Een ode aan Minecraft


Het is half elf ’s avonds. Bene­den hoor ik de gedempte tonen van de tele­visie, die als achter­grond­lawaai dienen om mijn mams te ani­meren, ter­wi­jl haar breinaalden vli­jtig tegen elka­ar tikken. In de kamer naast mij hoor ik mijn broer bul­der­lachen bij de zeven­tiende her­hal­ing van een ‘FC De Kampioenen’-aflevering. En ik? Ik zit op…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/03/2021 – 9:46 door Ewout Van­craeynest

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is half elf ’s avonds. Bene­den hoor ik de gedempte tonen van de tele­visie, die als achter­grond­lawaai dienen om mijn mams te ani­meren, ter­wi­jl haar breinaalden vli­jtig tegen elka­ar tikken. In de kamer naast mij hoor ik mijn broer bul­der­lachen bij de zeven­tiende her­hal­ing van een ‘FC De Kampioenen’-aflevering. En ik? Ik zit op mijn kamer, waar de regen agressief tegen mijn Velux klet­tert.

Mijn gsm licht op om mij een herin­ner­ing te tonen van exact één jaar gele­den: een wazige foto waar ik trots met twee lauwe con­sump­ties poseer. De druk­te op de foto doet onwen­nig aan en mis­troost­ig leg ik de herin­ner­ing terug. Ik voel me een­za­am, van vri­jheid beroofd, in mid­de­len beperkt. 

Ik besluit mijn gedacht­en te verzetten. Com­fort­a­bel laat ik me in mijn bureaus­toel zakken. Met een vluchtige aan­rak­ing prikkel ik mijn com­put­er tot opstarten om ver­vol­gens mijn com­put­er­muis te omar­men met mijn hand­palm. Langza­am, maar doel­be­wust streel ik de cur­sor over het bureaublad. Ik ont­waak rustig mijn geliefde pro­gram­ma. De let­ters Mojang ver­schi­j­nen. Minecraft start op.

Ter­wi­jl mijn Minecraft-wereld opstart, ver­vagen de regen­gelu­iden en weerklinken vertrouwelijke stem­men via de Dis­cord-serv­er. Ik begroet mijn mede-crafters en samen bespreken we welke geau­toma­tiseerde farm we zullen mak­en. Gecoördi­neerd bouwen we vol­gens het afge­spro­ken plan, ter­wi­jl we elka­ars mateloos boeiende anek­dotes aan­horen over een saaie online les of een mid­del­matig winkel­be­zoek. Maar het is aan­ge­naam, mijn een­za­amheid ver­vaagt.

Na het bouwen van onze coöper­atieve, besluit ik mij terug te trekken naar mijn eigen base, mijn eigen virtuele huis­je. Ik wan­del doorheen het bos ter­wi­jl de zon aan het zakken is en besluit mij onder­gronds te begeven om een grot te gaan ont­dekken. De angst voor een avond­klok bestaat hier niet. Het is aan­ge­naam, ik voel langza­am vri­jheid door mijn aderen stromen.

De omweg via enkele grot­ten lei­dt mij uitein­delijk tot de vertrouwde omgev­ing van mijn base. Het graan is er vol­groeid en klaar om geoogst te wor­den, ik kap wat bomen en bouw verder aan de zevende toren van mijn gigan­tis­che burcht. Het is aan­ge­naam. Ik kan er alles mak­en. Ik kan er alles doen.

Het spel dat ik in mijn jeugd enkel aan zielige nerds toedichtte, heeft een promi­nente plaats ingenomen in mijn lock­downbestaan. Ik ontsnap er van de werke­lijkheid. Escapisme! Een geblok­te pix­el-wereld die haast real­is­tis­ch­er aan­voelt dan de werke­lijkheid waarin we nu lev­en. Leve Minecraft, het is er aan­ge­naam!