Durf wetten te schrappen


Vals zingen in het openbaar is strafbaar in Leuven. Uw geliefkoosde paarden, ossen en honden kunnen elk moment door het leger opgevorderd worden. Het lijken banale regeltjes, maar er zijn een massale hoop wetten die niet meer mee zijn met hun tijd. Daar kunnen we iets aan doen!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/11/2021 – 20:23 door Judith Lam­bert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In 1830 was de stoomtrein de nieuw­ste rev­e­latie, was slav­ernij nog een gang­bare zaak en mocht­en enkel adel­lijke, wijze man­nen stem­men. Onze heden­daagse samen­lev­ing lijkt hele­maal niet meer op die ten tijde van onze onafhanke­lijkheid. Toch ontston­den er in 1830 vele wet­ten die samen met de Bel­gis­che Grondwet nog tot op heden in gebruik bli­jven. Eén klein min­pun­t­je: wet­ten lijken niet te besef­fen dat tij­den evolueren.

Het opstellen van een wet lijkt absolu­ut. Het is de ultieme over­win­ning van de pedante par­lemen­tar­iër; hun werk zal vereeuwigd wor­den in het Burg­er­lijk Wet­boek. Hier­door bestendigt een wet alti­jd de sta­tus quo. Wet­ten behouden is een gegeven, ter­wi­jl een wet veran­deren alti­jd een gevecht zal zijn. Dat een wet bestaat, lijkt een neu­traal fenomeen, ter­wi­jl het eigen­lijk in dat opzicht bij­na per defin­i­tie een con­ser­vatief gedachte­goed met zich mee­draagt. Dat hoeft niet noodza­ke­lijk zo te bli­jven. 

Waarom wet­ten goed­keuren die oneindig bli­jven gelden?

Ik hoorde ooit over een denk­tank vol Nobel­pri­jswin­naars die alle democ­ra­tieën aan­raadde om elke wet te beperken in de tijd. Het doel hier­van is om het hele raamw­erk aan wet­ten dat ons land in lev­en houdt, in vraag te bli­jven stellen. Zo zou ons par­lement mor­gen een nieuwe wet kun­nen invo­eren die alle Bel­gen van gratis open­baar ver­vo­er voorzi­et, en ze zouden kun­nen voorzien dat die wet zou gelden voor der­tig jaar. Met een veran­derende samen­lev­ing in het achter­hoofd is dit de log­i­ca zelve. In 2051, wan­neer de wet zou ver­vallen, zullen we met een totaal andere maatschap­pij te mak­en hebben, die andere noden zal ken­nen. Tegen dan moet de over­heid miss­chien wel tele­porteren sub­sidiëren? We weten nauwelijks hoe onze samen­lev­ing er over der­tig jaar zal uitzien, dus waarom zouden we nu wet­ten goed­keuren die oneindig bli­jven gelden?

Een bestaande wet aan­passen of afschaf­fen kan nu uit­er­aard ook al, maar momenteel is dat zo onge­woon dat de moedi­ge par­lemen­tar­iër die het probeert, op de muren van de sta­tus quo stoot. De pro­visie een eind­da­tum op alle wet­ten te plaat­sen in plaats van ze tot de oneindigheid te activ­eren, zorgt ervoor dat we als samen­lev­ing ver­plicht bli­jven nadenken over het heden­daags nut van onze wet­ten. De ver­plicht­ing om te kiezen: opnieuw bestendi­gen, herzien in de nieuwe maatschap­pelijke con­text of ver­w­er­pen. Dit zou de maatschap­pij in staat stellen flex­i­bel om te gaan met een als­maar sneller veran­derende samen­lev­ing. Het zou ons in staat stellen proac­tiev­er na te denken over de prob­le­men van de toekomst, zon­der tegenge­houden te wor­den door de dwang­buis van twee­hon­derd jaar aan red tape die we met ons meezeulen.