Film Fest – ups and dows


De rode loper is terug opgerold en de Kinepolis ruikt terug uitsluitend naar popcorn. Film Fest finita est. Wij blikken graag terug op ons favoriete filmfestival met een selectie uit ons hoogliteraire gamma aan recensies.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/10/2016 – 21:48 door Olivi­er Van­der Bauwe­deNi­co­las Van Laere

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

The Ornithologist – up

In de cat­e­gorie ‘rare what the fuck-films die enkel en alleen op Film Fest te zien zijn’ vin­den we The Ornithol­o­gist: een film van João Pedro Rodrigues, die sowieso een zeer vreemde jeugd gehad moet hebben. Op de beste manier mogelijk.

Stel je voor: een wereld waarin iedereen homosek­sueel is, ook wel getiteld ‘Mijn Groot­ste Droom’. Stel je voor: een wereld waarin twee les­bis­che katholieke Chinezen(/vampieren?) je ophangen aan een boom bondage-style en dreigen je te cas­tr­eren. Nog steeds een droom voor som­mi­gen waarschi­jn­lijk, maar kruip maar terug in uw kelder, Chris­t­ian Grey. De meesten vin­den dat soort din­gen redelijk fucked up. Welkom in de won­dere wereld van João Pedro Rodrigues.

Fer­nan­do, gespeeld door Paul Hamy, is een vogelspot­ter. Ah nee, juist, de cor­recte term is voge­laar. Of ornitholoog, als je fan­cy wil klinken. En neen, Fer­nan­do is geen gepen­sioneerde pen­srijke man. Fer­nan­do is best wel een heet beest. En ook gay, maar dat had ik al ver­meld zek­er? Na een ongeluk met zijn kano in de wilder­nis (hoewel dit klinkt als één of andere sek­sueel get­intepun is dit fer real), begint zijn poging tot over­leven in de Por­tugese jun­gle. Hoewel het niet echt een poging genoemd kan wor­den – LOOP DAN TOCH WEG VAN DIE SATANISCHE WEZENS, FERNANDO, HEB JIJ NOOIT EEN HORRORFILM GEZIEN?! Wat vol­gt, wel, een beschri­jv­ing kan je er niet echt aan geven. Miss­chien ‘een Odyssee’ her­schreven door Pasoli­ni en RuPaul?

We raden aan om deze film te bek­ijken na het roken van enkele geestver­ruimende mid­de­len – de enige manier waarop je er iets van zal snap­pen, ten­z­ij je ooit een bij­bel­cur­sus voor gevorder­den is opge­dron­gen geweest. Over de cin­e­matografie kan er echter geen kwaad woord gespro­ken wor­den. Visueel prachtige beelden van de par­ingsritue­len tussen vogels, homosek­suele sekss­cènes voor de ogen van een kud­de geit­en en Lati­jns sprek­ende, bloot­borstige ama­zones op paar­den. Ah ja, heb ik al ver­meld dat dit een ver­film­ing is van de leg­ende van Sint-Anto­nius van Pad­ua? Nee? Best. Movie. Ever.

 

My First Highway – down

Regis­seur Kevin Beul maakt het ons niet gemakke­lijk in ‘My First High­way’, zijn eerste langspeelfilm. Het had een sen­suele, nos­tal­gis­che throw­back naar onze puberteit kun­nen zijn, maar de film evolueerde al snel naar een tragisch ver­haal met een ongen­u­anceerde bood­schap.

Het begon nochtans goed, met dromerige beelden van Aäron Rogge­man, kneusje van dienst in de piek van zijn puberteit – inclusief zielig don­ss­nor­ret­je. We kon­den ons zo onze vroegere fam­i­lievakanties voor de geest halen, wan­neer het niet meer cool was om mee te gaan met mam­mie en pap­pie, maar alleen thuis­bli­jven ook niet mocht. Gevolg: mokkende Ben­jamin zoekt manieren op om die ver­stikkende sfeer van de Spaanse camp­ing te ontvlucht­en. En die vin­dt hij, in de vorm van een mys­terieuze ver­schi­jn­ing wier naam we niet te weten komen in de film, ver­tolkt door Romy Louise Lauw­ers die ons met haar eerste hoof­drol jam­mer genoeg niet kon over­tu­igen.

In korte scènes met weinig, maar geforceerde dialoog probeert de regis­seur een verknipte vakantieliefde in beeld te bren­gen, maar we mis­sen toch enige diep­gang in de per­son­ages en in de ver­haal­li­jn. Ons anon­iem­p­je zou een intrigerende, jonge vrouw moeten zijn, maar blijkt uitein­delijk min­der inhoud te hebben dan ze uit­straalt. Haar psy­cholo­gie is incon­se­quent en cliché en haalt het pub­liek eerder uit de film door de ongeloofwaardigheid. Ook het per­son­age van Ben­jamin is een een­z­i­jdi­ge voorstelling van een puber die totaal geen gevol­gen hoeft te dra­gen van zijn hersen­loze daden. Weinig rep­re­sen­tatief voor de huidi­ge jeugd.

Beul wou de focus van het ver­haal leggen op de twee tieners, hun ontwikke­lende relatie en gedacht­en, en daarom zijn zij qua­si de eni­gen die echt gefo­cust in beeld komen. Van hun oud­ers en andere vol­wasse­nen in de film, onder andere Math­ias Ser­cu en Natali Broods, van­gen we enkel stem­men en een half floue kont op. Zonde. Gelukkig was dat ander­half uur in de cin­e­ma niet hele­maal ver­spild, want cin­e­matografisch viel er wel wat op te merken. Camp­ings die ver­gane glo­rie uit­stralen en nachtelijke escapades in de san­i­taire blokken wer­den zelden zo type­r­end in beeld gebracht. Wan­neer in de eerste helft van de film alles nog koek en ei is tussen de twee pubers, kri­j­gen we ook een scène te zien op de autosnel­weg, die veel weg heeft van het iconis­che beeld uit ‘The Perks of Being a Wall­flower’. Dat is dan weer een voor­beeld van een ver­haal over jongvol­wasse­nen dat wél kon over­tu­igen.

 

Sully – meh

Een ver­film­ing van een onder­zoek naar een vlieg­tu­igcrash? Dat klinkt niet meteen als een box-office hit in Hol­ly­wood. Voeg er echter Clint East­woodTom Han­ks en een “true sto­ry” aan toe, en je weet dat dit een gemakke­lijke land­ing in Oscar­land wordt.

De Amerika­nen zijn wild van ‘Sul­ly’, het ver­haal over piloot Ches­ley ‘Sul­ly’ Sul­len­berg­er die in 2009 mirac­uleus een suc­cesvolle nood­land­ing op de Hud­son maak­te. Tot ieders ver­baz­ing over­leef­den alle 155 mensen aan boord het gebeuren. De onver­mi­jdelijke ver­film­ing lijkt in de Verenigde Stat­en alvast voorbestemd voor enkele oscarnom­i­naties, al bli­jft ‘Sul­ly’ op zich vooral een zeer brave film. Naast enkele intense scènes van de crash kri­j­gen we een geloofwaardig beeld te zien van een man die plots als een held wordt beschouwd, maar achter de scher­men door een onder­zoekscom­missie wordt bestem­peld wordt als roekeloos. 
Een inter­es­sante rol voor Tom Han­ks, een acteur die steeds alles durft te geven, maar in deze sobere biopic veel min­der te doen kri­jgt dan hij zou aankun­nen. Ook Sully’s vrouw, gespeeld door Lau­ra Lin­ney, komt weinig aan bod, wellicht uit respect voor de pri­va­cy van de ver­tolk­ten. Even geeft Clint East­wood zijn prent een inter­es­sante wend­ing, wan­neer alles erop lijkt dat Sul­ly wel degelijk fouten heeft gemaakt, ook al kan je weten dat het niet zo uit­draaide.

Goede acteer­presta­ties, tijd­spron­gen en het feit dat Hol­ly­wood dit jaar weinig soeps was, geven zek­er genoeg kredi­et aan deze film. Het meest opval­lende is miss­chien wel dat dit een ram­p­en­film is waarin nie­mand sterft, de vogels die in de vlieg­tu­ig­mo­toren vlo­gen uit­er­aard niet meegerek­end. Maar de bood­schap van de film, dat de piloot geen Griekse held is maar een gewone man die z’n job doet, is soms zo aan­wezig dat het de film ook heel gewoon­t­jes lijkt te mak­en. Geloofwaardig, af en toe intens, maar weinig bij­zon­der.