Freedom of Genes


Ter gelegenheid van de Nacht van de Vrijdenker zakte de Britse professor John Harris af naar Gent om er te praten over genetische manipulatie bij mensen. Want ja, hoe ethisch verantwoord is het als we in de toekomst onze kinderen naar hartenlust kunnen 'ontwerpen'? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/12/2017 – 8:34 door Emi­lie Devreese

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

John Har­ris

Stel je voor: je reist naar het jaar 2117 en je ziet hoe je achterklein­zoon trots toek­ijkt hoe zijn drie­jarige dochtert­je haar eerste zwevende driewiel­ert­je uit­probeert. Of dat denk je toch, want de atletisch gebouwde, rood­harige peuter met blauwe ogen lijkt hele­maal niet op haar schriele, donker­harige oud­ers met fletse ogen. Geen nood: het meis­je is wel degelijk jouw echte achter-achterklein­dochter. Haar oud­ers hebben gewoon even via gene edit­ing haar genetisch mate­ri­aal aangepast naar de laat­ste trends. Pure sci­encefic­tion? Momenteel wordt er al volop gezocht naar manieren om erfe­lijke aan­doenin­gen zoals muco­vis­ci­dose en Alzheimer via gene edit­ing te voorkomen, en op een mooie dag zou dit ook werke­lijkheid kun­nen wor­den. Maar wat als we nog enkele stap­pen verder gaan? Wat als we in de toekomst over elke eigen­schap van onze nakomelin­gen zullen kun­nen beslis­sen? Zou het ethisch onver­ant­wo­ord zijn om ons nages­lacht genetisch te mod­i­fi­ceren? Niet per se, vin­dt bio-ethi­cus John Har­ris, emer­i­tus pro­fes­sor aan de Uni­ver­si­ty of Man­ches­ter.

Eigen genen eerst!

Een sce­nario zoals hier­voor beschreven, waar­bij gene edit­ing zou gebruikt wor­den als mode-ver­schi­jnsel à la de plas­tis­che chirurgie-hype in Zuid-Korea, zou vol­gens Har­ris mogelijk kun­nen zijn in de toekomst, maar is niet erg waarschi­jn­lijk. “In the­o­rie zou het mogelijk moeten zijn, maar het zal ook duur zijn. En het is onwaarschi­jn­lijk dat een land zoals het jouwe of het mijne zal willen investeren in zoi­ets voor de gehele bevolk­ing.

“Waarom zou het ethisch onver­ant­wo­ord zijn om deze ken­merken vri­jwillig te pro­duc­eren?”

Het idee dat iedereen zijn kinderen zou kun­nen mod­i­fi­ceren is dus erg aantrekke­lijk, maar niet waarschi­jn­lijk, zow­el om economis­che als per­soon­lijke rede­nen. Mensen houden immers wel van de ver­rass­ing die de com­bi­natie van hun eigen genen met die van hun part­ner voort­brengt. Als je naar kop­pels kijkt, merk je dat de part­ners vaak erg op elka­ar lijken. Je ziet waarom ze samen zijn. Je kan sek­suele repro­duc­tie dus eigen­lijk zien als een manier om de eigen­schap­pen die je bij jezelf en bij je part­ner leuk vin­dt, te repro­duc­eren. En deze tac­tiek is best suc­cesvol.”

Sociale kloof?

Mocht­en designerbaby’s toch een evi­den­tie wor­den, zou dat dan onetisch zijn? Of valt het moreel te ver­ant­wo­or­den om de genen van je kind om puur cos­metis­che rede­nen aan te passen? Har­ris gelooft van wel: “Stel dat je een­der welke genetis­che eigen­schap wil veran­deren – zij het nu oogk­leur, huid­skleur of intel­lectuele vaardighe­den – dan moet je je het vol­gende afvra­gen: zou het voor een mens schadelijk kun­nen zijn om deze eigen­schap­pen van nature te bezit­ten, als gevolg van sek­suele inter­ac­tie? Zo niet, waarom zou het dan ver­keerd zijn om deze eigen­schap­pen vri­jwillig te pro­duc­eren, ten­z­ij het schadelijk zou zijn voor anderen?”

“Het suc­ces van een ander betekent niet dat jij moet falen”

Vanu­it een puur lib­er­aal stand­punt is er op ethisch vlak dus weinig mis met gene edit­ing, zolang het niet gebruikt wordt op manieren die andere mensen zouden kun­nen schaden. Maar is het soci­aal gezien ethisch? Wat als gene edit­ing om niet-gezond­hei­ds­ge­bon­den rede­nen uit­groeit tot een sta­tussym­bool voor de aller­rijk­sten? Zouden de extra kansen die het creëert voor kinderen van rijke oud­ers de kloof tussen arm en rijk niet verder kun­nen ver­groten? Har­ris wijst erop dat we moeten onthouden dat er nu al ver­schil­lende manieren zijn waarop we onze kinderen kun­nen bevo­orde­len: “Het zou kun­nen, maar dat geldt ook voor vele andere din­gen. Mijn uni­ver­siteit bijvoor­beeld, de Uni­ver­siteit van Man­ches­ter, is er trots op om bij de top tien, miss­chien zelfs de top vijf van het Verenigd Koninkrijk te kun­nen horen. Het betekent dat we een betere oplei­d­ing te bieden hebben dan andere uni­ver­siteit­en, maar voor die kwaliteit moet je wel betal­en, en ik denk niet dat mensen daar een prob­leem mee hebben.” Boven­di­en hoeft een genetisch gemod­i­ficeerd voordeel bij een ander geen stru­ikel­blok voor een puur natu­ur armoeza­aier uit de mid­den­klasse te zijn. “Je zou je kinderen wat wij in het Engels ‘an edge’ noe­men, kun­nen geven, zodat ze een voordeel tegen­over hun ‘tegen­standers’ hebben. Mensen staan daar nogal ach­ter­dochtig tegen­over. Maar oud­ers willen hun kinderen vooral die kansen geven voor hen­zelf. Met andere woor­den: het suc­ces van een ander betekent niet dat jij moet falen.”

Armstrong did nothing wrong!

Alle­maal goed en wel, maar hoe zit het dan bijvoor­beeld op vlak van sportethiek? Zouden atleten met genetisch gemod­i­ficeerde spier­groei of een kun­st­matig ver­be­terd uithoud­ingsver­mo­gen de fair play, een belan­grijke waarde in de sport, niet in de weg staan? “Je kan hier op vele ver­schil­lende manieren over nadenken, maar je moet hoe dan ook duidelijk zijn in wat je bedoelt met ‘fair’ en ‘unfair’. Op welke manier zou het oneer­lijk zijn? Natu­urlijke, willekeurige dis­trib­u­tie via de loter­ij van sek­suele repro­duc­tie is niet eerlijk of oneer­lijk. Het is er gewoon. Maar het zorgt wel voor mensen die voorde­len hebben ten opzichte van andere mensen. Som­mige mensen hebben de genen om een Usain Bolt te wor­den, anderen niet.”

“Natu­urlijke dis­trib­u­tie is ook niet eerlijk of oneer­lijk”

Daar­naast vergelijkt Har­ris gene edit­ing voor atletis­che doelein­den met dop­ing, iets waar hij overi­gens een voor­stander van is. “Of het nu fair is of niet dat atleten dop­ing gebruiken, hangt eigen­lijk af van de regels van de sport. Als de sportv­erenigin­gen beslis­sen dat je geen dop­ing mag gebruiken, dan is het zo. Maar ik denk dat ze daar ver­keerd zit­ten. Niet omdat ik denk dat het goed is voor atleten om het te nemen, maar omdat ze een zeer incom­pleet beeld hebben van wat nu eigen­lijk juist presta­ties beïn­vloedt. Je kan geen topatleet zijn zon­der per­son­al train­er, zon­der diëtist, zon­der con­tin­ue train­ing, zon­der kine­sist en een heel team dat rond jou staat om je te begelei­den. Dat kost veel geld en het is ook niet eerlijk, want vele poten­tiële topatleten hebben niet de mid­de­len om het ver­schil tussen ‘gewoon goed’ en ‘wereld­klasse’ te mak­en. Alle din­gen die we doen die wél geac­cepteerd wor­den door anti-dop­ings­gezinde organ­isaties, zijn duur en even oneer­lijk als dop­ing. Dan zou dop­ing gebruiken miss­chien beter zijn: het is goed­kop­er, uni­verseel te verkri­j­gen, je hebt niet zo’n groot team nodig … Ik denk per­soon­lijk niet dat er een ver­schil is tussen chemis­che of genetis­che dop­ing en onder­wi­js, train­ing en hard werken.” Boven­di­en, zo meent Har­ris, biedt dop­ing geen alter­natief voor hard werk. “Het zijn geen alter­natieven. Zelfs al zou je je spier­groei bevorderen met dop­ing, dan nog zou je moeten trainen.”

“Ik denk niet dat er een ver­schil is tussen chemis­che of genetis­che dop­ing en edu­catie, train­ing en hard werk”

Har­ris illus­treert dit verder met een tweede voor­beeld: cog­ni­tieve dop­ing. “Er zijn ook ver­schil­lende meth­od­es voor cog­ni­tieve stim­u­latie. Je kan ze gebruiken om je cog­ni­tieve vaardighe­den te ver­beteren, en dit geldt ook voor mid­de­len die je atletis­che presta­ties ver­beteren. En ze werken: ze ver­beteren de con­cen­tratie, het ver­w­erken van gegevens … Maar je zal nog steeds zelf moeten stud­eren. Het is dus geen ver­vanger voor hard werken, maar het ver­hoogt gewoon het startlev­el. Dop­ing of gene edit­ing zouden dan miss­chien de spier­groei of het uithoud­ingsver­mo­gen kun­nen ver­beteren, maar een train­ing ver­van­gen kun­nen ze niet. Nog­maals: ze ver­hogen dus enkel het startlev­el. En waarom ook niet? Het zal het niet makke­lijk­er mak­en, het zal even moeil­ijk zijn als voorheen.”

Ritalin makes it happen

Har­ris

Zoals al gezegd, kan je niet enkel voor fysieke, maar ook voor cog­ni­tieve doelein­den dop­ing gebruiken. Denk maar aan Rila­tine, dat niet alleen genomen wordt door mensen met AD(H)D, maar ook een pop­u­lair con­cen­tratie­ver­beterend mid­del is voor gestresseerde stu­den­ten in de blok. Een gebruik dat door velen met argu­so­gen bekeken wordt. Is het moeten gebruiken van con­cen­tratie­ver­beterende mid­de­len als niet-AD(H)D’er zon­der echte con­cen­tratiestoor­nissen miss­chien geen teken dat je studie te zwaar voor je is of dat er iets schort aan je studiemeth­ode? Is het niet beter om de onderliggende stress­fac­tor die je ertoe aanzet om het mid­del te nemen aan te pakken? Doet dat er echt toe als het mid­del je toch echt lijkt te helpen? Want ook hier staat het gebruiken van het mid­del niet gelijk aan het ver­van­gen van studiew­erk, enkel het bevorderen ervan. “Het gaat hier opnieuw om een per­soon­lijke keuze”, aldus Har­ris. “Een goede vriendin van mij, een neu­ropsy­chologe, gebruikt methylphenidaat om haar con­cen­tratiev­er­mo­gen en acad­emis­che presta­ties te ver­beteren. Ze presteert per­fect en het schaadt haar ook niet. Zelf voel ik me er niet toe aangetrokken, maar ik zou deze zak­en over­lat­en aan de per­soon­lijke keuze.”

Of het nu gaat om gene edit­ing of om presta­tie­ver­beterende hulp­mid­delt­jes, voor John Har­ris komt de kwest­ie telkens op het­zelfde neer: per­soon­lijk keuze. “Democ­ra­tie en vri­jheid wor­den behouden door mensen een max­i­male hoeveel­heid aan vri­je keuze toe te staan. Ik geloof dus dat democ­ra­tie bloeit wan­neer vri­jheid bloeit. Ik pleit voor vri­jheid voor alle mensen en voor het bescher­men van die vri­jheid, om ervoor te zor­gen dat mensen keuzes kun­nen mak­en en de vri­jheid en de macht hebben ze uit te voeren. Maar om goede keuzes te kun­nen mak­en, heb je onder­richt nodig. Enkel op die manier zorg je ervoor dat men in staat is om goede keuzes te mak­en in een steeds com­plex­er wor­dende wereld.”