Er ging geen dag voorbij


ER GING GEEN DAG VOORBIJ OF DE OLIFANT WOU WEER GROEIEN. In zijn slaap zou hij groeien tot hij in de wolken was en hal­lo kon zeggen aan de lijster. Het was al heel lang zijn droom om de aller­g­root­ste van het hele bos te wor­den. Zo keek hij op naar grote eiken­bomen, en als…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/05/2019 – 11:42 door Mingt­je Wang

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

ER GING GEEN DAG VOORBIJ OF DE OLIFANT WOU WEER GROEIEN. In zijn slaap zou hij groeien tot hij in de wolken was en hal­lo kon zeggen aan de lijster. Het was al heel lang zijn droom om de aller­g­root­ste van het hele bos te wor­den. Zo keek hij op naar grote eiken­bomen, en als de walvis op bezoek was nam de olifant zich voor ooit ook zo groot te wor­den.

Eten doet groeien, maar om zich heen zag hij dat het eten bij­na op was. Tri­est ging hij naar de vos om raad.

“Je moet anders kauwen”, zei de vos.

“Wat is er mis met hoe ik kauw?” vroeg de olifant.

“Luis­ter: de walvis verk­lapte mij dat hij een nieuwe manier gevon­den had om te kauwen. Zo groei­de hij even snel met min­der eten”, vertelde de vos en hij toonde het stap voor stap. Met grote ogen keek de olifant toe en knoopte de stap­pen in zijn oren. Tevre­den wan­delde hij in gedacht­en ver­zonken terug.

“Olifant! O‑olifant!”

“Hè?”

“Ja, hier­zo! Bo-oven!”

De olifant keek naar boven. Daar hing de eekhoorn aan de boom, met een feesthoed­je tussen zijn pluimige oren. Hij vroeg of de olifant naar zijn feest wou komen. In een feest had de olifant wel zin. Zelf had hij ook wel iets te vieren.

Hij klopte aan bij de mier, die een schilder­sate­lier had. In volle feeststem­ming vroeg hij om een lik­je groene verf over zijn gri­jze huid, “Zo kan ik ver­stop­pert­je spe­len met het bos.”

Eens op het feest kwam de eekhoorn glun­derend aan­gelopen met zijn vers­ge­bakken taarten. De olifant wou zijn nieuwe tech­niek uit­proberen en begon een stuk­je taart te kauwen. Pre­cies zoals de vos getoond had. Al snel vol­gden grote ogen en priemende blikken.

“Hé, olifant! Ben jij nu nog grot­er gewor­den?” vroeg de eekhoorn ver­baasd.

“Ja, het duurt nu langer om om je heen te zoe­men”, wist de vlieg wijs.

De olifant klopte zichzelf op de schoud­er voor zijn geleende idee. Nu kan ik toch groeien en is er taart genoeg voor iedereen!, dacht hij blij. Maar hoe grot­er de olifant werd, hoe grotere honger hij kreeg. Hij at de stuk­jes van de uil, de giraf en de sprinkhaan en kreeg nog grotere honger. Groot zijn maak­te hem hon­gerig, dus bleef de olifant eten. Zijn slurf zwol op zoals een bal­lon en wou zo snel mogelijk wegvliegen. Zijn poten leken op vier brood­jes die bal­anceer­den onder een grote ronde ton. Hoe sneller de olifant groei­de, hoe sneller de taart verd­ween.

“Genoeg!” gilde de eekhoorn.

Geschrokken liet de olifant het laat­ste stuk­je los. Het werd een lange val. Hij torende onder­tussen ver boven zijn vrien­den uit en zijn buik zat te strak. Een krak­end gelu­id weerk­lonk door het hele bos. Zijn groene verf was te klein gewor­den en spat­te uiteen.

-

Het con­cept van groene groei, ofwel green growth, is onder­tussen een dom­i­nant belei­ds­dis­cours op vlak van kli­maatsveran­der­ing. Deze the­o­rie beweert dat con­tin­ue economis­che groei ver­zoen­baar is met een duurzame relatie met onze pla­neet. Hoe effi­ciën­ter we pro­duc­eren, hoe min­der grond­stof­fen we zouden ver­bruiken. Maar empirisch onder­zoek naar grond­stof­fen­ver­bruik en kool­stofe­missies onder­s­te­unen deze green growth-the­o­rie niet. Bli­jvende economis­che groei zal uitein­delijk lei­den tot meer con­sump­tie, niet min­der. Effi­ciën­tere pro­duc­tie is niet groen: Degrowth is de bood­schap, niet ‘green’ growth.

Geïn­spireerd door Toon Tel­le­gen en J. Hick­el & G. Kallis (2019): ‘Is Green Growth Pos­si­ble?, New Polit­i­cal Econ­o­my’. Aan alle eco­mod­ernisten en con­sorten: deze paper is een aan­rad­er.