Faculteit van de eenzaamheid


Deze lezersbrief werd ons opgestuurd door Marijn Depraetere, student filosofie aan de Blandijn, in verband met ons huidige themanummer.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 9/11/2018 – 13:35 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Mar­i­jn Depraetere

Ik rol de wereld in, de trein uit, het park door, de helling op en de Bland­i­jn­berg bin­nen. Ik heb geen veer­tig rovers nodig, geen ‘Sesam, open u!’: de schuifdeur opent zich spon­taan voor mijn elek­trisch aange­dreven ambities. Hier, ben ook ik, welkom.

De nobele uni­ver­si­taire poging zow­el gestruc­tureerd als con­se­quent de erf­pacht van het durf-denken te inte­ri­oris­eren, werpt me geen windeieren. De meest com­plexe per­cep­ties van diepzin­nige denkers wor­den in al dan niet bevlo­gen ver­wo­ordin­gen door pas­sionele pro­fes­soren de mas­sa ingekneed, alles onder­s­te­und met antieke egodoc­u­menten en hun pow­er­points. Ze beroeren mijn neu­ro­nen danig. Het is fijn deze vir­tuoze vri­jheid te ont­dekken. In míjn rol­stoel kan ik denkspron­gen mak­en!

De Bland­i­jn­berg beloofde al vanaf het prille begin mijn habi­tat te wor­den, het thuis weg van huis, de veilige haven, de kri­tis­che kos­mos, de vaste par­keer­plaats waar ik mijn rol­stoel achter­laat alvorens gelanceerd te wor­den in dat o zo onbe­grens­de dur­ven denken. Het maakt nog alti­jd indruk op me als ik iemand spreek die effec­tief begri­jpt waar ik het over heb. Polis, tele­ol­o­gisch, evo­lu­tief par­a­dig­ma. Zelfs zon­der veer­tig rovers roof ik vlot­jes de woor­den­schat uit de Bland­i­jn­berg bijeen. Graaiend.

Vaak is het stim­ulerend in de berg te ver­to­even. Spo­radisch vonkt een wed­erz­i­jdse blik die de berg tot lev­en wekt. Neu­rale con­nec­tie. Tin­telin­gen. Jonge deernes die wegvlucht­en van gri­jzaards zoals ik. Het duurde even voor ik kon begri­jpen hoe oud ik eigen­lijk al ben. Het duurde even voor­dat ik begreep dat velen denken dat ik miss­chien al pro­fes­sor ben. Het duurde even voor­dat ik begreep hoe lastig het blijkt om con­tact te mak­en, om een reële con­nec­tie op te bouwen met die Ander rond me.

Een lev­en lang zoek ik dialec­tiek, een lev­en lang kon nie­mand repliceren. Begri­jpen anderen me nu door gegraaide woor­den­schat? Miss­chien kun­nen ze gewoon niet weg uit die col­leges waar ik het woord overneem? Miss­chien zijn die anderen toch veer­tig rovers en begri­jpen ze, want ze proberen te begri­jpen, tot ze ook begri­jpen.

Mijn tweede stu­den­ten­jaar is half vervlo­gen en ik voel me nog steeds erg een­za­am. Net zoals vorig jaar heb ik er moeite mee om thuis de boeken open te doen. Ik mis er mijn dievenin­stinct. De berg stroomt zo snel leeg na het lee­groven. De Bland­i­jn­berg blijkt een kale ken­nis­con­tain­er zon­der cosy-cor­ners. De berg echoot hol nadat men vlucht met de buit, wég van de berg. Iedereen gen­esteld, ergens waar mijn rol­stoel nooit bin­nen kan. Mijn collega’s zocht­en er de dialec­tiek, en elka­ar. Men citeert er Sartre om uit te leggen waarom ze zich niet vrij voe­len. In de Bland­i­jn­berg blijk ik aan mijn rol­stoel gek­luis­terd. Noch denkspron­gen noch Sartre kan mijn rol­stoel trap­pen over tillen, hun vri­jheid tege­moed. Dus reciteer ik, een holle dialec­tiek die me vanu­it de leeg­geroofde schatkamers terugkaatst als een vertrouwde echo: “Sesam, open u?”