Driemaal is Scheepsrecht


Kasper Het was met een bedroefd hart dat ik de lege fiet­sen­stalling aantrof. Eén blik op het lege ijz­eren ger­aamte en ik wist genoeg. Mijn fiets was weer gaan vliegen. Het was toen, in de striemende regen van die koude win­ter­nacht, dat de machteloosheid mij overviel. Het was immers niet de eerste keer dat ik zo…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/03/2018 – 8:37 door Kasper Van Parys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Kasper

Het was met een bedroefd hart dat ik de lege fiet­sen­stalling aantrof. Eén blik op het lege ijz­eren ger­aamte en ik wist genoeg. Mijn fiets was weer gaan vliegen. Het was toen, in de striemende regen van die koude win­ter­nacht, dat de machteloosheid mij overviel. Het was immers niet de eerste keer dat ik zo onfor­tuin­lijk was. Ik, een onver­laat die zijn gelukza­lige roes laat primeren op zijn gezond ver­stand en er waarschi­jn­lijk niet bij stil­staat waar hij zijn rijwiel par­keert, laat staan of hij is vast­ge­maakt. Een beeld dat, hoewel het de waarheid sterk benadert, toch niet volledig cor­rect is. Ver­li­et ik een min­der godsvruchtig etab­lisse­ment in een min­der nuchtere bui? Absolu­ut. En toch lag daar niet de oorza­ak. Het is zo dat ik geleerd heb uit mijn fouten. Of dat meen ik toch.

“Ik wist genoeg. Mijn fiets was weer gaan vliegen” 

Mijn eerste fiets ver­loor ik aan het ICC. Toen ik ‘s nachts – naar goede gewoonte rijke­lijk laat – aankwam op een fuif, restte mij niets anders dan mijn fiets op het einde van een lange rij te park­eren, vlak aan de straat. Fiet­sen­rekken waren niet meer beschik­baar. Toen ik voelde dat het soci­aal aan­vaard was om te vertrekken – wan­neer de laat­ste min­der frisse vriend besloot er de brui aan te geven – vertrok ik. Om slechts te con­clud­eren dat de fiet­sen­rij volledig verd­we­nen was. Geen twi­jfel mogelijk. De vogel was gaan vliegen. Of beter gezegd, iemand was met mijn vogel gaan vliegen. Natu­urlijk, bedacht ik me, ik was te lang op de fuif gebleven, het was rustig, en mijn vélo bleef waarschi­jn­lijk als een van de laat­ste over, vlak­bij de straat. Het is dan ook een koud kun­st­je om in die buurt, die ’s nachts op de occa­sionele fuif na niet bepaald bruist, even te passeren en de fiets in te laden in een bestel­wa­gen. Eigen schuld dikke bult. Ik ga me niet meer lat­en van­gen, hield ik mezelf voor. Ik zou een vast slot kopen en mijn fiets alti­jd vast­mak­en aan een rek of vast object. Maar de aan­dachtige lez­er ver­moedt al wat er gaat komen. Het onver­mi­jdelijke nood­lot. Ook het vaste slot moest eraan geloven. Hoewel het ook gezegd dient te wor­den dat een krul­slot weinig uitdag­ing oplev­ert. Een klein­er exem­plaar breekt al door het op te winden om een afge­bro­ken pikkel. Mij gaan ze niet weer liggen hebben, dacht ik bij mezelf. En toch. Ook de Abus Iven 8210, 8 mm schakels van gehard staal, was niet opge­wassen tegen gri­jp­grage han­den. Het ongeloof viel op mijn gezicht te lezen. Hoe kon dit mon­ster van twee kilo en bestand tegen een beton­schaar gekraakt wor­den?

“Hoe kon dit mon­ster van twee kilo gekraakt wor­den?”

Dat zou al een sli­jp­schi­jf moeten zijn. Een vriend beves­tigde dat hij een kleine zelf­s­tandi­ge fiet­sendief met een sli­jp­schi­jf aan het werk had gezien. Lekker licht, klein, betaal­baar en op bat­ter­i­jen. Het virtueel fail­li­et van het fietss­lot. De moede­loosheid. Het feit dat ik alle voor­zor­gen had genomen, maar ik de dief­stal toch niet kon voorkomen. Dat er, grof gesteld, niets is wat je er aan kan doen. Een cynis­che loter­ij waar­bij je hoopt dat uw vélo er het armoedigst uitzi­et. Uitein­delijk kan je dan eens laconiek je schoud­ers ophalen en een monkel­lach­je om je lip­pen lat­en spe­len.