑let­ter­lijk- losse pols en zette hij te veel in op effectwerk. Maar wan­neer hij zelf recht­stond om mee te dansen tij­dens het impro­visatiemo­men­t­je van bas en drum, dat miss­chien iets te lang duurde, kon­den we niet anders dan dat ent­hou­si­asme delen. Afs­luiten deed Neve met een num­mer geschreven op de luchthaven van Cass­ablan­ca, waar­bij de exo­tis­che ritmes en swin­gende melodie in big band-sti­jl het geheel een kos­mopoli­tisch tin­t­je gaven.

Kandace Springs

Springs had het ongeluk om samen met Bel­gië-Brazil­ië op het pro­gram­ma te staan, maar met een klok van een soul­stem luk­te het haar om de blikken van het kleine scherm los te scheuren. Al kan ook haar bloed­mooie ver­schi­jn­ing daar voor iets tussen zit­ten: een frêle gestalte gehuld in een kort, strak kleed­je, een indruk­wekkende bos nat­ur­al hair en een gui­t­ige lach. De eerste drie num­mers waren goed, maar bek­li­jf­den niet. Ook de muzikan­ten maak­ten na het vir­tuoze geweld van gis­teren niet echt indruk. Pas met een num­mer van haar nieuwe plaat, dat op zeven sep­tem­ber wel eens door ons zal beluis­terd wor­den, kon­den we horen dat Springs meer in haar mars heeft dan gewoon goed kun­nen zin­gen. Hoewel ze een indruk­wekkend aan­tal octaven aankan, klonk haar stem vooral in de lagere regio­nen als een warm, troos­t­end deken­t­je. Ook haar kunde op de piano speelde een rol. De piano klonk bij de muziek niet louter onder­s­te­unend, maar lokt de aan­dacht en toont dat haar tal­ent niet enkel vocaal is. Toch mistte de set tij­dens de eerste helft van het optre­den nog wat vari­atie. Daar kwam veran­der­ing in met een paar magis­trale cov­ers van ‘Human’ van Rag ‘n’ Bone Man. Tij­dens het laat­ste num­mer kre­gen we een sterke aan­drang om de ver­maledi­jde stoe­len aan de kant te schop­pen en mee te rock­en met de zan­geres, die nu wel haar veelz­i­jdigheid kon bewi­jzen. Kan­dace Springs is nog niet de nieuwe Bil­lie Hol­i­day, maar ze is wel aardig op weg. Dat merk­ten we aan ons kip­pen­v­el bij 28 graden.

Paolo Conte

Waar zijn we beland? Hebben we de afgelopen 20 jaar iets wezen­lijks gemist? Half Gent en de hele Ital­i­aanse expat­ge­meen­schap zijn toege­stroomd om de Ital­i­aanse charmezanger te beluis­teren. Wat is het geheim van deze 81-jarige dat hij aanbe­den wordt als ware hij een zin­gende Jezus? Sloot hij een faus­ti­aans pact met de duiv­el? Is het miss­chien zijn opa-snor? Zijn gladde zon­nebril? Of het een­voudi­ge feit dat hij Ital­i­aans is? De eerste num­mers klinken als de sound­track bij een roman­tis­che kome­die die zich afspeelt in Rome. Het pub­liek gaat wild tekeer. Wij begri­jpen er vooral niets van. Hier en daar roept het bij ons het beeld op van een spot­je voor een wel­bepaald piz­za­merk. Wor­den we echt geacht zijn grote hits ‘Via Con Me’ of ‘Un Gela­to al Limon’ te ken­nen? Oké, zijn stem is even door­rookt als die van Arno, en de muzikan­ten ken­nen wat van spe­len. Zo was er een pas­sioneel stuk op de accordeon dat ons deed ont­dekken dat mensen pas­sioneel accordeon kun­nen spe­len. Maar verder lijken de num­mers iden­tieke klo­nen van elka­ar, met een gener­ische opbouw van akko­or­den, hier en daar een melan­cholis­che accordeon­so­lo en de meest typ­is­che slot­ca­densen die je je kunt inbeelden. En toch… de ado­ratie van het pub­liek werkt aansteke­lijk. Halver­wege het con­cert gaat ook ons voet­je meetikken en begin­nen we zowaar mee te klap­pen. Gelukkig zijn de num­mers zo voor­spel­baar dat we under­cov­er kun­nen meezin­gen met het pub­liek van over­we­gend vijfen­vi­jftig-plussers die de dijken van Rim­i­ni uit hun jonge jaren voor hun geeste­soog zien ver­schi­j­nen. We zijn onder­tussen zo ver buiten onze com­fort­zone dat we de drie staande ovaties over­tu­igend meeklap­pen en ‑fluiten. It’s won­der­ful, it’s won­der­ful, jawel.