Fobieën explained


Hoogtevrees, angst voor spinnen of misschien een heilige afkeer voor het lezen van dikke (studie-)boeken? Het zijn alledaagse fenomenen, maar ken jij er de wetenschap achter? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2022 – 16:36 door Max­ine Rap­pé

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Onge­mo­tiveerde vrees’, zo wordt een fobie beschreven door de Van Dale. In principe is angst een heel nor­male reac­tie van het lichaam, dat ons probeert te bescher­men bij dreigend gevaar. In een gevaar­lijke sit­u­atie trig­geren de amyg­dalae, twee aman­delvormige hersen­ge­bieden die er onder andere om bek­end­staan zin­tu­iglijke infor­matie aan gevoe­lens te kop­pe­len, een angstre­ac­tie. Hier­door wordt je lichaam klaargestoomd voor de gek­ende vecht-of-vluchtre­ac­tie, door vri­jgev­ing van adren­a­line. Dit brengt spec­i­fieke lichamelijke ver­schi­jnse­len met zich mee: een ver­hoogde bloed­druk en hart­slag, tril­lende han­den, over­matig zweten, kor­tademigheid, en in extreme gevallen zelfs ver­sti­jv­ing. Denk maar aan knikkende knieën wan­neer je aan de rand van een afgrond staat of tijdelijke ver­lam­ming bij het ver­meend opmerken van een slang tij­dens een trek­tocht.

Wat een fobie echter van angst onder­schei­dt, is dat je bij een fobie angst­gevoe­lens ontwikkelt voor sit­u­aties waar eigen­lijk geen gevaar aan­wezig is. Het is dus onge­mo­tiveerd. Vaak is de per­soon in kwest­ie zich hier wel van bewust: je weet heus wel dat het spin­net­je in de hoek van de kamer je geen kwaad kan doen en dat het beestje vast banger is van jou dan jij van haar. Toch wordt er een onge­gronde angstre­ac­tie in je lichaam opgewekt. Daar­naast spreekt men ook pas van een fobie wan­neer het je dagelijkse lev­en belem­mert, en je er vri­jwel elke dag mee bezig bent.

Er kan een onder­scheid gemaakt wor­den tussen drie klassen fobieën. Zo is er ago­rafo­bie, ook wel bek­end als ‘plein­vrees’ of ‘straatvrees’, wat slaat op de angst om de vertrouwde omgev­ing te ver­lat­en. Ten tweede is er sociale fobie, een sociale angst­stoor­nis waar­bij iemand grote angst en onzek­er­heid ervaart in alledaagse sociale sit­u­aties. Een laat­ste klasse bestaat uit de meer vertrouwde, spec­i­fieke fobieën, ang­sten die zich man­i­festeren in vaste sit­u­aties of bij bepaalde zak­en of per­so­n­en.

Je weet heus wel dat het spin­net­je in de hoek van de kamer je geen kwaad kan doen

Waarom of hoe iemand een fobie ontwikkelt, kan niet alti­jd exact of een­duidig verk­laard wor­den. Soms is het beleven van een trau­ma­tis­che ervar­ing een mogelijke oorza­ak. Nadat iemand gebeten wordt door een hond, bijvoor­beeld, bestaat de kans dat die per­soon vanaf dat moment ook kyno­fo­bie, een angst voor hon­den, ontwikkelt. Er zijn echter ook een resem aan andere fac­toren die een grote rol kun­nen spe­len, zoals aan­geleerd gedrag door de omgev­ing, erfe­lijkheid, ges­lacht en leefti­jd.

Hippopotomonstrosesquippedaliofobie, iemand?

Als we je zouden vra­gen om spec­i­fieke fobieën op te noe­men, dan passeren bepaalde typ­is­che voor­beelden ongetwi­jfeld de revue: hoogtevrees, plankenkoorts (een fobie voor het spreken in het open­baar), vlie­gangst, claus­tro­fo­bie (een fobie voor kleine ruimtes) en angst voor spin­nen, insecten of andere dieren, je kent ze wel.

Wist je echter dat er ook zoi­ets bestaat als ​​paraske­v­ideka­tri­afo­bie, een angst voor vri­jdag de der­tiende? Som­mige mensen lij­den aan het onhandi­ge ablut­o­fo­bie, angst voor het zich baden of wassen, of aan automatono­fo­bie, een angst voor buik­sprek­ers en wassen beelden. Lijd je aan anati­dae­fo­bie, een angst voor het in de gat­en gehouden wor­den door een­den, dan kan je maar beter ver weg bli­jven van het Citadel­park. Als kers op de taart is er ook het iro­nis­che hip­popo­tomon­stros­esquippedalio­fo­bie, de angst voor (let­ter­lijk ‘beestachtig’ en ‘mon­ster­lijk’) lange woor­den. Schri­jf deze alvast op om te scoren op je vol­gende quiza­vond!

Anati­dae­fo­bie, een angst voor het in de gat­en gehouden wor­den door een­den

Ik heb een fobie, wat nu?

Indi­en je hin­der ondervin­dt van een fobie, is het aanger­aden om pro­fes­sionele hulp te zoeken: er zijn ver­schil­lende vor­men van ther­a­pie die ingezet kun­nen wor­den. Welke behan­del­ing de voorkeur geni­et, is sterk afhanke­lijk van het type fobie en waar je zelf mee klikt, en dient steeds in samen­spraak met een pro­fes­sionele hulpver­len­er te wor­den bepaald. Eén zo’n vorm van ther­a­pie die vaak gebruikt wordt voor spec­i­fieke fobieën, is expo­sure ther­a­py, waar­bij je staps­gewi­js in con­tact gebracht wordt met het­geen je angst aan­jaagt. Je brein wordt zo als het ware geherpro­gram­meerd door te leren dat bepaalde zak­en hele­maal niet eng zijn. Wist je trouwens dat er tegen­wo­ordig daar­voor gebruik gemaakt kan wor­den van vir­tu­al real­i­ty? Het grote voordeel hier­bij is dat de hele sit­u­atie en omgev­ing nauwkeuriger gecon­troleerd kan wor­den. Het is belan­grijk deze cru­ciale momenten niet onder het tapi­jt te veg­en, maar deze aan te gaan en te con­fron­teren. Hierover prat­en met fam­i­lie en vrien­den kan al helpen, of erover schri­jven in een dag­boek. Vooral pro­fes­sionele hulp zal jou verder kun­nen helpen.

Dus de vol­gende keer dat je het op een gillen zet voor een spin in je kamer, weet je welke processen er aan het werk zijn. Of je de con­frontatie met die acht­potige griezel al dan niet moet aan­gaan, kan je in het mid­den lat­en. Het belan­grijk­ste is dat je leert omgaan met je angst op je eigen tem­po.