Generatie Gisteren


Elke maand werpt een oud-hoogleraar van de universiteit zijn of haar licht op de meest beloftevolle jonge Vlaamse leeuwen uit het culturele veld. Want jong geweld en de oude garde hebben vaak meer gemeen dan ze zouden toegeven. Deze week: Joy Anna Thielemans.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/11/2016 – 20:04 door Wouter De Rycke

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Er is intussen al een kleine maand ver­streken sinds buitenge­woon hoogler­aar Vroeg­mod­erne Engelse Let­terkunde Her­man Vincke op emer­i­taat is gegaan. Ondanks zijn jaren bli­jft de man met dezelfde passie en ijver het Gentse cul­turele lev­en verken­nen als toen hij nog een jonge kun­ste­naar was. Alti­jd was de schri­jver in de weer in de door hem zo geliefde strat­en. Het is dan ook niet ver­won­der­lijk dat op weg naar onze afspraak een bek­ende stem ons tege­moet galmt: “God­ver­domme! Maat, mocht ik niet beter weten, ik zou begin­nen denken dat ge ver­liefd zijt op mij. Enfin. ’t Doet er niet toe. We gin­gen het over ons Joyke hebben deze keer, zek­er? Kom, ik ken een goed cafeeke hier niet ver van. ’t Interieur is wat uit de mode, maar de droge worst is er fenom­e­naal en ’t meiske achter den bar heeft nog van die oud­er­wetse genereus gedecol­leteerde mamzellen, die niet zozeer sek­sueel iets beteke­nen – alhoewel, Vincke, oppassen met wat dat ge zegt – als wel een onu­it­ge­spro­ken soort vertrouwen emaneren. Huiselijkheid, zou ik bij­na zeggen. Ge voelt u direct welkom als ge de rand van die fan­tastis­che Prince-koeken van tepels licht boven het tru­it­je ziet uit­piepen als ze zich bukt om een trap­pist te tap­pen. En het is dát, jon­gen, wat een deftig bru­in café onder­schei­dt van die inwis­sel­bare koffiebars waar gij zo graag zit. Authen­ticiteit. Uw gen­er­atie is zo bezorgd om authen­tiek over te komen dat ze nog nooit meer van plas­tiek is geweest. Wat ons naad­loos bij Joy brengt. Die mag nog zoveel foto’s van haarzelf upload­en op haar Insta­gram, aan­schurken met derderangs­ac­teurs, of zev­eren voor de Flair als ze wil, dat kind gaat met de beste wil van de wereld nooit meer inhoud hebben dan de onder­broek van een cas­traat. Vanu­it die optiek bekeken is ze een zeer tri­es­tig geval waar we niet mee mogen lachen, dus ik stel voor om in de plaats van er te bli­jven over leuteren straks gewoon een pint te hef­fen op ‘t arme mens. Hup, ’t is kortst langs de park­ing hier.”

Koebeest is een koebeest

“Nu die zev­er van de baan is, kun­nen we het weer over de essen­tie hebben. Namelijk lev­enswi­jshe­den delen met uw lez­ert­jes. (steekt sigaret op) Het is geen geheim dat ik het niet aan­ge­naam vond om op vervroegd pen­sioen ges­tu­urd te wor­den. Om – lat­en we een koe­beest een koe­beest noe­men – buitengesjot te zijn geweest. Wel, ik zeg u, elke goede mens die iets van zijn lev­en probeert te mak­en is ooit al eens ergens uit­gekieperd. Zoi­ets is heilza­am, ziet ge. Diep van­bin­nen voe­len we ons alle­maal ergens wel misk­end. Voe­len we ons niet hele­maal begrepen en gewaardeerd naar wie we denken dat we werke­lijk zijn. (kijkt rond in de park­ing) Hm, waar is het hier ergens. Enfin. Als er dan een decaan afkomt die u zwart op wit zegt dat hij u niet moet hebben, dan is dat een beves­tig­ing van uw sluimerende ver­moe­den dat de wereld u niet naar waarde schat. Dat lev­ert een vreemd soort van psy­chol­o­gis­che val­i­datie op die goed of slecht kan uit­draaien. (stopt plots) Ah! Daar is ‘m zie! (wan­delt naar een auto; bukt zich aan het porti­er) Er zijn namelijk twee soorten manieren waarop je met afwi­jz­ing in het lev­en kan omgaan. Ofwel laat ge u daar volledig door vert­eren en schree­uwt ge machteloos uw woede uit tegen een koude en opper­vlakkige wereld door bijvoor­beeld de decaan een achter­lijke aap te noe­men in de ver­gader­ing. Ofwel – en dit onder­schei­dt de man van de jon­gen – staat ge weer recht, stoft ge uzelf af, en wan­delt ge met geheven hoofd verder. Want weten dat het lev­en u niks ver­schuldigd is – geef mij die schroeven­draaier daar eens efkes, mer­ci – is wat het betekent om vol­wassen te zijn. Ge moogt niet bit­ter wor­den. (begint porti­er met schroeven­draaier te bew­erken) Als er één iets is wat ik wil dat ge onthoudt, jon­gen, dan is het wel dat. (pauze) Schri­jft ge ‘janet’ eigen­lijk met ‘ea’ of gewoon een ‘a’?”