Eenzaam aan de e‑pursekassa


Eenzaam wie er komt, en eenzaam de man achter de kassa. “It is strange to be known so universally and yet be so lonely”, verklaart hij filosofisch.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/04/2018 – 8:19 door Pieter­jan Schep­ens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We zijn de eersten van­daag. “Schri­jf er niet bij hoe laat het nu is, ik wil niet zielig overkomen. Maar het is hard, ja. Lange dagen, lange dagen. Ik moet alle moeite doen om niet ver­lekkerd naar de andere rijen te staren. Maar ik wil nie­mand afschrikken, in deze tij­den kan een mens niet voorzichtig genoeg zijn.”

Onze gedacht­en sprin­gen onmid­del­lijk naar onze vol­gende scoop – sek­suele intim­i­datie in de Brug?! – maar de een­za­am­ste man van de Uni­ver­siteit Gent brengt ons vlug weer met de bei­de voeten op aarde. “Ik had het over meneer Tes­la. Mijn beste klant. Iedere avond, klok­slag acht uur, staat hij hier. Iets om naar uit te kijken, weet je. Maar hij is een beet­je oud­er­wets, heeft de neig­ing om vrouwen als deugdzame maag­den te zien. Ik ben bang dat hij weg zou bli­jven als hij mijn blik op een blote schoud­er ziet rusten. En hij is zo het uitvin­der­stype, hé. Wie weet hoe hij mij alle­maal in de gat­en kan houden.”

Blik naar de ingang, en plots ver­schi­jnt een glim­lach op het gezicht van deze door allen ver­lat­en man. “Ga eens even weg. Ver­stop u achter die dikke pilaar daar. God­ver­domme, sta daar nu niet zo, gun een mens toch eens wat pri­va­cy. Bon­soir madame Curie, vous passez une belle journée? Oui, moi aus­si, vous me con­nais­sez hein, tou­jours con­tent dans la vie.” Een zweem van gelukza­ligheid zweeft nog over de man wan­neer wij onze schuilplaats ver­lat­en. “Ik ben alti­jd blij haar te zien. Kokette dame.” Diepe zucht, tin­tel­ing in de ogen. “En ze straalt zo iets uit. Warmte.”

Om de een­za­am­ste man aan de uni­ver­siteit te zijn, lijkt hij er een gezond soci­aal con­tact met zijn klanten op na te houden. “Ik sta wel open voor een praat­je, ja. Maar ik ben voorzichtiger gewor­den sinds ik deze job doe. Een paar maan­den gele­den – de e‑pursekassa was toen net open – komt er een man met war­rige gri­jze haren. Ik herk­ende hem van ergens, maar kon hem niet onmid­del­lijk thuis­bren­gen. We raak­ten aan de praat, de man bleek zo wat van het filosofis­che type te zijn. Albert Ein­stein. Hij houdt sinds­di­en niet op mij met citat­en te besto­ken. In het begin best char­mant, met een witz als ‘Edu­ca­tion is what remains after one has for­got­ten what one has learned in school’ kan je wel scoren rond de eettafel. Maar toen begon het per­soon­lijk te wor­den. ‘The monot­o­ny and soli­tude of a qui­et life stim­u­lates the cre­ative mind.’ ‘The indi­vid­ual who has expe­ri­enced soli­tude will not eas­i­ly become a vic­tim of mass sug­ges­tion.’ En alti­jd met zo’n gri­jns op zijn gezicht. ‘I live in that soli­tude which is painful in youth, but deli­cious in the years of matu­ri­ty.’ Jaja. Op den duur begon ik hem ervan te ver­denken dat hij ze gewoon uit zijn mouw aan het schud­den was. ‘We some­times think we want to dis­ap­pear, but all we real­ly want is to be found.’ Bah. Van die moest ik wenen.”