Drie sitroenen, graag


Onlangs raak­te ik weer eens in een dis­cussie ver­wikkeld over de voor- en nade­len van de beregelde taal. Gram­mat­i­ca, syn­taxis en bove­nal spelling: ze wor­den vast­gelegd in regels die uitein­delijk maar con­ven­tion­eel zijn, en in zekere mate zelfs arbi­trair. Heeft het dan zin, zo merk­te mijn gesprekspart­ner terecht op, om deze ‘regels’ nauwgezet te vol­gen, als…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/09/2018 – 15:56 door Matthias Ver­lin­den

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onlangs raak­te ik weer eens in een dis­cussie ver­wikkeld over de voor- en nade­len van de beregelde taal. Gram­mat­i­ca, syn­taxis en bove­nal spelling: ze wor­den vast­gelegd in regels die uitein­delijk maar con­ven­tion­eel zijn, en in zekere mate zelfs arbi­trair. Heeft het dan zin, zo merk­te mijn gesprekspart­ner terecht op, om deze ‘regels’ nauwgezet te vol­gen, als ze soms amper nog stro­ken met de natu­urlijke, gespro­ken taal? Een zekere mate van uni­for­miteit in het taal­land­schap is natu­urlijk noodza­ke­lijk, willen we nog kun­nen com­mu­niceren. Maar de fouten die leerkracht­en, aca­d­e­mi­ci en andere taal­fa­nati­ci de wenkbrauwen doen fron­sen, zijn zelden van zo’n aard dat ze de sim­pele over­dracht van infor­matie onmo­gelijk mak­en. Het zijn vaak kleine en in feite onbe­lan­grijke zak­en: de klassieke dt-fout, een gebrek of teveel aan hoofdlet­ters en recen­ter het los schri­jven van woor­den die toch echt wel een samen­stelling vor­men.

Juiste taal is niet juist omdat ze mooi is, ze is mooi omdat ze juist is

Men zou kun­nen opw­er­pen dat de bij­na mani­akale manier waarop som­mi­gen met taal­cor­rec­theid dwepen voortkomt uit een respect voor tra­di­tie. Hypothese: we vol­gen de regels sim­pel­weg omdat onze vooroud­ers ze ook vol­gden. Een taal is echter alti­jd in beweg­ing, en zich vastk­lam­p­en aan oude regels die de nieuwe taal niet meer reflecteren, is geen goed idee. Een blik op het Engels – beroemd om de enorme kloof tussen klank en let­ter – zou moeten vol­staan om dat te bewi­jzen. Dit is dan ook niet de route die de Taalu­nie in het verleden vol­gde (anders zou cit­roen miss­chien toch wel ‘sitroen’ gewor­den zijn in de her­vorm­ing van 1994).

Er ligt een zekere vol­doen­ing in het col­lec­tief vol­gen van regels

Nee, noch de noodza­ak aan heldere com­mu­ni­catie, noch het respect voor onze taalgeschiede­nis zijn afdoende om onze fas­ci­natie voor cor­recte taal te verk­laren. Er schuilt een diepere reden in de harten van regel­liefheb­bers: een drang naar schoonheid. Het is diezelfde schoonheid die Leni Riefen­stahl in haar ‘Tri­umph des Wil­lens’ probeerde vast te leggen, die de cor­recte zin voor ons mooi maakt – een gevoel los van ide­olo­gie of inhoud, maar gevor­md door her­hal­ing, regel­maat en gehoorza­amheid. Ja, er ligt een zekere vol­doen­ing in het col­lec­tief vol­gen van regels! Juiste taal is niet juist omdat ze mooi is, ze is mooi omdat ze juist is – of beter: omdat we geza­men­lijk geloven dat ze juist is. Zon­der dit ver­bond, deze afspraak die beslist wat wel mag en wat niet, zou deze schoonheid gewoon­weg niet bestaan.

Is het dan gevaar­lijk om zich aan de genoe­gens van de regelschoonheid over te geven? Miss­chien wel, Riefen­stahls voor­beeld spreekt boekde­len. Hoewel ze het zelf nooit toe­gaf, moet er toch iets van de nazi-ide­olo­gie op haar hebben afgewreven. Op dezelfde wijze raakt de purist er wellicht van over­tu­igd dat er zoi­ets bestaat als fun­da­menteel cor­recte taal. Maar de vol­gende keer dat iemand je ‘heet’ toe mom­pelt als je ‘noemt’ zegt, toon toch wat begrip.