DIY: winterkleren


Iedereen maakt zich klaar voor de winter. Warme kleren worden weer uit de kast gehaald, chai lattes worden opgestoomd en uit bed raken wordt steeds moeilijker. Niets ergs hieraan, denkt u? Niets is minder waar, want de jaarlijkse massaproductie van winterkleren steekt opnieuw de kop op, klaar voor massaconsumptie.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/11/2019 – 16:12 door Elise Maes­Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Voor de duurza­amhei­ds­go­eroes of armza­lige stu­den­ten onder ons: hier een gids tot een goed­kope en duurzame zelfvoorzien­ing van win­terkleren! Dus ont­doe jezelf van je win­ter­dip, kom uit je bed, en lees hoe je nu die sjaal bre­it, een turtle­neck in elka­ar steekt, een onder­broek naait en een deken haakt. Door het eerder korte karak­ter van dit artikel, zal u vaak doorver­wezen wor­den naar de per­fecte Youtube-tuto­r­i­al, die u het tech­nis­che aspect van dit alles op een water­dichte manier zal uit­leggen.

Brei een sjaal

Om een sjaal te breien heb je slechts twee zak­en nodig: wol en breinaalden. Voor­dat je hier­voor geld uit­geeft, is het alti­jd hand­ig eens te kijken wat je (groot)ouders nog liggen hebben. Er is immers een grote kans dat die een grote hoeveel­heid aan wol en breinaalden liggen hebben en boven­di­en nog eens apetrots zullen zijn dat hun (klein)kinderen willen breien om u ver­vol­gens alles te tonen. Als dit niet het geval is, is de tweede­handswinkel uw go-to. Ook daar wor­den vaak oude breis­pullen bin­nenge­bracht en die liggen klaar voor de Gentse DIY-hip­ster! Als ook dit niet het geval is, stap je gewoon een wol­winkel bin­nen. Daar heb je een grote keuze aan kleur, mate­ri­aal en dik­te. Een gouden tip voor de ongeduldige types: hoe dikker de wol, hoe sneller de sjaal gebreid zal zijn. Op de wol staat ook ver­meld welke naald­dik­te je best gebruikt, maar hou er reken­ing mee dat iedereen een eigen manier van breien heeft. Deze dik­te moet dus soms aangepast kan wor­den. Om dan uitein­delijk aan het breien te begin­nen, bek­ijk je best de Youtube-tuto­r­i­al genaamd ‘MAAK ZELF EEN SJAAL’. En dat is het! Hele­maal niet moeil­ijk dus! Erg laag­drem­pelig en een heer­lijke bezigheid op de trein, als blok­pauze of tij­dens het luis­teren naar een saaie lesop­name.

Naai een turtleneck

Ook het mak­en van kleren kan iedereen! Hoewel hier­voor de ben­odigdhe­den al een beet­je hoog­drem­peliger wor­den, is dit alles­be­halve moeil­ijk. Wie al lang een naaima­chine wil, kan vanaf nu een gigan­tisch tweede­hand­saan­bod benut­ten van heel mooie naaima­chines die soms nog amper een tiende van de oor­spronke­lijke pri­js betr­e­f­fen. Er zijn dan ook nog heel wat winkels die oude naaima­chines her­stellen en in orde mak­en voor een lage pri­js. Wan­neer je dan ook effec­tief wilt begin­nen aan het naaien van een kled­ingstuk zoek je best een patroon hier­van. Die kan je zow­el online kopen als in boeken­winkels en ze zit­ten ook nog in mag­a­zines genaamd ‘Bur­da’ en ‘Knip’. In deze patro­nen staat welke stof je nodig hebt en hoeveel. Zo ook de ben­odigde stukken stof getek­end op papi­er. Deze teken je over op papi­er, knip je uit en speld je op je stof. Daar­na knip je de stof uit met de nodi­ge marges, die ver­meld staan in het patroon­boek­je. Daarin wordt ook stap voor stap uit­gelegd hoe je de stukken stof aan elka­ar moet naaien.

Nu is het zo dat er online een gratis patroon voor een turtle­neck te vin­den is, genaamd ‘free mon­roe turtle­neck’. Dit zijn pdf’s waar alles stap voor stap wordt uit­gelegd. Voor je hier als begin­ner mee start, is het goed om vol­gende Youtube-tuto­r­i­al te bek­ijken: ‘Naaima­chine 1. Basis’. Vergeet ook niet dat alle nodi­ge infor­matie over je naaima­chine in het boek­je staat dat erbij zit. Daarin wordt er uit­gelegd hoe je je naaima­chine klaar­maakt voor het naaien. Eens je de tuto­r­i­al hebt bekeken en alles beet­je per beet­je uitvo­ert, wijst de rest zichzelf uit, mits een beet­je cre­ativiteit.

Naai een onderbroek

Een onder­broek naaien kost min­der tijd dan wacht­en aan de kas­sa van de Zee­man, zolang je de goede mate­ri­alen gebruikt: een elastis­che stof (dus tulle van de trouwjurk van je moed­er is niet geschikt), draad (geen wol, geen elastiek, gewoon katoe­nen draad), een naald en een goede schaar. Een­t­je die écht knipt.

 
 

 

Net zoals zoveel meester­w­erken begint je zelfge­maak­te onder­broek met een blad. Teken de drie schema’s na en houd reken­ing met vol­gende aan­bevelin­gen:

– schema 1 is de voorkant. De roze streep is je heupomtrek gedeeld door 2. De gele lijn is de lengte van je onder­broek. Boots met gezond ver­stand de lengte na van je best passende onder­broek. De blauwe strepen boots je qua lengte ook best na, weer­al aan de hand van de cru­ciale Best Passende Onder­broek.

– schema 2 is de achterkant. De lengte van de blauwe streep is dezelfde als de voorkant. De gele streep moet ook overeenkomen qua lengte. En nee, deze han­dlei­d­ing is niet mono­toon! Groot ver­schil met de voorkant: de roze streep moet overeenkomen met de afs­tand tussen de link­er­hoek en de mid­den-link­er­hoek van schema 1. Het lijkt wat abstract, maar kijk naar de schema’s om je te helpen. Zolang je uitkomt op een vorm die het­zelfde is, zit je goed.

– schema 3 is niets meer dan een rechthoek die overeenkomt met de hoogte van je onder­broek maal twee!

Dan begint het snel­ste stuk: het naaien zelf! Plooi de mys­terieuze rechthoek (zoals ze in cou­ture-jar­gon zeggen: mooie kant op mooie kant) en naai de twee stukken aaneen. Let wel op dat je één van de korte stuk­jes open­laat om de rechthoek te kun­nen draaien (van bin­nen naar buiten, mooie kant stof aan de buitenkant).

Naai de uitein­des van de rechthoek aan de respec­tievelijke onderkan­ten van voor- en achterkant. Nu moet je enkel nog de zijkan­ten aan elka­ar naaien. En zo wordt je nieuwe, best passende onder­boek geboren!

Het allerbeste is om alle boor­den licht te plooien en dan te naaien, zo ontrafelt je stof niet.