Gent Jazz – Dag 4


Afgelopen zondag stond Gent Jazz onmiskenbaar in het teken van een van de grotere namen op de affiche. Met de immer geliefde Norah Jones had het festival dan ook een onvervalste publiekstrekker weten te strikken. Niettemin wisten ook de andere groepen aangenaam te verrassen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 10/07/2017 – 22:21 door Wouter De Ryck­e­Sofie S.

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

foto Geert Van­de­poele

Open­er van de zon­nige namid­dag was een thuis­match door het Gentse Lab­trio dat, ondanks de jeugdig leefti­jd van haar leden, intussen al een tien­tal jaar bestaat en al die tijd een pro­gressieve vorm van jazz naar voren heeft gebracht. Hun nogal exper­i­mentele gelu­id wordt geken­merkt door de nodi­ge impro­visatie en een zekere idio­syn­crasie. Dat ze hun eigen pad vol­gen en daar­bij de humor niet uit het oog ver­liezen, bleek uit de jaz­zren­di­tie van ‘She’s a mani­ac’ van Flash­dance die Lan­der ‘Stuff’ Gyselinck en de zij­nen vol over­gave bracht­en voor de gea­museerde toeschouw­ers. Voor som­mi­gen mogelijk wat te avant-garde, maar een onhippe kniesoor die daarop let.

Montmartre mon amour

foto Bruno Bol­laert

Een meer tra­di­tion­eel pad werd bewan­deld door de uit Israël afkom­stige Omer Avi­tal van het gelijk­namige kwin­tet. Alhoewel. De tra­di­tionele west­erse jazz kri­jgt hier te mak­en met de nodi­ge invloe­den uit de regio­nen van het Beloofde Land, het­geen zich con­creet ver­taalt in een Mid­den-Oost­ers aan­doende sound. Dat is althans wat ons verteld werd door de copy­writer van de fes­ti­val­brochure, want zelf hebben we daar niet bij­zon­der veel van gemerkt. Ter­wi­jl wij ons het hoofd brak­en over al dan niet over­lap­pende Kul­turkreise tussen Israël en de Ara­bis­che wereld, liet Omer Avi­tal het alle­maal niet aan zijn hart komen, en trok met de breedst mogelijke glim­lach gelukza­lig de ene na de andere con­tra­bas­so­lo op gang. Het spelplezi­er spat­te ervan af en dat beloonde het pub­liek door goed­keurend elk staalt­je vir­tu­ositeit, nog tij­dens het num­mer zelf, veelvuldig te belo­nen met een hartver­war­mend applaus.

foto Bruno Bol­laert

In con­trast met de vorige muzikan­ten, betoonde het duo bestaande uit sax­o­fon­ist Émile Parisien en accordeon­ist Vin­cent Peirani zich dan weer onver­valst Frans. Hun eerste samen­werk­ing dateert van 2014 met het album ‘Belle Epoque’, dat zow­el een hom­mage is aan jaz­zle­gende Sid­ney Bechet, als dat het eer doet aan de rijke Franse accordeon­tra­di­tie. De meer dan char­mante com­posi­ties tussen accordeon en sax­o­foon klonken zodanig lieflijk en frivool, dat de luis­ter­aar wel­haast tegen zijn of haar wil werd weggesleept naar een droomw­ereld bestaande uit de witte ste­nen van Mont­martre, zwarte baret­ten, blauw-witte matrozen­tru­it­jes en onbeleefde kel­ners met sti­jf gesteven schort­en en pot­lood­snor­ret­jes die absint en char­treuse serveren. Eens zien we voor ons geeste­soog Mata Hari buik­dansen, dan weer hup­pelt Amélie Poulain in sepia voor­bij, om plots een old­timer op de kas­seis­te­nen te zien stop­pen en Mar­i­on Cotil­lard eruit te zien sprin­gen, nauw in haar kiel­zog gevol­gd door Owen Wil­son en een opge­won­den dis­cus­siërende Hem­ing­way en Fitzger­ald. Toen we onze ogen weer open­den, bogen Parisien en Peirani ged­wee het hoofd voor een recht­geveerd pub­liek en had­den wij om onverk­laar­bare rede­nen een baguette onder onze arm.

Norah Jones live

foto Bruno Bolle­waert

Met het aan­breken van de avond was het tijd voor de hoof­dact. Over­duidelijk was een aanzien­lijk deel van de menigte op deze uitverkochte dag vooral voor Norah Jones gekomen. Dergelijke faam bleek een tweeledig zwaard te zijn. Enerz­i­jds resul­teer­den haar onmisken­bare tal­ent en naturel in een smet­teloze tech­nis­che uitvo­er­ing. Anderz­i­jds ver­liep het hele gebeuren nogal bloede­loos. De inter­ac­tie met het pub­liek was vrij min­i­maal te noe­men – een gort­droge “The next song is about dogs. I have seen a lot of dogs today.” daarge­lat­en – en ook het con­tact tussen de muzikan­ten onder­ling was ver zoek. Dat werd ver­sterkt door de belicht­ing, die duidelijk maak­te dat enkel Norah Jones hier de hoof­drol­speel­ster was. Zon­der in al te ver­re­gaande psy­chol­o­gis­che analy­ses te willen verzan­den, kon­den we dit met een beet­je goede wil meer op een vorm van schuchter­heid steken dan op diva-allures. De num­mers zelf waren voor een groot deel afkom­stig uit haar meest recente album, ‘Day Breaks’, ander­maal van het pres­tigieuze jaz­zla­bel Blue Note Records, hoewel naar het einde toe ook de grotere hit­jes kwa­men. Zek­er toen in de staart van het optre­den de eerste noten van ‘Don’t Know Why’ door de tent weer­galm­den, barstte het pub­liek in een langverwacht en spon­taan applaus uit. Opval­lend was dat Jones het leeuwen­deel van het ander­half uur durend con­cert haar gitaar omgege­spt had, nochtans niet haar sterk­ste instru­ment. Samengevat kon­den we spreken van een ges­laagde pas­sage op Bel­gis­che bodem, maar een gebrek aan schwung en zicht­baar ent­hou­si­asme ver­hin­der­den een ware over­win­ning en dito vervulling van de verwachtin­gen. Vol­gende keer beter.

Afs­luiten deed Gent Jazz deze zondag met Klep­to­matics van Yves Peeters, die eerder die dag al drie keer met Yves Peeters Gum­bo de Gar­den Stage had mogen betre­den. Swin­gend, met een vleug­je New Orleans, eindigde het eerste deel van het fes­ti­val met een dan­sje in de nacht. Het vage licht dat nog alti­jd aan de hori­zon schemerde, gecom­bi­neerd met een ijs­je onder veelk­leurige lam­p­jes in het groen, herin­nerde ons eraan dat het zomer was en dat we jong waren.

Meer moest dat niet zijn.