Gent Jazz – Dag 6


Met dag 6 van hun programma bewijst Gent Jazz dat jazz voor hen wel heel breed kan genomen worden: zo trekken grote namen als Peter Doherty en Trixie Whitley een divers maar verwachtingsvol publiek aan.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/07/2017 – 18:44 door Joline Ver­meu­len­Shau­ni De Gussem

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

~hybrid~

foto Bruno Bol­laert

De psy­che­delis­che krautrock­band Stadt heeft de aartsmoeil­ijke taak om de zes­de dag te ope­nen: het leeuwen­deel van de fes­ti­val­gangers lijkt gezel­lig in stoe­len te ver­to­even, ter­wi­jl de weinige toeschouw­ers de eerste act met niet meer dan knikkende kop­pen gadeslaan. Dankz­ij Ful­co Otter­vangers drama­tis­che gezang en de ver­rassende gen­rewis­sels tussen rock, mod­erne jazz en syn­th­pop speelt de band het toch klaar om monot­o­nie te voorkomen en langza­am maar zek­er de nieuws­gierigheid van hun “staand zit­pub­liek” te wekken. De vier gepas­sioneerde muzikan­ten, die hoofdza­ke­lijk in andere bands actief zijn, richt­ten Stadt dan ook op als een schaduw­pro­ject waarin muzikale exper­i­menten het win­nen van trends en hypes. Het genot en de energie die de ban­dle­den uit deze uit­laatk­lep halen bren­gen hen op het podi­um in extase, waar­door hun show in zijn geheel uit­groeit tot een plezierig schouwspel dat mits een ent­hou­si­ast pub­liek zelfs een dans­festi­jn teweeg zou kun­nen bren­gen. 

~edgy~

foto Bruno Bol­laert

De Noorse zan­geres Jen­ny Hval, die als vol­gende de main stage betreedt, doet meteen denken aan Yolan­di van Die Antwo­ord; niet alleen hun spier­witte haar en magere gelaat­strekken, maar ook hun raad­selachtige vreemd­heid hebben ze gemeen. Onder­s­te­und door een al even apart ogende dj pro­duceert Hval op het podi­um een mix van donkere beats, scan­derin­gen, aanstel­lerig ges­nik, en toch ook loepzui­v­ere hoge uithalen. In het mid­den van haar kun­st­per­for­mance haalt ze een smart­phone boven waarmee ze haar pub­liek poogt te con­fron­teren: met haar rit­mis­che spo­ken word wauwelt ze minuten­lang over hoe ze de per­fecte self­ie kan trekken en hoe deze bezigheid haar afzon­dert van de wereld. Intel­lectueel gezien snap­pen we het, maar haar bood­schap ver­vat niets nieuws. Veeleer lijkt het gra­tu­ite sociale kri­tiek. Met haar kni­pogen naar enkele hot issues zoals de hoofd­doek in de west­erse samen­lev­ing probeert Hval – zon­der suc­ces – te provo­ceren. Verder kan een­der wie ~edgy~ woor­den als dick en men­stru­a­tion aan elka­ar rij­gen. Haar per­for­mance valt dan ook snel plat en wordt een zelfin­genomen geheel zon­der inter­ac­tie met de toeschouw­er. Miss­chien is dit echter pre­cies haar bedoel­ing. Her­haaldelijk drukt ze immers uit hoe vervreemd ze zich voelt. “I feel estranged”, en zo ook het pub­liek. Ondanks het col­lec­tieve onbe­grip tegen­over deze arti­este wist ze ons met haar looks, haar zang­tal­ent en de podi­umvi­su­als toch deels te imponeren.

~drunk~

foto Bruno Bol­laert

Zelfs met de toegevoegde ‘r’ aan zijn naam weet Peter Doher­ty, vroegere front­man van de Britse The Lib­ertines, zijn verleden niet van zich af te schud­den: het pub­liek is amper even nieuws­gierig naar zijn muziek als naar de staat waarin hij zal verk­eren. In een poe­pelo­erezat­te, zo blijkt snel. Een lijk­bleke Doher­ty komt het podi­um op in mar­celleke en train­ings­broek en roept wat onhoor­bare gib­ber­ish naar zijn ban­dle­den die met hun veelzeggende SOS-blikken naar elka­ar seinen: “Help, dit wordt een lang ander­half uur.” Kun­nen we het geheel een band noe­men? Niet echt. De drum­mer, de bassist, de pianist en de gitarist ston­den volledig ten dien­ste van Doher­ty en vol­gen elke absurde whim. Toch een klein rond­je aan applaus voor deze vier helpers en vooral de gitarist, die Doher­ty con­tinu met lovesick pup­py eyes in de gat­en houdt en meer dan eens een deftige muzikale min­u­ut met schit­terend gitaar­spel uit de brand kan slepen.

Ondanks het feit dat Doherty’s lever per­ma­nent in een bad­je alco­hol lijkt te dri­jven kan hij – als hij er de moeite voor kan opbren­gen – toch toon­va­ste stukken bren­gen. Dat is de tragedie en tegelijk de leg­ende van de man: getal­en­teerd maar zodanig gek­weld dat zijn per­for­mance een grote aaneen­gere­gen mess wordt die ner­gens heen gaat. Of zoals hij zelf zingt in ‘Hell to Play at the Gates of Heav­en’: the show comes tum­bling down. Vooral de plotse impro­visaties waar­bij Doher­ty op een bepaald moment zelfs zijn gsm erbij haalt om een akko­or­denopeen­vol­ging te tonen aan zijn ban­dle­den, doen het tem­po in het con­cert heftig zwalpen; het deed eerder denken aan als een garagerepeti­tie dan een fes­ti­valper­for­mance. Zijn vele trage num­mers zouden roman­tisch kun­nen zijn, maar door zijn jemen­foutisme komen ze enkel trashy over. We snap­pen niet hoe kop­pelt­jes daarop kun­nen staan muilen, maar bon. Naar het einde toe komt het anar­chis­tisch kan­t­je van Doher­ty nog wat meer naar de opper­vlak­te en bier, het pub­liek, zijn gitaar en zijn road­ie moeten eraan geloven. In de volle over­tuig­ing dat alle Bel­gen Frans prat­en, impro­viseert Doher­ty ook nog een stuk­je op de tonen ‘Down for the Out­ing’ met de woor­den “Je suis désolé”. Scan­derend laat hij het pub­liek meezin­gen. “Waar­voor zegt hij nu sor­ry?”, fluis­tert een stem achter ons. Voor het soepige con­cert. Nous aus­si, Peter, nous aus­si.

~queen~

foto Bruno Bol­laert

Een sterk con­trast met het slordi­ge optre­den van Doher­ty vormt de wel erg straffe per­for­mance van head­lin­er Trix­ie Whit­ley. Zoals aangekondigd toont de Gents-New Yorkse zan­geres meteen een rauwere – tot nu toe ongeziene – kant van zichzelf: slechts door één enkele arti­est begeleid en geheel gehuld in zwart bespeelt ze haar elek­trische gitaar tegen een witte achter­grond, ter­wi­jl haar soul­volle stem de over­volle tent vult. De ruigere elek­tro­n­is­che ver­sies van onder meer ‘Soft Words Spo­ken’ en ‘Need Your Love’ blazen de pop­u­laire num­mers nieuw lev­en in en wor­den dan ook met oprecht ent­hou­si­asme onthaald. Niet­temin bli­jven de akoestisch gebrachte num­mers het pub­liek duidelijk het meest beko­ren: zow­el bek­ende als nooit eerder gespeelde songs, die de muzikante met haar sap­pige Gentse accent aankondigt, wor­den bejubeld. Net de kun­st om steeds het even­wicht tussen twee uiter­sten te bewaren mak­en van Trix­ie Whit­ley de pub­lieks­fa­vori­et van deze fes­ti­valdag: de com­bi­natie van elek­tro­n­isch en akoestisch, zacht en ruig, humoris­tisch en ern­stig maakt het optre­den tot een har­monisch geheel waarin haar veelz­i­jdigheid als arti­est zich man­i­fes­teert. De toeschouw­ers kri­j­gen dan ook niet genoeg van haar: het nogal droge ‘einde’ van haar act wordt gevol­gd door een over­tu­igend voet­ge­trap­pel dat haar naar het podi­um teru­groept om ons een laat­ste keer te rak­en met ‘The Vis­i­tor’ en ‘I Breathe You in My Dreams’, twee won­der­schone num­mers die ze niet met meer gevoel zou kun­nen bren­gen.