Gent Jazz – Dag 1


Opgewonden schuifelen de jazzfanaten langs elkaar heen richting de toegangspoort tot muzikale verblijdening. De elektrische geladen spanning in de lucht is terecht: er staan grootse namen op het menu. Vandaag: de rebelse Miles Mosley, de berekende GoGo Penguin en de absolute troef van de avond: de onverslaanbare Grace Jones.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 8/07/2017 – 14:00 door Elis­a­beth GoethalsShau­ni De Gussem­Ni­co­las Van Laere

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Amuse-bouche

foto Bruno Bol­laert

Het wakker kriebe­len van de oren is de taak van Kad­h­ja Bonet. De klassiek geschoolde vio­list brengt jazz, funk en soul samen aan de hand van een bas, een gitaar en haar stem. Zo een­voudig als haar bezetting moge zijn, zo dap­per gaat ze een com­plexe com­bi­natie van hoge tonen aan met een o zo etherische zang. Deze dame laat horen dat ze kan zin­gen, alhoewel de aller­hoog­ste tonen soms juist iets te hoog gegrepen leken. De wat oost­ers get­inte kan­ten van stukken zoals ‘Remem­ber the Rain’ en ‘Hon­ey­comb’ laat ze op het podi­um achter­wege om een sim­pelere en daar­door iets vlakkere ver­sie van haar kop­stukken van de EP ‘The Vis­i­tor’ te kun­nen bren­gen. Bonet is geen vrouw van zwaar­wichtige muziek en vormt zo een licht ver­teer­bare start van een mooie zomer­avond.

Entrée

foto Bruno Bol­laert

Met zijn Daft Punki­aanse en in goud gehulde bove­n­arm­plaat bewi­jst Miles Mosley dat hij sti­jl hoog in het vaan­del draagt – een passie die hij deelt met de rest van zijn band. Samen met hem staan op het podi­um een rondge­buik­te, bebaarde en über­coole trompetist met gouden bril­montu­urt­je, een verd­waalde hardrock­er wiens ved­er­lichte en tre­fzekere vingers hun thuis op de pian­otoet­sen hebben gevon­den en een drum­mer met een flink uit de kluiten gewassen mohawk die bij elke slag vreemd genoeg zijn vorm behoudt.

Opper­vlakkig zijn Mosley’s fash­ion keuzes weliswaar niet; zo draagt hij een zwarte baret, sym­bol­is­che hoofd­knik naar The Black Pan­thers, en heeft hij ver­schil­lene tattoo’s die ver­wi­jzen naar de Black Lives Mat­ter-beweg­ing. Niet toe­val­lig kiest de in Los Ange­les ontstane groep op hun nieuwe plaat ‘UPRISING’ voor een maatschap­pijkri­tis­che inval­shoek over de posi­tie van de African-Amer­i­can in de VS. De band vergeet weliswaar niet om ook te exper­i­menteren met de vorm. Mosley, de man die samen met Kamasi Wash­ing­ton ‘The Epic’ tot stand heeft gebracht, probeert met UPRISING voor­bij het genre als con­cept te gaan, maar eert ook de gold­en oldies zoals Jimi Hen­drix en Otis Red­ding. Het is een krachtige plaat gewor­den die op het podi­um van Gent Jazz volledig tot z’n recht komt en het pub­liek hele­maal mee de avond in sleepte. Dat de man­nen op podi­um elka­ar sinds de tiener­jaren al ken­nen, valt te horen en te zien aan het plezi­er dat ze hebben bij de solo’s. Het pub­liek kan enkel geni­eten en dansen, en dat met volle teu­gen.

Plat principal

foto Bruno Bol­laert

Toen, in de vroege avond, brak de hemel en stortte de regen naar bene­den, alsof de weer­go­den het weer van het Britse Man­ches­ter, de thuishaven van de vol­gende groep, even had­den geïm­por­teerd om de ervar­ing com­pleet te mak­en. De driekop­pige GoGo Pen­guin bracht gelukkig ook zoveel meer dan enkel een goeie bui. Een piano, een con­tra­bas, een drum en bakken vol tal­ent is het enige wat deze op het eerste gezicht onop­val­lende types nodig hebben om het pub­liek te ver­licht­en.

Zelf omschri­jven ze de min­i­mal­is­tis­che pianos­tukken, de rom­me­lende con­tra­bas en de elek­tro­n­isch get­inte drumpar­ti­jen als ‘akoestis­che elek­tron­i­ca’, een genre dat de dynamiek tussen de akoestis­che instru­menten en elek­tro­n­is­che muziek blootlegt. Het resul­taat mag er zek­er zijn. De man­nen van GoGo Pen­guin zijn aan het werk op het podi­um, ver­zonken in de con­ver­sa­tie tussen de twee gen­res die als tegen­overgestelden wor­den gezien. Energie steken in inter­ac­tie met het pub­liek doen ze niet, want de muziek spreekt voor zichzelf. Weg­dri­jven op de muziek en even loskomen van de realiteit, dat is wat GoGo Pen­guin met een mas­sa doet. Een con­tract bij Blue Note Records, het inter­na­tion­aal meest bek­ende jaz­zla­bel, is dubbel en dik ver­di­end.

Dessert

foto Bruno Bol­laert

Dat Grace Jones iconis­che sta­tus bereikt heeft, valt niet meer te ontken­nen. Zelf zal het model/actrice/zangeres dit alleen maar bea­men, want als Grace Jones een ding probeert (en ook in slaagt), is het een bli­jvende indruk nalat­en. Op het eerste num­mer, ‘Night­club­bing’, valt het doek om een half­naak­te, beschilderde Jones te onthullen, met voor haar gezicht een goud masker en een doek rond haar schoud­ers dat ze ele­gant manip­uleert in de wind van een ven­ti­la­tor. De ken­nis van haar lichaam getu­igt van haar verleden als mod­el, waar­door je geen moment weg wil kijken. Wat vol­gt, is een reeks aan mem­o­ra­bele momenten, gaande van een impromp­tu num­mer ‘I for­got my dil­do’ (omdat ze haar voorbind­pe­nis was ver­geten aan­doen tij­dens de kos­tu­umwis­sel, uit­er­aard) tot het zin­gen van ‘Slave to the Rhythm’, waar­bij ze heel het num­mer lang een hoe­la­hoep rond haar mid­del draait.

Toegegeven, Jones brengt al meerdere jaren exact dezelfde show, soms wat meer onder invloed dan anders, maar hey, it’s a hell of a show, so why you mad?