Gent Jazz: Grensoverschrijdende genialiteit


Bekomen van het eerste weekend deden we op woensdag, en dat meteen al met de drukst bezette affiche die Gent Jazz dit jaar in petto had. Uitsluitend mannelijk geweld, constateerden we, maar vooral ook de verbluffende kwaliteit over de gehele, bijzonder excentrieke lijn van 3 juli.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/07/2019 – 20:31 door Mingt­je WangVin­cence De Gols

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Bij aankomst op Gent Jazz wer­den de vroege vogels onthaald door de noten van Blick Bassy, die voor een eerste gemoedelijke ver­poz­ing zorgde. Geen evi­dente job, als een van de vroeg­ste open­ers van de week optre­den op de Main Stage. In plaats van zich te schikken naar een miss­chien ondankbaar ogende job, zorgden ze ervoor dat ze een onver­getelijke (blik)opener wer­den. Bassy, zelf afkom­stig uit Kameroen, speelt met een vierkop­pige band en zingt zijn tek­sten in Bas­sa, een van de maar lief­st 260 Kameroense tal­en. Op het podi­um bracht­en ze iets tussen luchtigheid en duis­ter­n­is, gaande van bossa nova tot blues met Afrikaanse invloe­den. Ondanks het feit dat de tent amper gevuld was, bleek de menigte door­dron­gen van de stem van Bassy. Die diepge­wortelde emotie, waar­voor men Bas­sa niet eens diende te ver­staan, dek­te de volledi­ge lad­ing van zijn bood­schap en zette zo iedereen tij­dens het num­mer Ngwa onder een etherische bezw­er­ing. Zijn recentste album 1958 is namelijk een ode aan de helden van de Kameroense onafhanke­lijkhei­dsstri­jd, zoals Ruben Um Nyobé. Dit album is voor Blick Bassy een call for action, een oproep voor Afri­ka om op te komen voor haar eigen belan­gen, aangezien de rest van de wereld dat duidelijk niet zal doen. Naar het einde toe voorza­gen de ban­dle­den van Bassy ons nog van een paar zwoele heup­be­weg­in­gen, die iet­wat onwen­nig, maar daar­door net o zo vert­ed­erend waren. De eerste dans­be­nen: gestrekt en gecheckt.
 

Blick Bassy

 

Na het ontwijken van het wis­sel­val­lige weer op het hoofd­podi­um, slen­ter­de iedereen op z’n gemak­je richt­ing Gar­den Stage. Met het kort piepen van de zon op de mid­dag leek het een luilekker­strand te wor­den aan het gezel­lige tweede podi­um van Gent Jazz. De fes­ti­valmeute ver­ruilde het gelukza­lige gevoel van Bassy, dat was bli­jven hangen, dit­maal voor een woeste hengst op door­tocht. PAARD., een ver­reik­end jaz­ztrio dat het genre richt­ing de uithoeken van het spec­trum en daar­buiten dri­jft, galoppeerde haast dwars door de menigte met hun briesende gelu­id. Een wel zeer smake­lijk voorg­erecht van de eve­neens uitda­gende en moeil­ijk­er te vert­eren materie lat­er die dag. Wie er niet bij was, zou denken dat zo’n eige­naardi­ge sound naast het zon­nebadende pub­liek zou gri­jpen. Wie er wél bij was, zag dat hele­maal anders. PAARD. kreeg grote belang­stelling van een steeds verder aandikkend pub­liek. De elek­trische, opzwepende beats die het trio pro­duceerde, gin­gen hand in hand met de sfeer die in de tuin hing. De per­for­mance zelf bleef erg stand­vastig. Het plas­tieken speel­go­ed­paard­je dat ben­ge­lend boven het podi­um galoppeerde niet meegerek­end dan.
 

Tegen de tijd dat we terug naar de Main Stage trokken, was deze al aardig gevuld voor Moses Boyd en zijn ensem­ble The Exo­dus. Onder lei­d­ing van de getal­en­teerde drum­mer bleven ze gedurende hun hele set een hoog tem­po aan­houden. Fijn om te zien was het ensem­ble, dat uit­ge­breid de tijd had om volledig los te barsten in intens(iev)e solo’s, begeleid door een min­stens even ste­vige drum als con­stante bodem­laag. Boyd vor­mde als het ware de alti­jd aan­wezige sound­scape doorheen het gelaagde con­cept dat ze wis­ten naar voren te bren­gen. Genoeg jazz à l’aise in elk geval voor iedereen die even op adem moest komen na PAARD.. Veel had­den ze niet te verbloe­men; straight­for­ward, down-to-earth jazz, die gewoon juist voelde. Net Boyd en zijn ensem­ble blonken daar heer­lijk in uit. Al bij al een zeer terechte pas­sage op deze derde dag van Gent Jazz.

PAARD.

Voor de trouwe Scham­per­lez­er was de aansluit­ing op Boyds Exo­dus geen onbek­ende meer. De man­nen van H A S T kropen op de Gar­den Stage voor een zoals gewoon­lijk korte, maar boenk erop set en wij waren er ook deze keer bij. In de warme avond­zon vli­j­den mensen zich opnieuw slaperig neer op het gras tot­dat ze wakker wer­den geschud door een kan­jer van jew­el­ste: Op Ieder Pot­je Past Een Dek­selt­je. In tegen­stelling tot Boyd, zijn het in deze set­ting de andere instru­menten die geza­men­lijk een sound­scape mak­en waar­door de per­cus­sion­ist zijn weg baant. Bij het voor­laat­ste num­mer nam de set een andere wend­ing en ontstond plots een heel gemoedelijke sfeer. Ontzettend innemend om te zien hoe de rest van de band hun instru­menten neer­legde en naar gitarist Roeland Celis zat te staren, alsof zij samen met de menigte aan de andere kant van het tweeluik ston­den en hem voor het eerst aan het werk zagen. Het is die oneindi­ge voor­liefde voor het zichzelf steeds opnieuw heruitvin­den in impro­visaties, die van H A S T een prachtig explosieve vernieuwing maakt in de reik­wi­jdte van de jazz, die zij mee aftas­ten van­daag de dag. Het col­lec­tief rond Rob Banken weet er zijn eigen merk­waardi­ge plek te verov­eren en daar meer dan ooit stand te houden.
Ons inter­view met Rob Banken van H A S T kan je hier terugvin­den.

Met H A S T deelde ook Steiger de Gar­den Stage op het jaz­zfes­ti­val. Net als PAARD. doet deze band het met een sobere bezetting, maar de uiteen­lopende sound die Steiger creëert, doet geen sec­onde denken aan een mogelijke leegte op podi­um. Het dri­etal gebruikt hun instru­menten tot in de ver­ste uithoeken van de mogelijkhe­den die ze bieden. Getokkel waar het nor­maliter niet hoort en attribut­en die gebruike­lijk elders zouden thuishoren, kwa­men hier volledig op hun plaats. Steiger zoekt en vin­dt gaan­deweg à l’improviste welke kant ze pre­cies uit willen, en zelfs wan­neer je denkt dat ze het nét gevon­den hebben, barst alles weer uit zijn voe­gen. In die over­heersende, immer aan­wezige tur­bu­len­tie slaagt het trio er toch in een per­fect geli­jnde sym­biose te vin­den. Net zoals de zon wis­pel­turig ver­scheen en verd­ween tussen het wolk­endek, varieert Steiger van een min­i­mal­is­tis­che klanken­puin­hoop naar ongeregelde hoogtepun­ten. Een vol­maak­te chaos, als het ware.
 

Mulatu Astatke

 

Met Mulatu Astatke kre­gen we de eerste head­lin­er van de avond. Astatke is een naam als een klok in de Ethiopis­che jazzmuziek, een fusie van tra­di­tionele sti­jlen met funk, jazz en soul. Als ban­dlei­der van de groot­ste bezetting van de avond viel onmid­del­lijk op hoe beschei­den en sub­tiel Astatke bli­jft. Het sub­lieme aan deze man is dat hij niet zichzelf, maar juist zijn ensem­ble op de voor­grond laat tre­den. Net dat maakt van Astatke op zijn beurt een fan­tastis­che muzikant. Ondanks zijn beschei­den­heid viel hij absolu­ut niet naar de achter­grond dankz­ij zijn speelse houd­ing op het podi­um. Respect voor de manier waarop Astatke hierin slaagt als atyp­is­che ban­dlei­der. De seren­iteit waarmee hij speelt, als een con­stante in com­bi­natie met de over­laden energie van zijn mede­muzikan­ten, laat het blijken alsof hij het rust­punt is van het gehele samen­spel. Deze karak­tertrek schemert ook door in zijn keuze van instru­ment, namelijk de vibrafoon en de con­ga’s. Opmerke­lijk was ook nog het solo­mo­ment van de per­cus­sion­ist aan het einde, die de Afrikaanse vibes op een mag­ni­fieke manier tot uit­ing bracht. Astatke bedank­te tot slot het pub­liek met zijn eeuwige glim­lach en trak­teerde zelfs op een vette knipoog. Met hys­ter­ische fans tot gevolg, maar niet heus. Behalve zij die miss­chien een band te vroeg naar de Main Stage waren gekomen en het ensem­ble aan­za­gen voor STUFF.

En wat voor soort STUFF. dan nog? “Geen woor­den, geen woor­den”, aldus Lan­der Gyselinck, boeg­beeld van de band. Veel zijn er dan ook niet meer toe te voe­gen aan hun indruk­wekkende pas­sage op Gent Jazz, die boekde­len en nog zoveel meer sprak. De Gen­twerpse avant-garde­band bleef aan pop­u­lar­iteit win­nen sinds hun eerste naam­loze plaat in 2015. Nu, met Old Dreams, New Plan­ets sloten ze als head­lin­er de Main Stage van Gent Jazz af. Bij aan­vang van het con­cert broei­de er bij ons toch nog enige scep­sis. Hoezeer was deze nieuwe grote naam in de jazz-elec­tro-hiphop-scene de zoveel­ste hype, of ver­di­en­den ze werke­lijk het label van ‘pio­niers in de heden­daagse jaz­zscene’?

STUFF.

We hebben de moeite gedaan om een plek op de eerste rij te bemachti­gen, iets wat we u in alle oprechtheid alleen maar kun­nen aan­raden. Van de betov­erende licht­show tot de excen­trieke gezicht­suit­drukkin­gen en de intense belev­ing van het samen zoeken naar de juiste bal­ans; het plaat­je was af. Ook Mix­mon­ster Men­no was een enorme toevoeg­ing aan de live per­for­mance van de band. Het samen­spel tussen muzikan­ten en dj zorgde voor een inter­es­sante dynamiek, waar­bij het niet alti­jd duidelijk was welke klanken voortk­wa­men uit de instru­menten en welke niet. De op zich een­voudi­ge en herken­bare deun­t­jes zorgden voor een schi­jn van sim­pliciteit, maar de manier waarop alle muzikan­ten op elka­ar afgestemd waren, is duidelijk van hoog niveau. STUFF. bracht ons in een hyper­ac­tieve trance van begin tot ver na hun tweede bis-num­mer. We had­den adem­ruimte te kort, en goest­ing in meer te over. Zeg dat wij het gezegd hebben: deze geniale ADHD-golf moét je ervaren hebben.

De tent was in een mum van tijd afge­bro­ken, en ook van het dak bleef niet veel meer over. Deze derde dag van Gent Jazz bleek uit­put­tend, maar zek­er de moeite waard. Wij wen­sten de crew alleen nog veel sterk­te toe met de immense schade­herstelling voor de vol­gende ocht­end.