Expensive noodles


Daan Het is zater­da­gavond en ik zit veel te dure noedels te eten in het cen­trum van Oxford. Ik heb juist zo’n twintig minuten zit­ten over­leggen met een vriendin wat we nog zouden kun­nen doen met de rest van onze avond (tip: plan nooit iets met een filosoof) en ze heeft me net zover gekre­gen met haar…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2017 – 7:49 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Daan

Het is zater­da­gavond en ik zit veel te dure noedels te eten in het cen­trum van Oxford. Ik heb juist zo’n twintig minuten zit­ten over­leggen met een vriendin wat we nog zouden kun­nen doen met de rest van onze avond (tip: plan nooit iets met een filosoof) en ze heeft me net zover gekre­gen met haar mee te gaan naar de Oxford Union. Voor de mensen die niet iedere avond naar doc­u­men­taires op Can­vas kijken: de Oxford Union is een stok­oude en zelfin­genomen deba­teer­club waar iedere week een andere inter­na­tionale bek­end­heid komt spreken. Stel je een kas­teelza­al voor met een politi­cus of intel­lectueel op het podi­um en in het pub­liek de toekom­stige politi­ci en intel­lectue­len. 

Ik ben niet zo’n grote fan van de hele Oxford­cul­tu­ur. Voor mij hoeft niet ieder gebouw afkom­stig te zijn uit de 16e eeuw of hoeven de ogen van geportret­teerde, dode intel­lectue­len niet in iedere gang op me neer te kijken. Ik voel me veel meer op mijn gemak in de lompe ganget­jes van de Bland­i­jn waar maat­pakken even zeldza­am zijn als een stipte stu­dent. Het is dus waarschi­jn­lijk over­bod­ig om te zeggen dat ik een beet­je scep­tisch stond tegen­over de Oxford Union.

Het onder­w­erp lag me ook al niet erg goed: een besprek­ing van de invloed van John F. Kennedy. Begri­jp me niet ver­keerd, het is niet dat ik Kennedy een slechte pres­i­dent vind of zijn lev­en onin­ter­es­sant, maar een drie uur lange speech over iemand die je ‘wel oké vin­dt’, is prob­lema­tisch. De sprek­ers waren een kers op de taart: Ker­ry Kennedy, een vrouw die al haar hele lev­en vecht tegen haar achter­naam, en Jef­frey Sachs.

Bij de economie- of geschiedenis­stu­den­ten doet de naam Sachs waarschi­jn­lijk wel een bel­let­je rinke­len. Zo ook bij mij op die zater­da­gavond, maar het was pas toen ik in die balza­al zat en zijn gezicht zag, dat ik me herin­nerde van­waar ik zijn naam kende. Pro­fes­sor Sachs is de econoom die toezicht hield op de her­struc­turering van de economie in Polen en Rus­land na de val van de Sov­jet-Unie. Het is waarschi­jn­lijk alweer over­bod­ig om uit te leggen dat hij dat niet erg goed heeft gedaan.

Dus daar zat ik dan in een lux­ueuze zaal met de man die ver­ant­wo­ordelijk was voor het casi­nokap­i­tal­isme die kwam spreken over een pres­i­dent ‘die ik wel oké vond’. Maar wat vol­gde was een van de beste speechen over poli­tiek die ik in mijn korte lev­en al heb mogen aan­horen. Lev­endi­ge frag­menten van mevrouw Kennedy wer­den aange­vuld met his­torische analy­ses van meneer Sachs en langza­am maar zek­er veran­der­den ze mijn beeld van de allang dode democraat. Wat mij vooral trof was de beschri­jv­ing van de cor­re­spon­den­tie tussen pres­i­dent Kennedy en Niki­ta Chroesjt­sjov, lei­der van de Sov­jet-Unie. Bei­den schreven voort­durend brieven naar elka­ar die door nie­mand anders gelezen mocht­en wor­den, zodat eerlijk en open con­tact tussen de twee mogelijk was. Wat de twee ook van elka­ar mocht­en denken, ze waren zo gebrand op vrede dat ze hun ver­schillen aan de kant wouden zetten en een eerlijk gesprek wouden aan­gaan.

Toen meneer Sachs dat ver­haal aan het vertellen was, lachtte mijn vriendin naar me met een slinks lach­je alsof ze al had geweten dat hij dat zou zeggen. Ze had gelijk gehad in dat restau­ran­t­je; ik moest gewoon mijn ver­schillen even aan de kant zetten. “Told you so.”